nieuws

Duurzame energie in stroomversnelling

bouwbreed Premium

Sinds jaar en dag draait de wasdroger op stroom en de cv op gas. In de landen om ons heen, waar aardgas en elektriciteit minder ruim voorhanden waren, heeft deze schaarste geleid tot meer innovatieve oplossingen. Aardwarmte, warmtepompen en andere alternatieven zijn in Nederland echter onderbelichte en onbekende opties. Een experiment in de nieuwe woonwijk Carnisselande rekent af met de vooroordelen en toont dat ook andere mogelijkheden haalbaar zijn.

“De oude structuren hebben te vaak alternatieven in de weg gestaan. Daardoor zijn kennis en ervaring met innovatieve technologieën onderontwikkeld. Immers: de energieinfrastructuur ligt er voor minimaal vijftig jaar. Eigenlijk mag je daarover best goed nadenken voor je een beslissing neemt, en daarbij mag je niet op voorhand bepaalde ontwikkelingen uitsluiten.” Aan het woord is Hans Weij van energiebedrijf Eneco, beleidsmedewerker met betrekking tot energiestudies en duurzame energieconcepten voor Vinex-locaties. “Gas en warmte hebben elkaar te lang in de rol van concurrent gedrukt. Jammer, want vanuit energetisch oogpunt is dit onwenselijk. De tijd en energie die in deze belangentegenstelling gaat zitten, kan beter worden gestopt in goede energieafwegingen per locatie.” Dat laatste is een belangrijk uitgangspunt voor Eneco: per locatie bekijken wat de beste energiehuishouding is. In de nabije toekomst wordt immers van alles mogelijk. Wellicht komen aardwarmtecentrales, biomassa-installaties of gasmotoren (mini-warmte/kracht) in woonwijken te staan voor de elektriciteits- en warmtevoorziening. Maar ook valt te denken aan gasgestookte of elektrische warmtepompen, gecombineerd met zonnecellen op de daken. Per locatie gelden weer andere factoren. Een goed voorbeeld van het Nieuwe Denken in Energieland is de locatie Midden IJsselmonde (gemeenten Barendrecht en Albrandswaard). Hier zijn 10.000 woningen gepland, een project met de naam Carnisselande. Voor Eneco was de grote omvang reden eens grondig naar de energievoorziening te kijken. Toen vanuit Barendrecht bij Novem subsidie voor een studie werd verkregen, gingen beide gemeenten met Eneco om de tafel. Op de markt werden offertes gevraagd voor de OEI-studie (Optimale Energie Infrastructuur). Vanwege haar technologische kunnen kreeg Kema uiteindelijk de opdracht om de opties eens door te rekenen: wordt het gas, elektriciteit, duurzame bronnen of een combinatie?

Contouren

In Barendrecht worden de contouren van de ‘duurzame woonwijk’ zichtbaar. Er zijn vergaande plannen voor een zelfvoorzienend wooneiland wat betreft warmtelevering en elektriciteitsopwekking. Diantha Wijngaard is beleidsmedewerker milieu bij de gemeente Barendrecht en verantwoordelijk voor de energiestudie Midden IJsselmonde: “Op het eiland Gaatkensoog wordt een systeem gebouwd waarbij een warmtepomp warmte aan het oppervlaktewater onttrekt, en een warmte/ kracht- installatie voor de aanvullende warmte en elektra zorgt. De elektriciteitsbalans over heel het jaar komt uit op nul.” Hier geldt dat de systeemgrenzen zich niet beperken tot het woonhuisniveau, optimalisatie wordt gezocht op het niveau van een hele wijk. Men bekeek drie vormen van warmtelevering: aardwarmte vanwege de geologisch grote potentie; warmte/kracht en warmte uit energiecentrales (STEG) in combinatie met aquifers (ondergrondse opslag van warmte). Daarnaast werden de opties all-electric en conventioneel gas/elektra doorgerekend. Wijngaard: “De STEG-variant met aquifers leek optimaal. Financieel is deze optie te vergelijken met conventioneel gas/elektra, maar levert wel een CO2 reductie van 25 procent op.” Het overwegen van alternatieven is iets van de laatste tijd. “Een paar jaar geleden zette een tendens in waarbij Nederlandse gemeenten een eerste stap deden naar een duurzame energievoorziening”, vertelt Wijngaard. Omdat zo’n zeventig procent van de energievraag wordt uitgemaakt door behoefte aan laagwaardige warmte, gaat de aandacht vooral uit naar warmtenetten. “Het mooie is, dat het niet relevant is wat voor bron je hebt. Als je start met conventionele STEG-warmte, zoals wij doen, kun je later overstappen op duurzame warmtebronnen, mits de techniek economisch haalbaar is.” Dat is in elk geval voor Barendrecht een harde randvoorwaarde: de financiële haalbaarheid is een van de criteria die bij de beslissing wordt meegenomen, niet-renderende experimenten staan niet op de agenda. Barendrecht vindt het vooral belangrijk om aan de Energie Prestatienorm (EPN) te voldoen. Eneco-medewerker Weij: ‘Ook voor ons geldt dat deze projecten moeten voldoen aan de rentabiliteitseisen. Uit de studie bleek dat dit met aardwarmte in IJsselmonde mogelijk is. Voor de basislastvoorziening kan 90 procent met duurzame warmte worden afgedekt, voor de piek van 10 procent kun je naar andere oplossingen kijken, zoals conventionele ketels, warmte/krachtkoppeling of combinaties daarvan.” Volgens Diantha Wijngaard zullen de bewoners van toekomstige ‘duurzame- energie-wijken’ meer comfort hebben. Vanwege kleinere huisinstallaties (de mogelijkheid van vloer- en wandverwarming in plaats van radiatoren, geen cv-ketel) komt er meer vrije ruimte. Bovendien zal men anders gaan koken, niet meer op gas, maar elektrisch, bijvoorbeeld keramisch, met inductie- of magnetrontechnieken.

