nieuws

Voor tunnelboren breekt nu de puberteit aan Vraagtekens bij kennisoverdracht

bouwbreed

Vervolg van pagina 1 heinenoord – De Heinenoordtunnel wordt vandaag geopend; de eerste geboorde verkeerstunnel door slappe grond. Mag Nederland zich inmiddels een tunnelborende natie noemen? Beschikken we over een nieuw exportproduct of moeten we nog vooral veel leren? En kwam de kennis, opgedaan tijdens het project, wel overal terecht? Een rondgang langs Nederlandse tunnelbouwers.

“Een risicoloos project was de Tweede Heinenoord tunnel bepaald niet”, repliceert R. Rombouts, algemeen directeur van Ballast Nedam Beton en Waterbouw het commentaar van sommige andere bouwers. Zijn bedrijf was partner in de tunnelcombinatie Heinenoord. “Problemen die zich voordeden, de befaamde blow-out en de lekkende staartafdichting, kwamen wel degelijk voor onze rekening. En wat de verspreiding van kennis betreft: die is via talloze studies van het COB voor iedereen beschikbaar gemaakt.”

Maar hij geeft toe dat hij zich dankzij het proefproject met een stuk meer vertrouwen waagt aan de Botlek- spoortunnel.

Aanjager

Ook ing. J. Admiraal van het Centrum Ondergronds Bouwen beweert dat het project wel degelijk als aanjager gefungeerd heeft voor het boren van tunnels in Nederland. Ook hij wijst op de vele studies die onder de hoede van zijn organisatie het licht zagen. Maar bovendien prijst hij de open houding in de bouwput. Toen het lek in de staartafdichting optrad, zijn zelfs medewerkers van ITM op de bouwplaats poolshoogte komen nemen; het consortium dat in alle stilte een alternatieve tunnelboortechniek uitdoktert.

Admiraal erkent wel dat het anders zit met de verspreiding van de operationele kennis. Die blijft toch grotendeels voorbehouden aan de betrokken aannemers. Je vindt de handigheidjes van het tunnelboren niet terug in de uitgebreide verslagen en onderzoeksrapporten. Admiraal: “Het is net als met autorijden. Je kunt iemand nog zo lang vertellen hoe hij moet autorijden en foto’s laten zien van verkeerssituaties, je leert het pas als je zelf achter het stuur zit. Maar gelukkig was die gelegenheid er ook volop bij de Tweede Heinenoordtunnel. Het zijn zeker niet alleen Duitsers die de boormachine bestuurden. Ook veel Nederlanders hebben aan de knoppen gezeten. En al die mensen kom je nu weer tegen bij de Botlekspoortunnel.

Taalproblemen

De Vries van de BAM-groep zet vraagtekens bij die directe kennisoverdracht. Zijn ervaringen bij de tunnelcombinatie voor de Westerscheldetunnel sterken hem daarin. “Je streeft er als bedrijf natuurlijk naar om zoveel mogelijk mensen achter die boorkop te krijgen om het kunstje te leren, maar in de praktijk doen zich dan al gauw allerlei taal- en communicatieproblemen voor. De boorploeg, boorleider en booringenieur onder de Westerschelde is een vrijwel compleet Duitse aangelegenheid.” De Vries doet zijn uiterste best om als bedrijf zoveel mogelijk kennis te vergaren, maar hij heeft er niet al te hooggespannen verwachtingen van. “Een vergelijkbaar probleem doet zich voor bij overnames van bedrijven. Hoe zorg je dat je de kennis die je binnenhaalt goed verspreidt? Ik heb daar geen pasklaar antwoord voor. De echte kennis zit vooral in mensen, niet in onderzoeksverslagen of kwaliteitssystemen.”

Daarmee beschikt Nederland dus ook lang nog niet over een concurrerend exportproduct? “Dat is inderdaad nog te vroeg”, bevestigt De Vries. “Je moet als bouwer toch minstens twee projecten succesvol afgerond hebben voordat je de kunsten in het buitenland kunt vertonen. Dan zijn we toch zeker drie tot vijf jaar verder. Maar tegelijkertijd is bouwen toch vooral een kwestie van dingen goed organiseren. En daar zijn wij als Nederlanders natuurlijk erg goed in.”

Bestuursvoorzitter J. Janssen van Heijmans NV weigert om uberhaupt na te denken over het exporteren van tunnelboorkennis. Zijn bedrijf is eveneens betrokken bij de bouw van de Westerscheldetunnel en gaat binnenkort aan de slag met het boren van de Sophiaspoortunnel.

“Maar de stap naar het buitenland wagen is nog veel te vroeg”, wuift Janssen de vraag weg. “Het klinkt altijd wel romantisch, bouwen in het buitenland, maar wat een ander goed kan, moet je niet per se zelf willen doen. Ik werk liever dicht bij huis. Dat is al moeilijk genoeg. Over de hele wereld worden al vele tientallen jaren tunnels geboord, dus wij komen echt nog maar net kijken.”

Concurrerend

Minder koudwatervrees heeft Rombouts van Ballast Nedam. Hij zou met zijn bedrijf wel durven inschrijven op een boortunnelproject over de grens, maar niet zonder de partner Wayss en Freytag. Met die partij is de bouwer uit Amstelveen inmiddels ook in de weer voor de Botlekspoortunnel. Hij verwacht ook in het buitenland concurrerend te kunnen aanbieden. Alleen liggen de boortunnelprojecten bepaald niet voor het oprapen.

Iets terughoudender is Admiraal van het COB. Hij verwacht niet dat het zo’n vaart zal lopen en dat Nederlanders al snel in het buitenland zullen boren. “Deze techniek ontwikkelt zich net als een mens. We hebben de kinderjaren achter de rug en nu breekt de puberteit aan. Maar er gebeurt ontzettend veel. Zelfs de veelgeprezen Japanners, die al zeker tien jaar boren in slappe grond, volgen de ontwikkelingen bij ons op de voet. De ontwikkelingen zijn nauwelijks nog bij te houden.”

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels