nieuws

Reintegratie wao’ers loopt soepeler

bouwbreed

Sfb maakt ruim gebruik van subsidie-instrumenten

Van onze redactie economie

amsterdam – Het reintegratiebeleid voor wao’ers begint zijn vruchten af te werpen. Dit blijkt uit cijfers van het Landelijk Instituut Sociale Verzekeringen (Lisv). Bij het Sfb komt ruim een op de drie reintegratiegevallen ook weer aan het werk.

Een jaar Wet reintegratie arbeidsgehandicapten toont aan dat de financiele prikkels die daarin zitten, langzaam maar zeker hun werk beginnen te doen. De uitvoeringsinstellingen sociale verzekeringen – voor de bouw Sfb-uosv – hebben voor ruim 82.800 arbeidsgehandicapten activiteiten ondernomen om hen terug te laten keren naar de arbeidsmarkt. Dat heeft voorlopig geresulteerd in 10.690 wao’ers die weer aan de slag zijn gegaan bij hun eigen of een andere werkgever.

Voor het Sfb ligt het percentage geslaagde reintegraties zelfs aanzienlijk hoger. In totaal zijn 5728 arbeidsgehandicapten geregistreerd voor reintegratie. Uiteindelijk hebben 1986 van hen weer werk. Het merendeel daarvan, 1214, is geplaatst bij een andere werkgever of als zelfstandige aan de slag gekomen.

Oude functie

Bij de eigen werkgever zijn 235 gereintegreerden in dienst in hun oude functie en 223 in een andere functie. Voor 168 is wel bemiddeling bij de reintegratie ingekocht bij arbeidsvoorziening, maar dit heeft (nog) niet geresulteerd in het vinden van werk.

Zoals bekend geeft de Wet REA de mogelijkheid voorzieningen voor reintegratie te subsidieren. Dat kan gaan van scholing tot loonsuppletie en aanpassing van de werkplek.

Het Sfb heeft in totaal 2984 van dit soort instrumenten ingezet voor 2382 arbeidsgehandicapten. Ruim een derde daarvan, 1087, is gaan zitten in plaatsingsbudgetten bij een andere werkgever. In 571 gevallen ging het om scholing van de werknemer. Aanpassing van de werkplek gebeurde in 470 gevallen.

Opvallend is dat het merendeel van de reintegraties tot stand komen zonder inschakeling van arbeidsvoorziening.

Het Lisv waarschuwt er overigens voor dat het hier om voorlopige cijfers gaat die ook niet altijd betrouwbaar zijn. Dit heeft te maken met het feit dat uitvoeringsinstellingen onderling verschillende manieren van registreren hanteren.

Bovendien kan er, zoals bij het Sfb het geval is, sprake zijn van onderregistratie. Of daardoor de cijfers voor het Sfb in werkelijkheid hoger zijn, valt echter ook niet te zeggen.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels