nieuws

Ballast Nedam op internationaal drijfzand

bouwbreed

den haag – Het gaat niet goed met Saoedi-Arabie en dus gaat het niet goed met bedrijven die voor de familiestaat werken. Een goed voorbeeld is Ballast Nedam International (BNI) dat vergeleken met de ‘wilde jaren’ tegenwoordig niet meer dan een zakcentje verdient in het woestijnland. Ook in Suriname is de gang van zaken weinig voorspoedig. Niet in de laatste plaats omdat daar rond de bouw van twee bruggen geruchten over corruptie hangen.

De problemen in Saoedi-Arabie houden onder andere verband met de Golfoorlog in het begin van de jaren negentig en de lage olieprijzen. In ruil voor de militaire steun drongen de Verenigde Staten de Saoedische staat tegen vooruitbetaling een aanmerkelijke uitbreiding van het arsenaal op. Eind vorig jaar boekte het land een binnenlandse schuld van zo’n 262 miljard gulden wat overeenkomt met ruim 98 procent van het bruto binnenlands product. De lage olieprijzen verminderden de inkomsten met ongeveer een derde. Saoedi-Arabie financiert ongeveer tweederde van de begroting met olie- en gasgelden. Het uiteindelijke tekort werd vorig jaar op minimaal 5,6 miljard gulden geschat en zou tot zelfs 26,6 miljard gulden kunnen oplopen.

Oninbaar

Met die wetenschap in gedachten is het niet verwonderlijk dat de aandacht van het Saoedische bestuur naar andere kwesties uitgaat dan naar het betalen van een Nederlandse aannemer. Open staat nog een rekening van zo’n 300 miljoen gulden, waar wekelijks meer dan 300.000 gulden rente bijkomt. Dat laatste kan BNI als oninbaar afboeken; de islam verbiedt namelijk rentevergoedingen. De rentelasten liepen daardoor in 1998 op tot zo’n 15 miljoen gulden. Dat alles steekt schril af tegen de tijd dat het concern voor minstens 1 miljard gulden aan buitenlandse opdrachten in portefeuille hield. Begin dit jaar kwam dat totaal niet verder dan 427 miljoen gulden. De recente halfjaarcijfers rekenen een omzetdaling van 40 procent voor en een eindbedrag van 300 miljoen gulden.

Behalve in Saoedi-Arabie is ook in Zuidoost-Azie de gang van zaken weinig voorspoedig. Ook de andere internationale markten besteedden in 1998 en de eerste helft van 1999 weinig grote infraprojecten aan. In het laatste kwartaal van 1998 kreeg BNI niet meer dan 50 miljoen gulden aan orders. In die periode bracht Saoedi-Arabie voor ruim 40 miljoen aan bouw- en onderhoudscontracten in. Bouwen buiten Europa leverde het concern vorig jaar 427 miljoen gulden op, 761 miljoen minder dan in het voorgaande jaar. Zicht op herstel is er nog nauwelijks. De economieen in het zuidoosten van Azie herstellen nog steeds van de crisis. En ook Saoedi-Arabie werkt nog steeds de gevolgen van de Golfoorlog en de lage olieprijzen weg.

Wespennest

Dan is er ook nog het wespennest Suriname. Daar bouwt het concern een brug over de Coppename- en een over de Surinamerivier. De overheid moet volgens contract in termijnen 200 miljoen gulden voor november 2000 voldoen. Op 30 juli ondertekenden de Surinaamse minister van Financien en Ballast Nedam Tetha, de financieringsmaatschappij van het concern, een leningsovereenkomst van 70 miljoen gulden om de betalingsachterstand in te lopen. Het contract werd in de plaatselijke kranten afgedrukt maar beide partijen ontkennen het bestaan ervan. En niet zonder reden. Ballast Nedam eist dat Suriname de rekening betaalt met inkomsten uit de bauxietsector, dezelfde inkomsten waarmee het land in de afgelopen jaren het land overeind hield en de ambtenaren betaalde. Rond de twee bruggen hangen ook geruchten over steekpenningen. Het concern zou onder de tafel 20 miljoen gulden hebben verstrekt aan invloedrijke Surinamers. Die zouden in ruil daarvoor hebben gezorgd dat goedkopere aannemers het nakijken kregen.

Topman J.W. Ludwig van Ballast Nedam. Foto: Dijksta

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels