nieuws

Gemengde gevoelens over regelgeving en kansen voor beginnende bouwers

bouwbreed Premium

Het kabinet maakt zich sterk voor MDW. Dat is geen nieuwe ziekte, maar staat voor Marktwerking, Deregulering en Wetgevingskwaliteit. Zo moet het starten van een eigen bedrijf aan minder regels zijn gebonden. Iemand moet dus gemakkelijker een bouwbedrijf kunnen beginnen.

Voor gevestigde bouwbedrijven betekent dat allicht meer concurrentie. Op dit moment hoeft dat niet zo erg te zijn, want er is werk genoeg. Mocht echter het klimaat omslaan dan komt er kritiek, daar kun je op wachten. Als de concurrenie toeneemt, worden de nieuwelingen met kritiek overladen.

Dat ze geen vergunning hebben, dat ze onder de prijs werken, dat ze niet vakbekwaam zijn en dat ze de bedrijfstak te schande maken. En of de overheid daar iets aan kan doen.

Revolutiebouw

Ruim een eeuw geleden was het net zo. In Den Haag. We schrijven 1874. De bouw is dan net weer een beetje aangetrokken en de revolutiebouw steekt de kop op. In een brief aan B en W verzoeken tweeentwintig vooraanstaande Haagse bouwondernemers de gemeentelijke bouwverordening aan te passen:

“Wij vragen slechts eene verordening waarin duidelijk omschreven zijn zulke bepalingen als wij allen wensen om zekerheid te verschaffen voor het publiek, maar tevens waarborgen tegen die groote menigte van kwade practijken die wij dagelijks om ons zien en die met de tegenwoordige verordening niet te beletten zijn.”

Om een lang verhaal kort te maken, in de eeuw die volgt vindt aanscherping plaats van de bouwvoorschriften, uitbreiding ervan, nauwkeurige omschrijving ervan, er worden commissies ingesteld, er zijn diploma’s nodig, inschrijving, aansluiting, toelating enz.

Onbedoeld is zo een muur gebouwd die het nieuwelingen moeilijk heeft gemaakt om mee te doen. En onwillekeurig wordt vooral de burgerbouw duur en neemt dientengevolg het zwartwerken toe. Een pleidooi voor het omlaag brengen van de btw biedt al geen soelaas meer.

En daarmee zijn we weer terug bij de tweeentwintig Haagse bouwondernemers uit 1874 en de vraag of er via de bouwvoorschriften voor enige orde in de bouwwereld kan worden gezorgd.

In het regeerakkoord is een drastische vereenvoudiging van de bouwregelgeving in het vooruitzicht gesteld. Daarmee neemt de overheid afscheid van het beleid van een steeds verder verfijnend stelsel van bouwregelgeving. Tegelijk moet er meer marktwerking komen. Welk beeld doemt daar voor het bouwbedrijf uit op, en voor de consument, want die zal steeds belangrijker worden?

Concurrentie houdt bedrijven scherp wat betreft prijs en kwaliteit. Er zal kwaliteit geleverd moeten worden. Alle werkzaamheden moeten van een garantie worden voorzien. Dat kost niks, want voor wie kwaliteit levert is garantie een vanzelfsprekendheid. Dat moet zo ver gaan dat bouwbedrijven daarvoor gecertificeerd gaan worden.

Belangen

Waar de bonden van bouwondernemers belang hebben bij certificering van de bedrijfstak, daar mogen zij geen belang hebben in de certificering op zich. Daarvoor is een zelfstandig orgaan nodig. Uiteindelijk zal het zo zijn dat de bouwregelgeving die nu in beheer is van de overheid, overgaat naar de bouwwereld.

Een dienst als Bouw- en Woningtoezicht zal zich dan kunnen concentreren op het controleren van die bouwers die niet gecertificeerd zijn. Het grote publiek zal zich tot de gecertificeerde bedrijven bekeren. Dat heeft niets meer te maken met het al of niet zijn van nieuweling. Dan gaat het alleen nog om een goed bouwproduct. En daar is de consument en het bouwbedrijf uiteindelijk het meest bij gebaat.

Arie de Klerk Publicist over bouwen en wonen

‘Onbedoelde muur maakt het nieuwelingen moeilijk mee te doen’

Reageer op dit artikel