nieuws

Inzet asielzoekers en ouderen zware klus

bouwbreed Premium

Het inzetten van asielzoekers en werknemers boven de 50 jaar in de bouwsector is mogelijk, maar niet gemakkelijk. Om deze groepen te laten instromen in de bouw, moet aan talloze voorwaarden worden voldaan, luiden de reacties uit de bouwwereld.

Twee recente plannen moeten een bijdrage leveren aan de bestrijding van de krapte op de arbeidsmarkt. Het kabinet Kok lanceerde onlangs een pakket maatregelen dat ertoe moet bijdragen dat ouderen langer blijven werken. Op dit moment werkt nog maar één op de drie Nederlanders in de leeftijdscategorie van 55 tot 65 jaar. In de Stichting van de Arbeid bereikten werkgevers en vakbonden een akkoord om asielzoekers 25 weken achter elkaar te laten werken in niet-agrarische sectoren. Tot nu toe geldt dat asielzoekers twaalf weken onafgebroken mogen werken, maar het kabinet Kok neigt ertoe die periode te verlengen.

Aangrijpen

“We moeten elke mogelijkheid om mensen voor de bedrijfstak te winnen aangrijpen”, zegt directeur Cees van Vliet van de Sectorraad Bouwbedrijf. Wat betreft de inzet van asielzoekers, ziet hij kansen voor de bouw. “We zijn desnoods bereid naar de asielcentra te gaan en er voorlichting te geven.” Oudere werknemers (opnieuw) voor de bouw interesseren zal moeilijker zijn, maar is niet onmogelijk.

Omscholen

“Je moet je wel afvragen of dat fysiek haalbaar is”, zegt hij, doelend op het bekende gegeven dat juist de fysieke belasting in de sector ervoor zorgt dat veel bouwvakkers boven de veertig in de wao terecht komen. Volgens Van Vliet liggen de beste kansen bij de zogeheten middenkaderfuncties. Er zou volgens hem veel meer energie moeten worden besteed om ouderen die voortijdig met de vut gaan of in de wao dreigen te raken, om te scholen tot functies als die van werkvoorbereider en calculator. “Als je daarmee veel vroeger begint, hou je mensen langer vast.”

Woordvoerder Leo Steijn van het NVOB ziet, na bijscholing, eveneens mogelijkheden voor ouderen om in uta-functies aan de slag te gaan. Steijn: “De nood is erg hoog. Je kunt in het algemeen zeggen dat iedereen welkom is, mits mensen gekwalificeerd zijn of bereid zijn om een opleiding te volgen. Maar veel werknemers hebben bewust gekozen vervroegd uit te treden. Krijg je die dan nog weer aan het werk? Het is lastig die vraag voor hen te beantwoorden.”

Vanwege het tijdelijke karakter – de 12- of 25-wekentermijn – is volgens Van Steyn de inzet van asielzoekers moeilijker realiseerbaar.

Vice-voorzitter Nanning Schotanus van de Bouw- en Houtbond FNV wijst erop dat al belangrijke stappen (bouw- en schilders-cao) zijn gezet om oudere werknemers de mogelijkheid te geven langer door te werken, bijvoorbeeld via de omzetting van de vut in een prepensioenregeling. “Als mensen langer willen doorwerken, juichen we dat toe”, zegt Schotanus. “Maar de arbeidsomstandigheden moeten dan wel zodanig zijn, dat werknemers ook tot hun zestigste met plezier blijven werken. En hoe dichter ze bij de 60 jaar komen, hoe moeilijker dat is waar te maken.” De FNV heeft ook bij meerdere gelegenheden twijfels geuit over de bereidheid van werkgevers ouderen aan werk te helpen of te houden.

Schotanus zegt ook dat ouderen bij langere arbeidsdeelname er niet op inkomen achteruit mogen gaan.

Vakkennis

De inschakeling van asielzoekers juicht de vakbondsman toe, mits ze een volwaardige beroepsopleiding kunnen volgen. En, zegt hij, de bereidheid is er. “Ze hebben een hoog slagingsgevoel.”

Constructief, het uitzendbureau van Content en de SFB Groep, hield vorig jaar een wervingscampagne gericht op vijftigplussers en wao’ers. De gedachte was dat deze groepen goed inzetbaar zouden zijn vanwege hun grote vakkennis. Bovendien zouden ze een belangrijke rol kunnen vervullen bij het coachen van jongeren.

‘Macho-imago’

De respons was zeer matig. “Ze zijn moeilijk bereikbaar. Ze komen niet naar je toe”, meent Constant Jurgens, commercieel verantwoordelijk voor de uitzendorganisatie. Van plannen om asielzoekers in de bouw aan werk te helpen, verwacht hij weinig. “Een aannemer wil mensen die goed geëquipeerd en direct inzetbaar zijn. Het bouwproces is dermate gehaast, dat er weinig ruimte is voor begeleiding.” Jurgens geeft de voorkeur aan werving van Duitse bouwvakkers. Als de wervingsprocedures rond zijn, kunnen de Duitsers meteen beginnen.

Ook het ‘macho-imago’ van de bouw zou een belemmering kunnen zijn voor asielzoekers al dan niet tijdelijk werk te vinden in de sector. Een studie van het Economisch Instituut voor de Bouwnijverheid wees vorig jaar uit dat 33 procent van de bouwvakkers het problematisch zou vinden om een allochtoon in de ploeg in te passen. Vooral metselaars en voegers zeiden veel moeite te hebben met allochtone collega’s.

Stuikelblokken

Onvoldoende beheersing van de Nederlandse taal en onvoldoende aanpassing aan de heersende cultuur waren voor de blanke critici de grote struikelblokken. Een groot deel van de duizend ondervraagde bouwvakkers toonde zich evenmin bereid vrouwen als collega’s te accepteren. Woordvoerder Jan Bos van de Bouw- en Houtbond FNV: “Als die zogenaamde machocultuur een probleem vormt voor de deelname van vrouwen en asielzoekers, moet je proberen die cultuur te veranderen.”

In Eckelrade, onder de rook van Maastricht, biedt het opleidingscentrum Wereld Wijd voor volwassen asielzoekers, met en zonder een verblijfsstatus, kortlopende beroepsopleidingen aan, gecombineerd met taalonderwijs.

De cursisten kunnen onder meer les krijgen in bouwtimmeren en houtbewerking, plaatbewerking, elektrisch lassen, basisvaardigheden metaal en elektrotechniek.

Kansen

Het mes snijdt aan twee kanten, zegt algemeen coördinator Frans Frankhuizen. De korte, maar gerichte opleidingen bevorderen de integratie in Nederland en vergroten de kansen van de asielzoekers op de arbeidsmarkt, in Nederland of bij uitwijzing in het land van herkomst. Frankhuizen: “Elk half jaar reiken we diploma’s uit. Uitzendbureaus tonen veel interesse voor onze cursisten.”

Enkele asielzoekers met een definitieve status hebben inmiddels een baan bij een bouwbedrijf gevonden.

Scholing en cultuur bouwplaats spelen grote rol

Op het werk weinig ruimte voor begeleiding

Reageer op dit artikel