nieuws

Vier smokkellagen extra voor Queens Nep-bakstenen torens met groene dakplaten langs de A10

bouwbreed

AMSTERDAM – De bovenbouw van de Queens Towers is van rode baksteen. Komende week komen de groene dakplaten op het eerste puntdak. Dit is een gebouwencomplex waarin de ontwerphand van Carel Weeber zichtbaar is; een gebouw dat zal opvallen aan de A10, de weg van de Coentunnel in Amsterdam.

Torens van Amsterdam deel 6 (slot)

Ze heten Beatrix, Juliana en Wilhelmina, samen Queens, en dat omdat het Koningin Wilhelminaplein aan hun voeten ligt. Het World Fashion Center is hun buurman, uitgevoerd in ‘glans en spiegel’, met in- en uitlopende winkeliers uit het hele land die in rijdende rekken hier hun mode-inkopen voor het seizoen doen. In de Queens Towers zal een ander publiek komen: twee torens zijn voor het GAK, een voor accountant Paardekooper en Hoffman.

Nu de prefab bouwpanelen op lange opleggers nog worden aangereden vanuit Belgie is te zien waarom hier in hoog tempo kan worden gewerkt. Aan Carel Weebers baksteen komt geen metselaar te pas. De betonnen elementen hebben een profiel van ruim een centimeter op baksteentjesformaat en dat geheel is donkerrood gespoten. Vanaf de straat, een afstand van zo’n vijftig meter, ziet niemand dat voegen ontbreken en dat de stenen nep zijn.

Slechte markt

Deze torens waren oorspronkelijk begin jaren tachtig al bedacht: een hoge van 62 meter en twee lagere van elk 48 meter. Het plan lag in de ijskast, mede door de slechte markt voor kantoorruimte. Ontwikkelaar Bohemen en de gemeente Amsterdam, later het stadsdeel Slotervaart-Overtoomseveld, hielden de bouwvergunning in het archief. Ruim anderhalf jaar geleden kwam die weer op tafel. De oude plannen hadden een nieuw jasje (van Carel Weeber) gekregen. Op 4 september 1998 sloeg de wijkwethouder de eerste paal, waarbij de loopafstand van vijf minuten vanaf NS- en metrostation Lelylaan met trots werd vermeld.

Nu verrijzen hier twee torens van 62 meter (14 lagen elk) en een van 48 meter (tien lagen). Er zijn vier lagen bijgesmokkeld. Hoe kan dat? Hoofd ruimtelijke ordening van het stadsdeel, H. Metz: “Een klein jaar geleden is de middelste toren van laag naar hoog gegaan. Dat was bedacht voor een klant die het gebouw wilde betrekken als er meer ruimte zou zijn. De klant was belangrijk genoeg om dat te overwegen.” Die belangrijke klant laat op een groot billboard op de bouwlocatie roepen: “GAK kiest hier voor onderscheid in huisvesting”.

Erfpachtgrond

Deze hoogbouw staat op erfpachtgrond die valt onder het oude bestemmingsplan van het AUP (Amsterdams Uitbreidingsplan), dat als bestemming geeft ‘woonwijken en groen’. Metz legt uit dat daar geen hoogten in staan, alleen dat alles is toegestaan wat te maken heeft met woonbestemmingen. “Daar kunnen we in deze tijd niets mee; we moesten een nieuw bestemmingsplan maken of een voorbereidingsbesluit ingevolge artikel 19 nemen en anticiperen op een nieuw bestemmingsplan. Zo is dat eind jaren tachtig gebeurd; de provincie ging akkoord met deze hoogbouw. Maar het bouwplan ging in de ijskast bij de ontwikkelaar. In overleg met ons heeft hij de claim aangehouden.”

Het verhaal van de Queens Towers luidt nu zo, dat het gebouw hetzelfde is gebleven, maar dat het uiterlijk is veranderd. Een nieuwe bouwverguning was niet nodig; wel een nieuw voorbereidingbesluit.

Wat zijn de normen voor hoogbouw van dit stadsdeel dat zich uitstrekt aan weerszijden van de A10? Metz: “Er is geen normstelling. Wel kijken we naar bezonning, naar de vlieghoogten van Schiphol, naar de ruimtelijke structuur van het gebied. Tegenwoordig is er ook de Hoogte Effect Rapportage, maar die was er nog niet bij de eerste goedkeuring in de jaren tachtig van deze torens.” Omdat er altijd al gedacht is aan een toren van 62 meter, kon de tweede toren binnen die geaccepteerde hoogte vallen, aldus Metz. Voor hem zijn de eisen die de Rijksluchtvaartdienst stelt in verband met vlieghoogten van Schiphol het meest belangrijke richtsnoer voor hoogtebesluiten in Amsterdam.

Veranderingen zijn er wel aangebracht in de parkeernorm. Er zijn minder eigen parkeerplaatsen en meer openbare plekken gekomen. Deze snelweglocatie kreeg een ander aanzien door de rijksdefinities van A-, B- en C-locaties in de Vierde Nota Ruimtelijke Ordening. Het werd een B-locatie met te veel parkeerplaatsen. Omdat er meer kantooroppervlak in de extra torenhoogte ontstaat, hoefde het aantal parkeerplaatsen niet drastisch te worden beperkt. Een kleine aanpassing was wel noodzakelijk.

Razendsnel

De projectleider die optreedt voor architect Carel Weeber is ing. W. Benschop. Voor hem is het meest opmerkelijk aan de Queens Towers de snelle bouwtijd. “We zijn een jaar geleden begonnen en het gaat razendsnel”, zegt hij. “Vanwege de gewenste snelheid hebben we veel in prefab gedaan. Het is aanbesteed, ik denk dat het bij toeval bij een Belgisch bedrijf is terechtgekomen. De hoofdaannemer is overigens BBTN in Heerhugowaard.” Andere opmerkelijke kanten zijn volgens de projectleider de gecombineerde metselwerkgevel, de vlakke glasgevel, die nog tussen de penanten moet komen, en het markante dak met groene dekking. “Iedereen zal zeggen: ik ben bij dat bakstenen gebouw met het groene dak aan de A10.”

Onder de puntdaken wordt veel techniek weggestopt. Het gebouw herbergt een moderne technische uitrusting in verwarming en koeling: koud grondwater zal in de zomer worden gebruikt voor koeling; overtollige zomerwarmte wordt in het water opgeslagen voor winterse verwarming. Radiatoren zijn er niet. Makelaar Boeren bij Zadelhoff VOF, die de verhuur heeft geregeld, prijst de kolomvrije vloeren die ‘eindeloze indeelbaarheid’ mogelijk maken, de afwerking die ontwikkelaar Maarsen Bouw eist en de uitstraling van ‘een lollig gebouw’.

Enorme kranen

Bij kraanbedrijf Wolf, leverancier van de twee enorme kranen die de prefab stukken plaatsen, zegt woordvoerder DeSmet: “Er is een tendens naar steeds zwaardere stukken in de prefab. Niet alleen bij ons in Belgie. Wij kregen deze klus omdat we heel snel de kranen beschikbaar hadden, het moet hier allemaal vlug. En wij horen tot de weinige bedrijven die deze hoogte aankunnen. Er zit 82 meter onder de haak, op een rijdend onderstuk van twaalf bij twaalf meter.”

Vreemd

In april 2000 betrekt het GAK de middelste toren (Juliana, 62 meter) en vervolgens Beatrix (48 meter), die het dichtst tegen het World Fashion Center aan ligt. Tegen oktober 2000 betrekt Paardekooper en Hoffman de Wilhelmina-toren (62 meter).

Nog staan de rode bakstenen wat vreemd tussen de koele jaren-zestigarchitectuur van de westelijke Amsterdamse omgeving, vaak rechttoe-rechtaan. Komt er meer van deze sfeer, is de vraag aan hoofd Ruimtelijke Ordening Metz van het stadsdeel. Hij zegt: “De jaren-zestigarchitecten waren erg zakelijk, soms zelfs wat saai. Wij als stadsdeel willen wel dat het hier aan de strakke kant blijft, maar het mag wel wat vrolijker, zoals dit gebouw. Nee, de Welstand is het daar niet helemaal mee eens.”

Dit is de zesde en laatste aflevering van een serie artikelen over hoogbouw in Amsterdam, die deze maand in Cobouw verschijnt. De vorige afleveringen verschenen op 2, 4/6, 8, 10 en 14 september.

Vanaf de straat ziet niemand dat voegen ontbreken en dat de stenen nep zijn.

Foto’s: Richard Whitehead

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels