nieuws

Hout door bakken en braden minder gevoelig voor vocht SHR Hout Research al vergevorderd met modificeren

bouwbreed Premium

wageningen – Het lijkt nog een utopie, maar technisch is het al mogelijk hout zodanig te bewerken dat het niet meer gevoelig is voor vocht, veel harder wordt en niet meer verkleurd. Volgens W. Homan van SHR Hout Research in Wageningen is het een kwestie van jaren dat het eerste gemodificeerde hout op ruimere schaal in Nederland kan worden toegepast.

Bij dit modificeren wordt bijvoorbeeld het naaldhout van kozijnen en deuren zodanig bewerkt dat het dezelfde eigenschappen krijgt als tropisch hardhout.

Homan: “Het grootste probleem zal zijn dat de prijs van gemodificeerd hout fors hoger is dan hout dat op klassieke wijze is verduurzaamd. De prijs komt in de buurt van tropisch hardhout en in dat segment zal gemodificeerd hout in eerste instantie terechtkomen,” verwacht Homan.

SHR is het enige laboratorium in Nederland dat uitgebreid onderzoek doet naar het modificeren van hout.

Homan: “Bij ons ligt het accent op onderzoek naar massief hout en dan met name naar het creeren van de juiste omstandigheden om de chemische processen optimaal te kunnen laten werken.”

Vocht

Het modificeren van hout lijkt oppervlakkig gezien op klassieke verduurzamingsmethoden als het creosoteren en wolmaniseren. Het gaat daarbij om het inbrengen van chemicalien die hout minder gevoelig maken voor de inwerking van vocht en schimmels.

“Bij modificatie worden andere methoden toegepast,” legt Homan uit. “Wat al vrij ver is ontwikkeld zijn de warmteprocessen. Daarbij wordt hout zodanig verhit dat een deel van de stoffen in het hout wordt afgebroken. Ze reageren vervolgens met andere stoffen in het hout. Populair wordt dat wel ‘bakken en braden’ genoemd. Hierdoor wordt het hout minder gevoelig voor vocht. Je hebt minder zwelling en krimp en bovendien kunnen schimmels minder inwerken, zodat het hout veel minder snel kan gaan rotten.”

Een heel andere manier van modificeren is de chemische bewerking van hout. Met name het zogeheten acetyleren is hierbij al ver ontwikkeld.

“Met chemische modificatie kun je bepaalde specifieke eigenschappen van hout verbeteren, afhankelijk van de toepassing van deze houtsoort. Dit proces luistert echter heel nauw. Er is al veel ervaring met acetyleren. Hierbij wordt azijnzuur-anhydride in hout geperst, waardoor de chemische samenstelling van het hout verandert. Hierdoor trekt hout geen vocht meer aan en wordt het veel harder.”

Na dit proces blijft alleen azijnzuur over, dat volgens Homan niet milieubelastend is. Een proeffabriek in Arnhem draait nu een jaar en Homan denkt dat over ongeveer twee jaar het geacetyleerde hout op beperkte schaal op de Nederlandse markt komt. “Technisch gezien is het een successtory. Het is alleen aanzienlijk duurder dan het klassieke verduurzamen.”

Eerste fabriek

Bij het ‘bakken en braden’ van hout zijn op dit moment drie methoden al vrij vergevorderd. In Arnhem begint binnen enkele weken de eerste Nederlandse fabriek waar de zogeheten Plato-methode wordt toegepast.

Hierbij wordt het hout eerst zeer nat op hoge temperatuur gebracht, dan wordt het gedroogd en vervolgens nog een keer onder droge omstandigheden verhit.

Dit moet hout opleveren dat ook in de weg- en waterbouw kan worden toegepast en zodoende een alternatief vormt voor het gewolmaniseerde hout.

Sterkteverlies

Sinds kort is een bescheiden hoeveelheid Stellac-hout op de Nederlandse markt verkrijgbaar dat volgens een Finse methode is verhit. Daarnaast verkoopt Frankrijk thermische installaties van de zogenoemde Perdure-methode.

Het enige nadeel _ naast de hoge prijs _ van thermisch bewerkt hout is volgens Homan dat een klein sterkteverlies kan optreden.

“Ook het thermische proces luistert vrij nauw. Om het sterkteverlies te beperken, is de Plato-methode ontwikkeld. De resultaten daarvan zijn veel gunstiger dan bij Stellac en Perdure.”

Resultaten Plato gunstiger dan Stellac en Perdure

Reageer op dit artikel