nieuws

Grond

bouwbreed

Nu wordt er nog op gevoetbald. Over een paar jaar staan er huizen die samen met de grond anderhalf miljoen gulden per stuk hebben gekost. Op een voetbalveld kun je ook wonen. De gemeente heeft de voetbalclub de huur opgezegd en vervolgens het verkavelde voetbalveld voor 600 gulden per vierkante meter in de aanbieding gedaan.

Denk nu niet, dat je daarna kunt bouwen wat je wilt. Er zijn dwingende vormvoorschriften. Of en in hoeverre de gemeentelijke opzet slaagt zal de komende maanden blijken. De beoogde opbrengst is voor een groot deel al besteed. Een aanpalend park is uitgebreid en gerenoveerd.

Wat is er nu bijzonder aan het voorgaande? Misschien niet veel. De eigenaar van een stuk grond weet een leuke prijs bij verkoop ervan te incasseren. De eigenaar kan dit verwezenlijken door de bestemming van de grond te wijzigen. Voor sommigen een troost: de (extra) opbrengst van de grondverkoop wordt aangewend voor een collectief doel, een park.

Dat het voetbalveld veel geld kan opbrengen, hangt samen met de ligging van de grond. Maar ook met het ontbreken van een woonbestemming van veel andere grond. Uitgetild boven de provinciestad die hier aan de orde is, kan landelijk hetzelfde beeld worden geschetst. Nog steeds kan meer dan tachtig procent worden bebouwd. Het overgrote deel van het land is immers in gebruik als land- en tuinbouw of is bos. Het te bebouwen areaal wordt maar mondjesmaat uitgebreid.

Lang van te voren wordt aangekondigd waar mag worden gebouwd. Eind jaren tachtig waren deze gebieden al langer bekend. Voor het uitbrengen van de Vierde Nota Ruimtelijke Ordening Extra (Vinex) werden al overeenkomsten voor aankoop gesloten, of opties daartoe.

Niet alleen werd toen reeds gewaarschuwd voor het prijsopdrijvende karakter van het vroegtijdig bekend worden van de locaties, de kunstmatige schaarste van woningbouwgrond werd als voordeel gezien. Gemeenten zouden een premie kunnen incasseren bij de verkoop van bouwgrond. Deze premie kon worden ingezet om de beoogde 30 procent sociale huurwoningen voor een acceptabele prijs beschikbaar te krijgen.

Bij nadere beschouwing lagen lang niet alle gemeenten aan het voorspeen.

Projectontwikkelaars en speculanten sloegen hun slag. Iedereen weet immers dat de sleutel om te kunnen bouwen de beschikking over grond is. Toen de meeste Vinex-grond van eigenaar verwisseld was, kregen de gemeenten een wettelijk voorkeursrecht als grond te koop wordt aangeboden. Op zich hoeft dit niet tot prijsbeheersing te leiden. Het voorkeursrecht is niet gebonden aan een vastgestelde prijs.

Rond Utrecht wil een aantal grondeigenaren samen met anderen de woonbestemming van eerst tuinbouwgrond realiseren. In eerste aanleg geeft de rechter deze eigenaren gelijk nadat de gemeente dit recht betwistte. Mijn indruk is dat zij dit recht graag zouden inleveren als de gemeente voldoende over de brug zou komen.

Of het nu om het voetbalveld of om de tuinbouwgrond rond Utrecht gaat; de overheid bepaalt de bestemming. De premie van de bestemmingsverandering is voor de eigenaar. Rond Utrecht gaat het om een samenspanning van grondeigenaren en een kleine ontwikkelaar. Sommigen betichten de ontwikkelaar van speculatie.

Zelf ontdek ik in de partijen die een rol spelen in het realiseren van woningen slechts graduele verschillen. Het verschil tussen de gemeente en de echte speculant is de bestemming van de opbrengst. Maakt dit voor de consument iets uit? Niets dus, hij is even duur uit.

Ik geef graag toe, dat ik het gerenoveerde park verkies als aanwending voor de premie die het restrictief grondbeleid oplevert boven het vullen van de zakken van speculanten. De consument betaalt het gelag. Op enkele uitzonderingen na. Kunstmatig betaalbaar gehouden sociale koopwoningen, of anderszins in bestemmingsplannen voordelig gehouden woningen kennen een forse winstpremie bij snelle doorverkoop.

Waarom moeten de gemeenten in deze gevallen via een kettingbeding nog mee profiteren? Geen gezeik, iedereen rijk.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels