nieuws

Staaltje van bouwlogistiek op Oostelijk Havengebied

bouwbreed

De enige boom aan de Scheepstimmermanstraat in het Oostelijk Havengebied in Amsterdam, staat in een huis. En niet erbij. Voor bergbeklimmer Bart Vos heeft architect Koen van Velsen een huis rondom die boom ontworpen. De straat is nog een zandbak, dit is wonen tussen water en wolken. Hier zijn recent hogeschoolkunsten vertoond in bouwlogistiek op de vierkante meter: tientallen aannemers tegelijk aan de slag om zestig huizen naast elkaar te bouwen.

Vos’ huis is er één van. De opdracht voor het Oostelijk Havengebied luidt: honderd woningen per hectare. Veelal hebben ontwerpers en ontwikkelaars in series gewerkt. Maar er is een uitzondering, aan de Scheepstimmermanstraat. Op deze smalle landtong op het schiereiland Borneo is elk huis anders. Elk had zijn eigen aannemer, eigen architect. De rij is nu bijna klaar, iedereen slaakt een zucht van verlichting.

Dat huis met de boom binnen valt op. Maar elk huis is de moeite waard om bij stil te staan. De gemeente Amsterdam heeft de contouren van het plan aangegeven. De huizen hebben elk een privékant op het zuiden aan het water en een voordeur aan de straat. Ze mochten niet hoger worden dan 9,5 meter boven straatpeil. De kavels zijn zestien meter diep. De breedte varieert van ruim vier meter tot zes meter, willekeurig over de strook verdeeld.

Voorkeurslijst

In 1996 konden gegadigden zich melden en meeloten voor de toewijzing. Ze konden kiezen uit een voorkeurslijst van ontwerpers die al in het Oostelijk Havengebied werken of, met extra pijn en moeite, een eigen architect meenemen. Een aantal bewoners koos, na lange debatten over de lijst, voor een eigen ontwerper. “We wilden geen architect die zich helemaal moest bewijzen in dit project”, zegt een van hen. Elk huis moest ergens een verdieping hebben van 3,5 meter hoog om splitsing in twee appartementen tegen te gaan. Vier jaar later is het resultaat zichtbaar, op één na zijn alle woningen in de afbouwfase.

Dit individuele wonen op de vierkante meter is als een hogedrukpan beproefd. Achteraf zegt wethouder Stadig dat betere coördinatie van de bouwlogistiek nodig was geweest. Het is een leerschool voor volgende projecten van individuele bouw dicht opeen: op een van de nieuwe eilanden in IJburg, Steigereiland, komen zo tweeduizend woningen.

Hoe moesten de aannemers werken? De bouwweg was zes meter breed. In die ruimte moesten zij elkaar kunnen passeren. Daarnaast was aan weerszijden 2,5 meter ruimte voor de opslag van bouwmaterialen. Een oplossing: veel bouwketen werden boven het water, aan de achterkant, neergezet. Bouwverkeer moest eerst ook nog langs een enorm groot woonblok in aanbouw (Pacman) en door allerlei reeds bewoonde straten op het schiereiland.

Collegialiteit

Aannemersbedrijf Van den Oudenrijn uit Bodegraven bouwde twee panden, op nummer 4 en op nummer 52, beide van architect P. van der Klugt. “Omdat wij daar als een van de eersten begonnen, hadden we weinig last van anderen”, zegt directeur Rob van den Oudenrijn. “De collegialiteit onder mede-aannemers was groot. We maakten afspraken over het opslaan van materiaal op elkaars kavels en draaiden onze kranen voor elkaar. Ja, met gesloten beurzen, de uitvoerders regelden dat onderling van de ene dag op de andere.” Het enige minpunt noemt hij de bereikbaarheid voor leveranciers en onderaannemers: de bouwplaats lag helemaal in de punt van een smal schiereiland dat voor de rest nagenoeg bebouwd was.

Directeur Van den Oudenrijn zag niet dat collega-aannemers die meer huizen bouwden, het eenvoudiger hadden dan hij, met twee huizen. “Het ging om particuliere opdrachtgevers, die ieder op hun tijdstip beslissingen nemen”, verklaart hij. “Dat sluit vaak niet aan op wat de aannemer in de planning heeft, en dan moet je toch wachten. Want wie betaalt, bepaalt.”

De projectleider die de voorbereidingen van de bouwplannen begeleidde, verzorgde ook de coördinatie tussen verschillende partijen, zoals gemeente, opdrachtgevers, hun architecten en de supervisor. Er was geen bouwcoördinator om het logistieke proces te begeleiden. Dit was een bewuste keus: elke individuele ontwikkelaar had immers een eigen verantwoordelijkheid.

Al snel bleek betere afstemming nodig. Op de krappe ruimte kon ieder nauwelijks uit de voeten, bouwers en nutsbedrijven waren van elkaar afhankelijk. De gemeente (het Grondbedrijf) besloot alsnog een bouwcoördinator aan te stellen. “Een les voor de toekomst”, zegt de gemeente in het boek ‘Bo 6,7’, dat is gewijd aan de zestig woningen. Het lukte hem in dat late stadium niet alle partners te binden aan een logistiek protocol. “Als de bouwcoördinatie in een eerder stadium was ingesteld, met voldoende bevoegdheden om afspraken af te dwingen, had dit mogelijk tot minder obstructie in het uitvoeringsproces geleid”, aldus de evaluatie.

In alle fasen van de bouw ontstonden tempoverschillen. Mensen die zich hielden aan het erfpachtcontract dat ze met de gemeente hadden gesloten, moesten soms lang wonen op een bouwterrein. Nu nog is de straat niet klaar en ploegen mensen zich naar hun prachtige huizen door zand en over planken.

Gunning

Daarnaast was er het experiment van de buren, die allemaal met elkaar hun ontwerp moesten zien af te stemmen. Uit een evaluatie van de gemeente blijkt dat de top-drie van problemen tussen buren waren: dakterrassen, licht en uitzicht.

De gemeente stimuleerde de bewoners om per serie kavels in zee te gaan met één aannemer door samen het bestek te maken en een aanbesteding te houden.

Hierdoor werd een lagere aanneemsom verwacht en meer efficiëntie op de bouwplaats. Een aantal eigenaren had daar geen vertrouwen in. Waar de gunning per serie wel is gelukt, is het doel van betere bouwlogistiek niet bereikt.

Er waren te veel onderaannemers en toeleveranciers en het aansluiten van kabels en leidingen van de nutsbedrijven verliep moeizaam, zo blijkt uit de evaluatie van de gemeente.

Moderne grachtenpanden

De Scheepstimmermanstraat wordt ongetwijfeld een topper voor architectuur- en bouwexcursies. Alle zestig woningen hier verdienen een plaquette met de naam van ontwerper en aannemer, zoals op nummer 126 al is ingebouwd. In rode letters staat haaks op de naam van de bewoner/opdrachtgever: “Architectuurstudio Herman Hertzberger. Aannemer Koop Tjuchem”.

We lopen langs een moderne variant van een rij grachtenpanden. De huizen zijn allemaal, op één na, even hoog en er is een grote variëteit aan gevels. De indelingen zijn verrassend verschillend. Aan de privé-waterkant hebben sommige huizen een (inpandige) patio, andere een terras laag aan het water of hoog op de bovenste verdieping.

Een van de ontwerpen, van MVDRV, heeft de lichtval niet gekozen aan de kopse kanten (straat en water), maar in de lengte van de kavel: de straatzijde is dicht, de zestien meter lange ramen en schuifpuien staan er haaks op. Zo ontstond een lange woonkamer van zestien meter diep en 2 meter breed, op hogere etages verspringend, overal is terras.

Door een garage iets anders dan doorsnee te ontwerpen, kon bij één woning een mechanisch parkeersysteem worden gebruikt voor twee auto’s vlak boven elkaar. Anderen maakten veel werk van de fietsenstalling, veelal een stiefkind. Eén echtpaar besloot de auto weg te doen en hoefde helemaal geen garage.

Wie kijkt naar de namen en achtergronden van de opdrachtgevers, ziet geen doorsnee van het publiek van vandaag, maar misschien wel dat van morgen. Heel uiteenlopende woonwensen zijn hier verwezenlijkt binnen de richtlijnen. De ene bewoner wilde graag een hefbrug om aan old-timers te kunnen sleutelen, de buur wenste de oudste generatie van de familie in huis te nemen en maakte binnen de eigen kavel een appartement voor de ouders. In een ander huis is een ingenieuze reservering gemaakt om ooit een lift te kunnen plaatsen.

Een paar huizen verderop is een toilet pal naast de voordeur in aanbouw. Op zich niets bijzonders, maar wie verder kijkt ziet dat in de toiletruimte een riante brievenbus uitkomt. De bewoners combineren het nuttige met het aangename.

De kosten van de woningen lopen erg uiteen. Een enkeling redde het met stichtingskosten, alles erop en eraan, beneden de vijf ton. Sommigen besteedden meer dan een miljoen gulden.

Wel daglicht, geen inkijk. Dat is een van de doelen die moeilijk bleek te realiseren. In vrijwel alle woningen zit het met het licht wel goed, maar door de openbare kade aan de overkant van het water is de privacy niet in het hele huis gegarandeerd. Het werkelijk eigen domein is vooral te vinden op de hoogste twee etages van het, doorsnee, vier-verdiepingen huis.

Een bewoner stelt: “We hebben een droom verwezenlijkt, al was het een baan erbij. En dat terwijl onze pa, van 76, de coördinatie op zich heeft genomen. Hij heeft ons voor heel wat fiasco’s en valkuilen behoed.”

‘Aannemers maken afspraken over opslaan materiaal op elkaars kavels’

De woningen hebben hun privékant aan het water, op het zuiden. De opdrachtgevers mochten niet hoger bouwen dan 9,5 meter.

Reageer op dit artikel