nieuws

Extra mogelijkheden om spaarloon te deblokkeren

bouwbreed Premium

Vanaf het belastingjaar 2001 is het voor werknemers mogelijk spaarloon en premiespaargeld dat op een geblokkeerde rekening staat, binnen de wettelijke termijn van vier jaar te deblokkeren. Dat kan als het geld gebruikt wordt voor de start van een onderneming, een uitkering tijdens verlof of de betaling van studiekosten.

De huidige spaarloonregeling dateert van 1994. Werknemers werden in staat gesteld om brutosalaris te sparen op een geblokkeerde rekening. Over dat spaarloon houdt de werkgever geen loonheffing en premies werknemersverzekeringen in. Het spaargeld moet vier jaar lang op een geblokkeerde rekening staan, pas daarna ‘deblokkeert’ het in een netto-uitkering. Tussentijds opgebouwde rente is belastingvrij. De spaarloonregeling werd een overweldigend succes.

Deblokkeren

De werknemer mocht de wettelijke blokkeringstermijn reeds doorbreken en het bruto spaarsaldo inclusief rente, netto opnemen in een aantal situaties:

ù Voor de aankoop van effecten op de beurs. De werknemer kan zijn spaarloon beleggen in een effectenportefeuille, mits hij bij voortijdige verkoop van de aandelen het gedeblokkeerde bedrag weer terug stort op de geblokkeerde rekening. Bij verlies hoeft de werknemer alleen de verkoopprijs terug te storten.

ù Voor de aanschaf van de eigen woning. Een werknemer die een woning koopt en betrekt kan daarvoor zijn bruto spaarloon opnemen. De Belastingdienst neemt in de regel aan, dat bij een verzoek tot deblokkering binnen een half jaar na aankoop van een woning het saldo hiervoor gebruikt wordt.

ù De aankoop van een lijfrente. Iedere belastingplichtige kan _ zonder onderbouwing _ een lijfrentepremie aankopen en aftrekken in zijn belastingaangifte. Wie bruto spaarloon stort als lijfrentepremie, incasseert een dubbele aftrek. Over het bruto spaarloon vindt immers geen afdracht loonbelasting en premies plaats en bovendien heeft de belastingplichtige in zijn vijftig procent-schijf een voordeel van vijftig procent. De fiscale aftrek van de (spaarloon)lijfrentepremie levert opnieuw in die schijf een teruggaaf op van vijftig procent. Per saldo betaalt de fiscus honderd procent van de lijfrenteaankoop die wordt gefinancierd met spaarloon.

Vanaf 2001 wordt de aanwending van spaarloon voor de aankoop van lijfrente aan strengere voorwaarden gekoppeld. De wetgever staat aftrek van lijfrente _ boven een maximum van 2204 gulden per belastingplichtige _ alleen toe bij een aantoonbaar pensioentekort.

ù De aankoop van een levensverzekering waarbij een kapitaalsuitkering is verzekerd. Hierover zullen nog nadere voorwaarden worden gesteld.

ù Sinds juni 1999 kan een werknemer spaarloon deblokkeren voor de opbouw van pensioen, waarbij _ evenals bij lijfrente _ dubbele fiscale aftrek ontstaat.

ù Bij uitdiensttreding. Het gedeelte van het saldo, dat dan al 48 maanden op de spaarloonrekening staat, kan dan uiteraard belastingvrij worden uitgekeerd. Gespaarde bedragen, die nog geen 48 maanden op de spaarloonrekening staan, worden bij deblokkering bij uitdiensttreding pro rato belast.

Werknemers kunnen, afhankelijk van de regeling bij hun werkgever, bij uitdiensttreding er ook voor kiezen het opgebouwde spaarloon op de geblokkeerde rekening te laten staan. Na afloop van de blokkeringstermijn valt het spaarbedrag dan automatisch vrij.

Extra

Volgend jaar worden de tussentijdse belastingvrije deblokkeringen van spaarloon met drie extra mogelijkheden uitgebreid.

ù Bij de start van een eigen onderneming als startfinanciering. De werknemer moet bij het deblokkeringsverzoek aan de werkgever bewijzen overleggen van de start van het eigen bedrijf. De werkgever moet onderzoeken of de werknemer het recht heeft belastingvrij te deblokkeren.

ù Een uitkering tijdens een verlofperiode. Per 1 juni 2000 wordt waarschijnlijk een wettelijke verlofspaarregeling van kracht die werknemers in staat stelt een deel van het salaris te sparen voor een verlofperiode van een halfjaar of een jaar. Het maximale opbouwrecht is tien procent van het jaarsalaris per jaar. Zo bouwt de werknemer in vijf jaar een half verlofjaar op en in tien jaar een volledig verlofjaar. Vanaf 2001 kan een werknemer het saldo van zijn spaarloonrekening tevens aanwenden voor zijn verlofspaarrekening.

ù Studiekosten van een opleiding die wordt gevolgd in het kader van de uitoefening van een beroep zijn boven een drempelbedrag fiscaal aftrekbaar. Deze aftrek blijft in 2001 gehandhaafd. Daarnaast krijgt de werknemer de mogelijkheid om voor een studie het geld van zijn spaarloonrekening en eventueel premiespaarrekening te deblokkeren.

Premiesparen

Werkgevers kunnen hun werknemers in staat stellen naast de spaarloonregeling gebruik te maken van een geblokkeerde premiespaarregeling. De werknemer spaart dan op een premiespaarrekening een netto bedrag van maximaal 1158 gulden per jaar. De werkgever mag dit premiespaarbedrag onbelast verdubbelen.

Vanaf het jaar 2001 wordt het premiespaarbedrag bevroren op f. 1158 per jaar. Een werknemer die door zijn werkgever in staat wordt gesteld zowel van de maximale spaarloon- als premiespaarregeling gebruik te maken heeft jaarlijks een belastingvoordeel over een bedrag van 2894 gulden.

Voor de premiespaarrekening geldt eveneens een wettelijke blokkeringstermijn van vier jaar. De werknemer mag zijn premiespaarrekening belastingvrij deblokkeren voor de aflossing van hypotheek en in alle situaties als bij spaarloon. Ook de belastingvrije deblokkering van de premiespaarrekening wordt vanaf 2001 uitgebreid met financiering van de start van een eigen onderneming, een uitkering tijdens verlof en de bekostiging van studie.

De werkgever dient over het gedeelte dat hij op de premiespaarrekening stort vijftien procent belasting te betalen.

Mr. J.B. Rietveld, adviesgroep Loonbelasting en Sociale Verzekering, Ernst & Young Belastingadviseurs, Utrecht, telefoon (030) 259 21 13

Reageer op dit artikel