Opbrengst

Bij Carnisselande brengt men de vermeden kosten bij de bouw (geen cv- installatie, geen dakdoorvoer en besparingen op EPN-maatregelen die bij gebruik van gas nodig zouden zijn) als extra aansluitkosten in rekening. De opbrengsten vloeien naar Eneco, die daarmee de meerkosten kan dekken. Want bij de energielevering geldt het niet-meer-dan-anders-principe. De bewoners betalen hetzelfde als bij een conventionele installatie, een landelijk gemiddelde, zeg maar. Wijngaard: “Mijn ideaalbeeld is een duurzame wijk met dito energievoorziening, duurzaam opgewekte elektriciteit en warmte zijn daarbij essentiële onderdelen. Bij de gemeentelijke overheden begint dit langzaam aan gemeengoed te worden. Natuurlijk is echte duurzame energie zeker nog wel 25 jaar ver weg, Nederland is er nog niet klaar voor. Maar als je eenmaal een warmtenet hebt liggen, maakt het niet meer uit waarmee die warmte is opgewekt. Nu kunnen we nog verstandig gebruik maken van het gas door warmte en elektra op te wekken in een STEG of kleine warmte/kracht-installatie. Later schakelen we misschien over op aardwarmte, of zon. Het warmtenet hebben we dan al.” Pompen verwarmen huizen Houten

In Houten worden 27 woonhuizen in de wijk De Loerik van warmte voorzien met behulp van warmtepompen. De REMU, UNA en projectontwikkelaar Dura Bouw willen hiermee aantonen dat de warmtepomp het proefstadium is ontgroeid. In Scandinavië, de Verenigde Staten en Japan wordt de warmtepomp al jaren voor verwarmingsdoeleinden gebruikt. In Nederland kennen we de warmtepomp voornamelijk als koelkast. In feite is werking van beide apparaten hetzelfde: op de ene plaats wordt warmte onttrokken, via een medium opgewaardeerd en vervolgens op een andere plaats weer afgegeven. Een koelkast brengt de warmte van binnen naar buiten, een warmtepomp van buiten naar binnen. Mede met hulp van het ministerie van Economische Zaken (Novem en Senter) wil de Nederlandse energiesector de achterstand op het buitenland versneld inhalen. In ‘De Loerik I’ zijn onder 27 woningen diepe gaten geboord van 95 tot 115 meter diep. Op deze diepte heerst een seizoensonafhankelijke constante temperatuur van 12øC. Via de boorschacht wordt door een leiding water rondgepompt die deze temperatuur aan de oppervlakte brengt. Door toevoeging (via de warmtepomp) van 1 kWh elektrische energie aan deze warmte, wordt zij opgewaardeerd tot 4 kWh. Moeder aarde geeft dus 3 kWh gratis weg. In huis heeft het water in de warmtepompinstallatie een temperatuur van 55 graden Celsius. Dat is voldoende voor verwarmingsdoeleinden. Voor het tapwater is eigenlijk 65 graden Celsius nodig om de ontwikkeling van bacteriën uit te sluiten. Daarom zit in het boilervat een verwarmingselement dat eenmaal per week de temperatuur een korte tijd boven de zestig graden brengt. Uiteindelijk, zo is de verwachting, besparen deze huizen zo’n 25 procent op het energiegebruik.

‘Gas en warmte hebben elkaar te lang in rol van concurrent gedrukt’

Reageer op dit artikel