nieuws

Tijd dringt voor historisch centrum van Paramaribo

bouwbreed

Vervolg van pagina 1 paramaribo – Paramaribo is met een vrijwel volledig uit houten gebouwen opgetrokken centrum uniek in de wereld. Maar dat unieke karakter dreigt verloren te gaan door branden en achterstallig onderhoud, en als gevolg van een gebrek aan bewustzijn onder de Surinaamse bevolking. De autoriteiten knokken om de hoofdstad op de Werelderfgoedlijst van de UNESCO te krijgen. Of dat ook lukt, wordt in december van dit jaar beslist. Voor veel gebouwen komt die aandacht echter te laat.

In de zeventiende eeuw was Paramaribo niet meer dan een dorp. Achter het in 1667 gebouwde Fort Zeelandia werd in die tijd begonnen met de eerste stadsaanleg. De leegte tussen het Fort en de eerste bebouwing werd later wat nu het Onafhankelijkheidsplein is, dat pas in de negentiende eeuw een stedelijk karakter kreeg. De eerste straten, naar Hollands voorbeeld vrij smal, werden in oost-west richting aangelegd op de harde schelpritsen die zich daar van nature bevonden.

De invloeden in de bouw zijn duidelijk Europees, hoewel hier en daar ook Amerikaanse stijlen te vinden zijn. Aan het einde van de zeventiende eeuw is de invloed van de Franse Lodewijk-stijlen groot, wat blijkt uit het feit dat het rococo-ornament uit de tijd van Lodewijk XV nog altijd in het straatbeeld kan worden aangetroffen, zoals bij het Hof van Justitie aan het Onafhankelijkheidsplein. Ook het Classicisme uit de periode van Lodewijk XVI is met regelmaat toegepast. Maar ook de Duitsers, door de komst van de Evangelische Broedergemeente, en de Engelsen, die de kolonie van 1804 tot 1816 bestuurden, hebben een vinger in de pap van de architectuur gehad.

Ondanks al deze invloeden heeft Paramaribo, door te bouwen in overeenstemming met het klimaat en het gebruik van vooral lokale materialen, zich ontwikkeld tot een stad met een eigen karakter. De stad telt momenteel bijna een kwart miljoen inwoners.

Kwetsbaar

Een felle brand enkele maanden geleden in het centrum van de stad, heeft opnieuw aangetoond hoe kwetsbaar Paramaribo is. Tal van houten winkelpanden en woningen gingen in vlammen op, niet in de laatste plaats omdat de Surinaamse brandweer dermate slecht is uitgerust dat het vuur bijna vrij spel had. Ook bij andere branden is in de afgelopen jaren gebleken dat de spuitgasten totaal niet zijn opgewassen tegen de gretigheid van de vlammen, die zich moeiteloos een weg banen langs het eeuwenoude hout. Dramatisch dieptepunt tot nu toe was de brand die in augustus 1996 het monumentale parlementsgebouw en enkele ministeries in de as legde.

Maar veel panden die niet ten prooi vallen aan het vuur, rotten vanzelf wel weg omdat de eigenaren geen geld willen of kunnen spenderen om het verval tegen te gaan. De overheid loopt daarbij voorop: twintig procent van de monumentale panden in het centrum van de stad is in bezit van de staat. Een wandelaar in Paramaribo plukt die gebouwen er vrijwel moeiteloos uit: verveloos staan ze erbij. Daar tussenin staan, zo lijkt het, willekeurige moderne panden die schril afsteken tegen de historische omgeving.

Gedrocht

Het meest recente staaltje hiervan is de conferentiezaal die vorig jaar in opdracht van de regering van president Jules Wijdenbosch werd gebouwd op het Onafhankelijkheidsplein, pal tegenover het presidentieel paleis. Een prestigeproject van het staatshoofd, dat begin dit jaar zijn collega’s uit de regio op gepaste wijze wilde ontvangen voor een conferentie. Het ontwerp van architect Arie Verkuyl, die toch al heel wat hoogstandjes heeft geleverd, wordt door de meeste Surinamers een misplaatst gedrocht genoemd.

Nederland heeft sinds 1995 bijna vier miljoen gulden beschikbaar gesteld voor het herstel en behoud van monumenten in Paramaribo. Zo’n 1,5 miljoen werd in het eind vorig jaar opgeleverde presidentiele paleis gestopt, ruim een miljoen was bestemd voor noodzakelijke renovatiewerkzaamheden aan het historische Fort Zeelandia en vijf nabijgelegen houten officierswoningen. Verder werden drie kerken opgeknapt en werd een miljoen gulden gereserveerd voor het opzetten van de Stichting Gebouwd Erfgoed.

De stichting werd twee jaar geleden opgericht als beheersinstituut voor de monumentenzorg. Stephan Fokke, die belast is met de dagelijkse leiding, zegt dat het vooral schort aan afdoende wet- en regelgeving in Suriname om een adequaat monumentenbeleid te kunnen voeren. “Veel eigenaren weten niet wat wel en niet moet en mag. Daar zit een stukje voorlichting in, waar we nu mee bezig zijn. Daarnaast hopen we dat de nieuwe Monumentenwet op korte termijn van kracht wordt.”

De Stichting gebouwd Erfgoed heeft 255 monumenten in de binnenstad in kaart gebracht die voor aanmerking komen voor plaatsing op de Werelderfgoedlijst. Fokke: “We concentreren ons in eerste instantie op Paramaribo. We moesten toch ergens beginnen. Maar in een later stadium zullen we zeker ook in de districten aan het werk gaan. Want ook daar staan prachtige panden die niet verloren mogen gaan.”

Een voorvechter voor het behoud van de monumenten in Paramaribo is Arthur Tjin A Die, een van de meest vooraanstaande architecten van het land. Hij ontwierp in de afgelopen decennia onder meer drie van de vier ziekenhuizen en verschillende hotels in de hoofdstad, en was mede-auteur van een boek over de architectuur in Paramaribo tussen 1667 en 1930.

Zotten

Over het bewustzijn van de Surinamers ten aanzien van het belang van een goed monumentenbeleid, is Tjin A Die somber gestemd. “De mensen die zich in Suriname zorgen maken om het behoud van monumenten zijn een paar zotten, waaronder ik. Anderen vinden het erg als historische gebouwen verdwijnen, wij vinden het verschrikkelijk. Veel mensen zien de monumenten als een soort erfgoed dat ons is opgedrongen door Nederland. Men vergeet echter dat het in historisch en toeristisch opzicht van enorme waarde is. Ik heb in de wereld maar zelden plaatsen gezien waar zo veel monumenten in samenhang bij elkaar staan als hier. Zonder hulp van Nederland blijft daarvan niets overeind staan.’

Volgens Tjin A Die mogen Surinamers hun verleden niet negeren en heeft het geen zin om Nederland verwijten te maken. “Driehonderd jaar kolonisatie kun je niet in een dag vergeten. We hebben in die tijd vijf grote immigratiegolven meegemaakt: negers, kolonisten, Hindoestanen, Javanen en Chinezen. Waarbij Nederland kans heeft gezien om al die mensen een gezamenlijke taal te laten beheersen. Historisch gezien is er dus een grote affiniteit, een grote mate van ambivalentie.”

Dat de verstoorde relatie tussen politiek Den Haag en Paramaribo de Nederlandse inspanningen zullen beperken, staat volgens Pieter-Jan Kleyweg de Zwaan buiten kijf. Hij is werkzaam bij de Nederlandse ambassade in Paramaribo en nauw betrokken bij het monumentenbehoud. “Er is geen beleidsoverleg meer, dus er worden geen nieuwe projecten meer goedgekeurd. Dat heeft onder meer gevolgen voor de houten kathedraal, een uniek gebouw dat hard aan renovatie toe is om ineenstorting te voorkomen. Er is twee miljoen gulden voor beschikbaar, maar de politieke impasse staat goedkeuring van het project in de weg.”

“De Nederlandse inspanningen staan los van de discussie over de rol van Nederland in Suriname. Want of je het nou linksom of rechtsom benadert, het cultureel erfgoed bestaat en is de ziel van deze stad”, meent Kleyweg de Zwaan. “Onze bemoeienis is tekenend voor het feit dat, zeker in Nederlandse ogen, het gemeenschappelijk belang voor behoud van de monumenten van enorm belang is. Er is geen land ter wereld waar we op dat gebied zoveel doen. Die inspanningen kunnen overigens voor een groot deel op het conto worden geschreven van de vorige ambassadeur, Schelto van Heemstra. Hij heeft het belang ingezien van een goed beleid om de monumenten voor Suriname te behouden.”

Trots

“We krijgen weleens het verwijt van ‘waar zijn jullie nou mee bezig, kunnen jullie je niet beter druk maken om armoede bestrijding.’ Maar dat is niet terecht. In de afgelopen jaren heeft Nederland hier vierhonderd miljoen gulden uitgegeven, waarvan hooguit een procent aan het behoud van monumenten. En we merken gewoon dat het de mensen hier een gevoel van trots geeft om een mooie stad te hebben. Dat bevordert ook het welzijn, je geeft ze een gevoel van eigen identiteit, dat ze een eigen geschiedenis hebben. Dat komt alleen maar ten goede aan een volk.”

Voor Suriname is alleen al om die reden plaatsing op de Werelderfgoedlijst van de UNESCO van groot belang, omdat dit het binnenhalen van andere buitenlandse fondsen een stuk eenvoudiger maakt. Stephan Fokke heeft goede hoop dat in december een positief besluit valt, ondanks het feit dat aan Surinaamse zijde niet al het huiswerk is gedaan. “Paramaribo is te mooi en bijzonder om verloren te gaan.”

‘Monumenten soms als opgedrongen erfgoed beschouwd’

Als panden al niet ten prooi vallen aan het vuur, rotten ze vanzelf weg.Foto: Daniel Brundl

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels