nieuws

Museumplein doelwit luie journalisten

bouwbreed

Er zouden honden naar beneden zijn gevallen. Alle kranten hadden het ANP-bericht klakkeloos overgenomen. ‘Klachten over nieuw Museumplein stapelen zich op.’ Fietsers en voetgangers botsen er op elkaar, bussen passen niet in de parkeergarage en honden vallen van het verhoogde grasveld. Herstel: zouden zijn gevallen. Naar verluidt. Naar wordt beweerd. Mogelijk.

Ja, zo krijgen ze de krant wel vol, die luie journalisten. Laat Amsterdammers maar klagen. Alles is te gebruiken als bron. Iemand kalkt ‘Kut-ramp’ op de skatebaan en voila, weer een klacht.

“Ook de parkeergarage voor bussen voldoet niet geheel aan de verwachting. Hoge bussen en dubbeldekkers passen er niet in.” Hoezo verwachting? Van wie? Wanneer? Al jaren geleden heeft iedereen op de bouwtekeningen kunnen zien hoe hoog de garage zou worden. Dus was allang bekend wat zou passen. Echt ernstig is natuurlijk dat fietsers en voetgangers “het spoor bijster raken” zodat “al menige botsing” zich heeft voorgedaan. Toen ik dat las, ben ik onmiddellijk afgereisd naar de hoofdstad. Provinciaal die ik ben, werd ik op weg naar het Museumplein natuurlijk al een paar keer bijna van de sokken gereden en toen ik onder het Rijksmuseum doorliep vergat ik al de stoep te nemen, maar inderdaad, daarna, op het Museumplein, o sensatie, ging iedereen, fietsers, voetgangers, huisdieren, brommers, kinderwagens, dat ging zomaar allemaal kriskras door elkaar!

Wat in elk voetgangersgebied standaard praktijk is, is blijkbaar voor Amsterdammers nog een hele schok.

Maar serieus. Er is een toenemende neiging waar te nemen in de media om grote bouwprojecten af te zeiken. Jarenlange planning wordt de maat gemeten aan de hand van de eerste kinderziektes. Succes wordt liefst gebagatelliseerd. Het oplopende gras van het Museumplein moet dienst kunnen doen als podium, “maar wordt vooralsnog vooral gebruikt als zonneheuvel”, schrijft de journalist wrevelig, alsof het een schandaal betreft.

Het miserabele verhaal eindigt met een soort voordeel van de twijfel. Het plein moet een rustpunt worden in de stad, en “dat lijkt niet geheel onmogelijk”. Lijkt. Zou kunnen. Wellicht. Gedeeltelijk. Voor het geval het een succes wordt, hebben we ons ingedekt.

Zo wassen luie Nederlandse zomerkranten de handen in onschuld ten koste van de reputatie van ontwerpers en bouwers.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels