nieuws

Punt of plat

bouwbreed Premium

De eerste tekenen zijn er, de controverse leeft eindelijk weer op. Moet in plat of in punt worden ontworpen? Veel verder kwam in Nederland het architectuurdebat de vorige eeuw niet. Je kunt er de twintigste eeuwse architecten op indelen en bij welstandcommissies is het nog steeds een halszaak. Ook het onderwijs was er van vergeven. Maar de Moderne stijl heeft zijn langste tijd gehad, de opdrachtgevers zijn het zat. De Rijksbouwmeester en zijn bouwbo’s hebben het nakijken.

Nadat ik mij op mijn eerste dag in Nederland per ongeluk had ingeschreven op Bouwkunde (in 1955 was er op de TU geen faculteit met beginletter A), werd het mij al snel duidelijk dat, om daar te kunnen slagen, er gekozen moest worden tussen plat of met puntdak leren ontwerpen. Professor Berghoef was er voor punt, zijn collega Van den Broek voor plat. Bovendien hadden ze hun taken verdeeld tussen baksteen en beton. Blijkbaar had ik mijn hele jeugd verkeerd gewoond; in een tropisch huis met een kern met puntdak en rondom een veranda met platdak. Ik lapte in het begin het verschil tussen die leerstoelen dan ook aan mijn laars. Maar toen ik bij de ene professor voor Oss een stadhuis met platdak tekende, een vier kreeg en op herkansing bij de andere voor Ede een stadhuis met hetzelfde platdak, een negen, koos ik eieren voor mijn geld en bleef de rest van mijn studie aan Van den Broek hangen.

Dus heb ik in Delft nooit een puntdak leren ontwerpen. Ook Hertzberger niet, maar die vindt het prima zo. Ik ben minder principieel en doe wel vaker iets zonder er voor geleerd te hebben. Toen Gerrit Komrij mij verweet dat ik lelijke gebouwen ontwierp omdat er geen puntdaken op zaten, beloofde ik voor het volgende gebouw een puntdak. In Amsterdam langs de westelijke rondweg A10, verschijn naast het Confectiecentrum inmiddels het fraaie resultaat.

Bij mijn volgende gebouw val ik terug op mijn ouderlijk huis en combineer plat, punt, beton en baksteen. Meer kan ik niet opbrengen, waarom zou ik? Ik beleef al spannende momenten genoeg als ik langs de snelweg vanuit mijn auto van die grote dozen zie. Simpele stevige vormen die binnenkort verboden worden als het alleen aan Pronk lag.

Ik heb de ernst waarmee in Nederland met vorm wordt omgegaan nooit helemaal begrepen en zeker onderschat. Totdat ik op 11 maart in Trouw las hoe de BNA-voorzitter samen met andere bouwbo’s verklaart te gruwen van de vormen waarmee enkele architecten hun nieuwe opdrachtgevers bedienen. Ze vragen hun architecten om huizen als vuurtorens, kastelen, boomhutten, disneypaleizen, middeleeuwse dorpen, kathedralen, lusthoven, kloosters, casino’s, kerstballen, paashazen, zwanen op puntdaken, meerminnen in vijvers, lakeien op de stoep, koetsen om in te slapen, nijlpaardjes in jacuzzi’s, spiegels op de vloer en nog veel meer om dit bestaan dragelijk te maken. Opdrachtgevers die terecht iets anders willen dan woningen waarvoor fabrieken en tentenkampen model hebben gestaan.

Nu deze architecten zich eindelijk na honderd jaar Woningwet onttrekken aan de smaak van de staat, ten gunste van de emoties van de nieuwe rijken, nu de woningbouw uit de zorgsector verdwijnt, wijzen bouwbo’s op de nadelige gevolgen voor architectuur en stedenbouw. Waar hebben ze het over, kijk maar om je heen hoe saai.

Reageer op dit artikel