nieuws

Meer glamour misstaat ingenieur niet

bouwbreed

Ad Tissink

den haag – Niet alleen Nederlandse ingenieurs gaan gebukt onder een gebrek aan erkenning; ook buitenlandse collega’s lijden aan een minderwaardigheidscomplex. Dat bleek tijdens de jaarvergadering van de Fidic in Den Haag.

Zeshonderd raadgevend ingenieurs uit meer dan vijftig landen vergaderden deze week over hun maatschappelijke rol. Gingen de jaarvergaderingen van de wereldorganisatie van raadgevend ingenieurs, Fidic, vroeger over de technische en economische haalbaarheid van projecten, tegenwoordig is de blik aanzienlijk ruimer. Met het toetreden van biologen, milieukundigen en andere disciplines tot de ingenieursbureaus zijn automatisch ook die onderwerpen op de agenda van de jaarlijkse Fidic-vergadering gekomen.

Bij de vergadering die gisteren in het Haagse Congresgebouw werd afgesloten, stond zelfs public relations op het programma. Wie de bladen van Nederlandse ingenieursorganisaties volgt, weet al langer dat de vaderlandse ingenieurs aan een soort minderwaardigheidscomplex leiden. Maar volgens Renko Campen, gastheer van het Fidic-congres en lid van de Raad van Bestuur van DHV, is dat niet louter een nationaal maar een internationaal probleem. Het ingenieursvak spreekt weinig tot de verbeelding, heeft moeite om nieuwe mensen te werven en de honorering schiet eigenlijk ook te kort. Wat dat betreft doen collega-raadgevers, als managementconsultants en accountants, het volgens Campen vele malen beter.

Om het imago op te krikken, moeten ingenieursorganisaties zich meer bedienen van pr, verwoordt Campen de mening van de congresdeelnemers. Dat begint met het onderkennen van pr als afzonderlijke discipline. Verder moeten ingenieursorganisaties wellicht prijzen in het leven roepen, zoals ook veel gebeurt bij andere beroepsgroepen. Met de uitverkiezing van de ingenieur van het jaar of iets dergelijks, kan het vak zichzelf regelmatig in de schijnwerper plaatsen en wat meer glamour verschaffen.

Kennismanagement

Uiteraard stond er meer op de agenda. In talrijke sessies werden trends besproken die van belang zijn voor het werk van de raadgevend ingenieur. Een belangrijke ontwikkeling waar bureaus zich voor geplaatst zien is volgens Renko Campen kennismanagement. De manier waarop kennis binnen de ingenieurswereld wordt gemobiliseerd, moet volgens Campen veel professioneler. “Een mens kan van ongeveer zestig mensen overzien welk werkterrein zij bestrijken. Hoe zet je dan bij de grote interdisciplinaire projecten de juiste kennis in? Dat hangt nu nog voor een belangrijk deel van toeval af. Om dat beter gefundeerd te doen, zijn geavanceerde kennissystemen nodig. Niet per ingenieursbureau, maar liefst binnen een groter verband.”

Nederland zou als het aan Campen ligt leidend moeten zijn bij de opzet van zo’n kennisnetwerk op het gebied van waterbouw. De DHV-bestuurder verwacht dat ingenieursbureaus in de toekomst ook zullen worden afgerekend op de waarde van zo’n netwerk. Net zo goed als hij denkt dat er geld te verdienen valt met het makelen van kennis.

Investeringen

Maar voorlopig vergt het vooral investeringen. Er moeten grote kennisnetwerken worden opgezet, gebaseerd op geavanceerde internettechnieken die niet langer 23.000 hits opleveren na het invullen van relevante trefwoorden.

En daarmee is Campen terug bij af. Want het raadgevend ingenieursschap vergt dus steeds grotere investeringen, terwijl opdrachten vaker in internationale tenders tegen scherpe prijzen moeten worden verkregen. Het was volgens Campen altijd al zo dat iemand die veel geld wil verdienen beter in de handel kan stappen. Maar als een belangrijke vormgever van de maatschappij, verdient de ingenieur meer erkenning; ook in geld. Hij komt er nu vaak te bekaaid vanaf.

‘Wie veel wil verdienen, kan beter de handel in’

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels