nieuws

Waterzorg Europa vereist nog nodige overleg lidstaten

bouwbreed Premium

den haag – In 2003 moeten alle EU-lidstaten voldoen aan de nieuwe Kaderrichtlijn Water. Daarop vooruitlopend werkt een projectgroep onder leiding van het ministerie van Verkeer en Waterstaat aan een wetsvoorstel, dat komend najaar wordt verwacht. Uit een tussenrapportage blijkt dat de Nederlandse wetgeving met betrekking tot waterbeheer slechts op onderdelen aanpassing behoeft.

De nieuwe wetgeving voor de bescherming van landoppervlaktewater, overgangswater, kustwateren en grondwater treedt komend najaar al in werking en moet leiden tot een goede waterkwaliteit in de Europese stroomgebieden. De Europese richtlijn verplicht de lidstaten tot een indeling in stroomgebieden (districten). Voor Nederland houdt dat in dat het totale grondgebied tot een internationaal stroomgebied gaat behoren; dat van de Rijn, Maas, Schelde of Eems. In onze situatie is een stroomgebied gelijk aan een gebieddistrict.

Duidelijk is dat de huidige Nederlandse wetgeving aangaande de bevoegdheden, in grote lijnen in tact kan blijven. Wel geeft de nieuwe wetgeving de minister ruimere aanwijzingsbevoegdheden dan nu het geval is.

Zesjarige cyclus

De kaderrichtlijn heeft raakvlakken in tenminste tien verschillende wetten. Van de Wet op de waterhuishouding tot de Natuurbeschermingswet.

Uit de tussenrapportage van een projectgroep onder leiding van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat kan Nederland volstaan met relatief geringe aanpassingen. Met name de Nota waterhuishouding bevat voor de stroomgebieden de hoofdlijnen van het Nederlandse beleid. Om de zaken conform de Europese richtlijn te laten verlopen moet deze wet slechts op een aantal punten worden aangepast.

Procedures

Zo sporen verschillende vastgelegde inspraakprocedures voor het stroomgebiedbeheersplan aan de Nederlandse praktijk. De Europese termijnen zijn veel langer en betreft de inspraak. Niet de maatregelen zelf.

Ook zal nog moeten worden vastgelegd welke plaats het huidige Beheersplan voor de Rijkswateren en de verschillende provinciale waterhuishoudingsplannen binnen de nieuwe structuur van het stroomgebiedbeheersplan innemen.

Daarnaast stuit de uitwerking per stroomgebied nog op problemen. Volgens de richtlijn moet zowel diep als ondiep grondwater aan een stroomgebied worden toegewezen, wat technisch en bestuurlijk gezien de nodige voeten in de aarde heeft.

Emissiebeleid

De richtlijn behelst een integrale benadering van het waterbeheer en richt zich naast waterkwaliteit, bescherming en duurzaam gebruik ook op het tegengaan van droogtes en overstromingen. Dat laatste aspect komt in de uitwerking echter nauwelijks aan bod.

Voor het bereiken van de gewenste waterkwaliteit ligt in de richtlijn de nadruk op het emissiebeleid.

Op dit gebied is de richtlijn echter minder vergaand dan de Nederlandse praktijk. Daarnaast bestaan hierover tussen de lidstaten onderling nog de nodige interpretatieverschillen.

Reageer op dit artikel