nieuws

Chef bouwzaken Moerdijk strijdbaar Leidinggeven zit Jeanette van Rookhuizen in het bloed

bouwbreed Premium

rotterdam – “Gemeenten moeten samen ervoor zorgen dat de wetgeving op bouwgebied uitvoerbaar blijft. Door de gecompliceerdheid van bijvoorbeeld de bouwbesluiten word je nu als gemeente wel gedwongen de wet hier en daar op te rekken.” Jeanette van Rookhuizen (31), hoofd afdeling bouwzaken, betwijfelt of ze de enige is. Maar dat er weinig vrouwen van haar leeftijd deze functie bekleden, staat buiten kijf.

Lef, dat spreekt uit haar houding, haar kleding en haar uitspraken. Met haar 1,78 meter, vaak begeleid door een forse hak en korte rok, is ze een uiterst vrouwelijke en imposante verschijning. Ze is iemand waarmee zowel medewerkers als externe klanten rekening houden.

Toch liep het begin van haar carriere allerminst van een leien dakje. Grootgebracht in een traditioneel gezin ging ze na het vwo met een compleet exact vakkenpakket scheikunde studeren en op kamers wonen; tegen de zin van haar ouders. Toen die richting toch niet de juiste bleek, was ze een behoorlijke tijd zoekende. Ze moet nu nog lachen als ze terugdenkt aan de beweegredenen van de burgemeester in haar eerste gemeente haar aan te nemen: “Als wij die meid geen kans geven, komt ze nooit aan de bak.”

Niet echt vleiend, maar inmiddels heeft ze die woorden meer dan gelogenstraft. Van baliemedewerkster klom ze in negen jaar via plaatsvervangend bureauhoofd op naar juridisch medewerker bouwzaken bij de gemeente Moerdijk. Daar had ze ettelijke studies en verschillende gemeenten voor nodig.

Gekozen

Net op het moment dat ze dacht ‘en hoe nu verder?’ kondigde haar baas zijn vertrek aan. Nog geen week later koos de voltallige afdeling (op een na) Van Rookhuizen uit haar midden om hem op te volgen. “Omdat ze in Moerdijk naar een andere organisatiestructuur wilden, was de afdeling bang dat het gemeentebestuur de vacature voorlopig helemaal niet zou invullen. Maar de 21 medewerkers wilden niet stuurloos worden”, zegt ze bescheiden. Na enig aandringen voegt ze er schoorvoetend aan toe dat het ook wel met haar kwaliteiten te maken zal hebben. Burgemeester en wethouders gingen akkoord en zo zette de jonge vrouw, die net als veel meisjes er vroeger van droomde stewardess te worden, haar tanden in een leidinggevende functie in toch overwegend een mannenwereld.

Acceptatieproblemen met ‘haar’ zestien mannen en vijf vrouwen kent Van Rookhuizen niet. “Ik zag er vreselijk tegenop om bijvoorbeeld functioneringsgesprekken te houden met mensen waar ik kort daarvoor het bureau nog mee deelde. Maar juist omdat ik door de mensen zelf ben voorgedragen, is het draagvlak groot. Het heeft ook voordelen. Ik ben geen tijd kwijt geweest met het leren kennen van de club. Ik kende ze immers al van haver tot gort.” Ze streeft naar honderd procent rechtvaardigheid en duidelijkheid. “Ze weten altijd precies waar ze aan toe zijn met mij.” Een en een is bij haar altijd twee. Ze heeft het er dan ook moeilijk mee dat de uitkomst van die som onder invloed van tijdsdruk of politieke besluitvormingsdruk, soms toch anderhalf is.

Anders

Ze is ervan overtuigd dat vrouwen anders leiding geven dan mannen. “Hoewel mannen en vrouwen absoluut gelijkwaardig zijn, zijn ze niet gelijk. Mannen gaan uit van feiten, vrouwen ook van gevoelens.”

Ze heeft een hekel aan afgunst en achterklap. “En ik denk dat vrouwen het zich sterker aantrekken dan mannen als er over ze geluld wordt.” Ze vindt dat ze wel een voorbeeldfunctie in de organisatie heeft, maar niet voor vrouwen in het algemeen. “Vrouwen hebben het absoluut niet nodig dat ik voor hen de barricades op ga. Vrouwen die echt carriere willen maken, komen er ook wel zonder mij.” Van Rookhuizen weet zeker dat vrouwen deze eeuw bepaalde dingen niet meer zullen pikken. “Zo is het nu toch nog heel moeilijk echt te bouwen aan een carriere als je ook kinderen wilt. De maatschappij, maar vooral werkgevers, moeten ervan doordrongen raken dat de zorgtaken verdeeld moeten worden, zodat zowel man als vrouw kan stijgen op de loopbaanladder.”

Ondanks de lastige start van haar loopbaan, heeft ze zelf altijd wel geweten dat het leiding geven in haar bloed zat. “Ik bemoeide me altijd graag met de gang van zaken op mijn werk.” Voorlopig kan ze al haar ambitie en haar perfectionisme in deze baan kwijt.

Haar fysieke talenten wil ze nog wel eens gepast misbruiken. Hoewel er in onderhandelingen met bijvoorbeeld architecten of aannemers veel verantwoording bij de medewerkers ligt, moet Van Rookhuizen er in geval van problemen zelf aan te pas komen. Ze trekt dan haar strijdpak aan, het vuurrode, uiterst korte mantelpak. Bij binnenkomst staan de heren, zeker nadat ze ook nog zeer vriendelijk de koffie heeft geschonken, compleet op het verkeerde been. Dat is het moment om toe te slaan en hard, zakelijk en zeer duidelijk op tafel te gooien wat er volgens haar niet deugt en hoe het anders moet. Door deze tactiek zijn de aanwezigen meestal volledig overrompeld.

Regelgeving

Van Rookhuizen is ervan overtuigd dat door de regelgeving in de bouwwereld de gemeenten het werken precies volgens die regels bijna onmogelijk is gemaakt. “Als we echt op alle regels uit de bouwbesluiten zouden toetsen, zou er bijna geen verbouwing meer mogelijk zijn. Elk bestaand pand heeft immers zijn beperkingen. Daar ligt een belangrijke taak voor gemeenten om kritisch naar deze wetten te kijken, zodat de zaken werkbaar blijven.”

Wat zij ook nadrukkelijk de taak van gemeenten vindt, is het maken van een cultuuromslag. “In vroeger tijden leek het wel of ambtenaren er plezier in schepten zich een bepaalde machtshouding aan te meten. Zo van ‘wij bepalen wat en hoe er gebouwd wordt’. Die houding is in deze tijd volslagen misplaatst. Alle ambtenaren moeten beseffen dat zij in hun functie ten dienste staan van de gemeenschap.” Dat besef is in de gemeente Moerdijk _ een jonge dynamische organisatie ontstaan uit de herindeling van drie jaar geleden _ al volop aanwezig. “Op een enkele uitzondering na voelen alle medewerkers zich hier echte dienstverleners. Onze klanten verwachten dat we in zo kort mogelijke tijd een goed product leveren tegen een redelijke prijs. En terecht!”

Ze zou het werken voor een non-profit organisatie niet willen verruilen voor een baan in het bedrijfsleven. “Ik geloof dat ik niet op mijn plaats zou zijn in een organisatie waar alleen winst telt. Bij een gemeente heb je het idee dat je echt iets doet. Dat je echt dienstbaar bent aan de gemeenschap.”

Jeanette van Rookhuizen. Zo nodig trekt zij haar ‘strijdpak’ aan: een vuurrood mantelpak.

Foto: Corne Sparidaens

‘Medewerkers weten precies waar ze aan toe zijn’

Reageer op dit artikel