nieuws

Peperdure pijplijn zo lek als een zeef

bouwbreed Premium

Na tien jaar onderzoek kwam Justitie in Brussel gisteren tot de slotsom dat in het zoveelste Belgische schandaal geen gerechtelijke vervolgingen noodzakelijk zijn.

Twee ex-ministers van de Christelijke Volkspartij (CVP), Delcroix (Defensie) en Smet (Milieu) gaan vrijuit bij gebrek aan bewijs dat ze smeergeld hebben opgestreken.

De smeerpijp-affaire grenst aan het onwaarschijnlijke. In 1970 wordt begonnen met de aanleg van de smeerpijp langs het Albertkanaal, van Antwerpen naar Genk, een afstand van ruim 100 kilometer. De bedoeling is dat 25 fabrieken via deze pijp hun afvalwater kwijt kunnen richting Schelde.

Aanvankelijk hangt een prijskaartje van 96 miljoen gulden aan de bouw, uiteindelijk wordt het vier keer zoveel: bijna 400 miljoen. Maar het meest hallucinante is wel dat de smeerpijp nooit één druppel afvalwater richting Schelde heeft vervoerd…Ze vertoont talrijke gebreken en is zo lek als een zeef. Met kunst- en vliegwerk is een deel van de pijp toch geschikt gemaakt voor transport van drinkwater, wat weer tientallen miljoen guldens extra vergt.

Nutteloos

Aannemerscombinatie Denys-Socea-Bonna bouwt het nutteloze kunstwerk. Die weet na verloop van tijd niet beter te doen dan de schuld voor het fiasco naar de overheid door te schuiven. De aannemers eisen een schadevergoeding van 44 miljoen gulden, een bedrag dat in 1990 al is opgelopen tot een kleine 100 miljoen.

Maar Smet, destijds staatssecretaris voor milieu, geeft geen krimp. Ze reageert integendeel met een tegeneis van 50 miljoen.

De zaak raakt vervolgens meer en meer in politiek vaarwater. In 1991 werpt Delcroix, partijsecretaris van de Christelijke Volkspartij, zich plotseling op als bemiddelaar in de ruzie tussen Smet en de aannemers. Hij doet dat naar eigen zeggen op verzoek van een van de aannemers die hij goed kent. Het komt al gauw tot een minnelijke schikking, de drie aannemers mogen 12 miljoen gulden verdelen. Daarop komt Justitie in actie. Zij vindt het verdacht dat er plotseling een akkoord ligt aan de vooravond van belangrijke verkiezingen. Justitie vermoedt dat een deel van de schikking in de kassen van enkele politieke partijen is terechtgekomen, vooral in die van de CVP of rechtstreeks in de portemonnee van Delcroix en Smet. Er volgen huiszoekingen. Bij Delcroix worden schoolschriftjes met verdachte aantekeningen gevonden, maar volgens de onderzoeksrechter zijn de notities te mager om er strafbare feiten uit op te maken.

Slot van het liedje is dat Justitie deze geruchtmakende zaak ‘zonder gevolg’ klasseert.

Reageer op dit artikel