nieuws

Utiliteitsbouw bezorgt installateur goede omzet

bouwbreed

Het is vooral de utiliteitsbouw die de elektrotechnische installateurs van een goede omzet verzekert. Als gevolg daarvan verliep het derde kwartaal van 1999 voor de leden van de Unie van Elektrotechnische Ondernemers (Uneto) uit Zoetermeer over het geheel genomen gunstig.

Daarmee zetten de bedrijven de trend van het tweede kwartaal voort. Een kwart van de elektrotechnische bedrijven boekte een omzetstijging. Bij 12 procent van de ondernemingen deed zich een omzetdaling voor. Algemeen licht en kracht dragen het meest bij aan de omzetstijging. Bijna de helft van de bedrijven meldt hier een toename. Groei doet zich ook voor bij telefonie en datacommunicatie. Daarentegen liep de omzet in gebouwautomatisering bij veel bedrijven terug. Ongeveer een derde van de elektrotechnische installateurs zag de omzet uit de utiliteitsbouw toenemen. De goede resultaten werden vooral in de nieuwbouw geboekt.

Infrastructurele werken

In het tweede kwartaal van vorig jaar veranderde er daarentegen weinig in de omzet uit infrastructurele werken; ruim 80 procent van de bedrijven stelde geen verschil vast. Het merendeel van de ondernemingen van de woningbouw- en industrie-installateurs wist de omzet gelijk te houden of zelfs te verhogen. Vooral renovatie en onderhoud bieden nog kansen voor verdere stijging. De industriële installateurs rekenen over het geheel genomen met een toenemende omzet uit nieuwbouw, renovatie en onderhoud.

Loodgieters

Het loodgieters- en verwarmingsbedrijf treden beide doorgaans als onderaannemer op in de seriematige woningbouw, volgens de Vereniging van Nederlandse Installatiebedrijven (VNI) uit Zoetermeer een echte prijsmarkt. De loodgieter verdient daar alleen als hij zijn werk goed organiseert. De particuliere markt ziet er heel anders uit. Daar gaat het vooral om relaties en om de vraag of de installateur zijn aanbod goed onder de aandacht weet te brengen en te verkopen. Hoe duurder het sanitair, hoe vaker de particulier de installatie overlaat aan de installateur. Het gemiddelde inkomen in Nederland is hier ook van belang. Mede door de lage rente zit in de woningmarkt nog wel wat financiële ruimte. Als gevolg daarvan zijn mensen eerder geneigd een aanmerkelijk bedrag te investeren in de verbetering van bijvoorbeeld de badkamer, temeer omdat niet iedereen zich een nieuwe woning kan veroorloven. Bovendien brengen de hoge huizenprijzen mensen er vaak toe de middelen te besteden aan het verbeteren van de huidige woning. Bij particulieren neemt sanitair een belangrijker plaats in dan zo’n vijf jaar geleden. Dit segment kent een jaarlijkse groei van 8 tot 9 procent. Bouwmarkten profiteren overigens ook aanmerkelijk van deze ontwikkeling. Dit ontwikkelde zich in de afgelopen twee jaar tot trend. De mate waarin dat gebeurt, verschilt per regio. In de periode 1994-1995 kregen loodgieterij en verwarmingstechniek te maken met een dip. Die veroorzaakte een aanmerkelijke prijsconcurrentie. In de sector blijft de verhouding tussen de budgetprijs uit het bestek en de prijs die de installateur moet rekenen, onderwerp van discussie. Adviesbureaus rekenen soms te lage budgetten voor. Het aantal werken dat de afgelopen twee jaar in opdracht is gegeven, nam evenwel toe. De markt kent verhoudingsgewijs nogal wat grote projecten. Die gaan veelal naar grote installatiebedrijven. Het gaat om projecten van 3 tot 4 à 5 miljoen gulden.

Deelcontracten

De hoofdaannemers besteden deelcontracten, zoals voor het sanitair, weer uit aan onderaannemers. Installateurs die zowel verwarming als loodgieterswerk aannemen, komen niet zo vaak voor. Bedrijven combineren echter steeds vaker elektra en verwarming, niet in de laatste plaats omdat regeltechniek en elektrotechnische aanleg dicht bij elkaar liggen. Na een onderbreking houdt de VNI vanaf dit jaar de conjunctuur van de bedrijfstak weer bij. Halverwege dit jaar komen de cijfers over het eerste kwartaal vrij.

Resultaten komen vooral uit nieuwbouw

Reageer op dit artikel