nieuws

Aedes geeft Kosovaren hoop

bouwbreed

peja – Overal ligt puin en as, de badkamer en balustrade zijn kapotgeslagen, ramen en deuren zijn verbrand. Desondanks is Sali Sheremeti niet wanhopig. Hij heeft tenminste weer een dak boven zijn hoofd en hoopt voor de winter een kamer in zijn woning in Peja bewoonbaar te hebben.

Sheremeti is de eerste die heeft geprofiteerd van het dakenproject van corporatiekoepel Aedes. Zijn huis is een van de zeven die inmiddels van een dak zijn voorzien. De bedoeling is dat er nog tweehonderd daken worden geplaatst voordat de winter invalt. Of dat lukt is nog maar de vraag, want het project kampt met tegenslag. Gebrek aan hout, dakpannen en materieel zorgt voor ernstige vertraging.

Het concept leek zo simpel. Nederlandse corporaties zamelden in korte tijd 1,6 miljoen gulden in voor Kosovo. Peter Korzelius van Aedes reisde in juli naar Kosovo en kwam vol goede moed terug. De eerste aanbestedingen waren gedaan en alles wees er op dat het project van tweehonderd daken voor de inwoners van Peja voorspoedig van start zou gaan.

Voortvarend

De herbouw van het dak van het huis van Sheremeti verliep inderdaad voortvarend. Materiaalproblemen deden zich nog niet voor. De plaatselijke timmerman kon voor dit ene dak zonder problemen de benodigde onderdelen leveren. Familie en vrienden staken de handen flink uit de mouwen en binnen een week was de kap klaar.

Momenteel is hij samen met zijn zoons bezig de muren van een kamer af te bikken om daarna van een nieuwe stuclaag te kunnen voorzien. Het streven is een kamer voor de winter bewoonbaar te hebben. Sheremeti’s familie werd in maart verbannen naar Montenegro. Door de weerzinwekkende reis verzwakte zijn vrouw zo ernstig, dat zij kort na aankomst in een vluchtelingenkamp overleed. Zijn broer is vermoord. Gevolg is dat Sheremeti de zorg heeft voor zijn eigen kinderen en die van zijn broer. Sinds zijn terugkeer in juni slaapt hij tijdelijk in een soort kolenhok onder het huis waar met moeite een bed in past. De kinderen logeren bij familie elders in de stad.

Album

Een kilometer verderop staat het huis van wijlen Selman Lajqi dat inmiddels ook van een Aedes-dak is voorzien. Hij was een hoge militair bij het UCK en kwam enkele maanden geleden tijdens de oorlog om. Vol trots haalt de weduwe Lajqi de foto’s van de herbegrafenis in juli tevoorschijn: de ‘bodybag’ in een kist, saluutschoten, de laatste kus en een eregraf in de heuvels in een album.

Zolang de herstelwerkzaamheden aan het huis voortduren, logeert de weduwe samen met haar schoonfamilie – inclusief acht kinderen en oma – in een tent van UNHCR in de tuin naast het huis. Ook het schuurtje dient als slaapplaats.

In een gangetje staat een wasmachine, maar zonder water en stroom zal die voorlopig niet draaien. De badkamer met blauwe tegels en sanitair is kapotgeslagen en onbruikbaar. De gesmolten elektriciteitskast met acht schakelaars hangt nog aan een draad aan de muur te bungelen.

Neef Fatos Lajqi pakt een ingelijste foto van de held in gevechtstenue en laat die vol trots aan iedereen zien. Vervolgens toont hij zijn kamer in het huis. Een beroete leegte met een dikke laag as op de vloer is alles wat rest van de tienerkamer. Fatos is in het vluchtelingenkamp naar school geweest en hoeft pas in november weer lessen te volgen. Zijn klasgenoten moeten de stof nog inhalen. Hij wil graag tandarts worden.

Het succes van de eerste zeven daken houdt de twee medewerkers van Aedes gemotiveerd. Bouwkundige Peter van Buuren en financieel deskundige Carla van den Nieuwenhoven rekenen avond aan avond aan nieuwe mogelijkheden om het project vlot te trekken.

Op pagina 3: ù Halfverwoest Peja krabbelt weer op. ù Tycoon Dukagjini kan beloofd hout niet leveren.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels