nieuws

Computermodel maakt proefvakken overbodig

bouwbreed Premium

Geen empirische methode met proefvakken, maar een modelmatige werkwijze achter de computer geeft duidelijkheid over technische geschiktheid van bijvoorbeeld spoorconstructies. Deze unieke werkwijze wordt in praktijk gebracht bij de constructies van de bovenbouw van de HSL-Zuid.

De HSL-Zuid maakt gebruik van een bovenbouwconstructie die geschikt is voor rijsnelheden tot zo’n driehonderd kilometer per uur. Normalerwijze wordt een nieuwe bovenbouwconstructie uitgebreid getest op een proefvak in het bestaande spoorwegnet. Met deze zogenoemde empirische methode duurt het een jaar of vijf voordat een constructie kan worden vrijgegeven. Onmogelijk voor een HSL, die in 2006 vanuit België tot aan Amsterdam moet rijden.

Design & Construct

Mede daarom is besloten een modelmatige aanpak te volgen bij het aantonen van de technische geschiktheid van spoorsystemen. De bovenbouwconstructie zal door de succesvolle aannemerscombinatie in een ‘Design & Construct’-contract worden ontworpen. Met het model kan de projectorganisatie nagaan of dit voldoet.

De rekenmodellen voor het model zijn ontwikkeld door de groep Dynamica van Holland Railconsult. De materiaalgegevens zijn afkomstig van TNO. Opstellen van het model heeft ruim een half jaar in beslag genomen.

H. Stuit, projectleider groep Dynamica van Holland Railconsult, wil niet horen van het onterecht afwijzen van oplossingen van de aannemers. “De kracht van het model is dat het is gebaseerd op het gedrag van de gebruikte materialen. Behalve geometrische gegevens hoeven alleen materiaalparameters te worden ingevoerd. Niet alleen beton en staal, maar ook hout of kunststof zit erin. We hebben het gedrag van veel andere materialen bekeken en die in het model verwerkt. Daarmee zijn dan constructies te simuleren.”

Gangbaar

Uitgangspunt bij het opzetten van het model zijn de ideeën geweest die binnen de HSL-projectorganisatie leefden over bovenbouwconstructies en spoorstaafbevestigingen. Daaruit is een selectie gemaakt. Het ontwikkelde model is geschikt om die oplossingen te simuleren. Het gaat dus om gangbare ideeën. Stuit: “Wij hebben een hoop kennis opgedaan, bijvoorbeeld over ingegoten spoorstaven of opgebouwde spoorconstructies waarbij spoorstaven met bouten en tussenplaten aan de betonnen onderbouw worden bevestigd. Daardoor kunnen wij zeggen dat de oplossing goed is als de aannemer met zijn oplossing binnen een bepaalde bandbreedte zit. Pas als ze een exotisch materiaal toepassen, zal die oplossing met het nu ontwikkelde model worden getest.”

Reageer op dit artikel