nieuws

Elektronica moet natuur helpen bij klimaatregeling

bouwbreed

Vervolg van pagina 1 den haag – Nadat een aantal voorlopers succes boekten, is het aantal gebouwen met een minimum aan installaties snel toegenomen. Er is zeer zeker sprake van een trend onder ontwerpers om het binnenklimaat zoveel mogelijk met natuurlijke middelen te beheersen. Het gaat om ‘slimme’ ecologie in zoverre dat gebruik wordt gemaakt van allerlei elektronica om de natuur met automatisch regelbare kleppen en schermen her en der een handje te helpen.

Waagstukjes worden daarbij niet geschuwd, zoals de vijftig meter brede en zes verdiepingen hoge glasgevel op het zuiden bij het Mercatorgebouw van de Nijmeegse universiteit (architect De Ruiter, 1998). Volgens beheerder Van Hoorn voldoet de dubbele klimaatgevel (met HR+-glas) goed.

De enige aanpassing die na een periode van inregelen nodig blijkt, is een verandering van de rolgordijnen tussen de twee lagen glas. Het (handmatig) neerlaten van die rolgordijnen is noodzakelijk om in de spouw tussen het glas een schoorsteeneffect op te wekken, waardoor de warme lucht naar boven wordt afgevoerd. Het neerlaten van de screens wordt nog wel eens vergeten of slechts gedeeltelijk gedaan, omdat de witte gordijnen het uitzicht beperken. Met een andere type gordijn hoopt men dat probleem in de volgende gebouwen van het complex te ondervangen.

Individuele bediening blijkt ook in andere gebouwen het zwakke punt. “Het systeem werkt natuurlijk niet als de mensen hun gordijn niet dichtdoen”, wijst de beheerder van het Instituut voor Bos- en Natuuronderzoek (IBN-DLO) van de Wageningse universiteit klachten van de hand. Maar bij Rijkswaterstaat in Maastricht zijn ze zelfs overgestapt van individuele naar centrale bediening van de gevelkleppen voor frisse lucht.

Geur

Kenmerkend voor het IBN-DLO (architect Behnisch, 1998) zijn de twee grote binnentuinen. Ze zien er met hun glazen daken en kopse gevel uit als kassen en zo werken ze ook. Aan de kassenbouw ontleende slimme besturingssystemen zorgen dat op tijd het dak open of dicht gaat, het doek eronder open of dicht wordt geschoven en de kopse gevel zich opent of niet. Het systeem werkt goed, vindt beheerder Van der Beek. Dat het wat warmer is, als de lucht ’s nachts nauwelijks afkoelt, neemt hij niet zwaar op. “Dat is inherent aan het systeem.”

De bovenste kantoorkamers zijn het warmst omdat daar het meeste zonlicht binnenkomt. Maar daarover moet je niet al te veel zeuren, zo luidt de teneur van Van der Beeks betoog, want daar staat tegenover dat je ook heerlijk in de binnentuin kunt gaan zitten werken. “Het is negentig procent van de tijd een heel prettig klimaat, met een heerlijke geur van groen en planten.”

Dat de individuele regeling een zwak punt zou zijn, bestrijdt hij ook. Dat is volgens hem nu juist het gebruikersvriendelijke en menselijke van het gebouw. Naast elke kamerdeur hangt een kaart waarop staat hoe en wanneer je ramen, gordijnen en deuren het best kunt openzetten. “Tachtig tot negentig procent van de mensen doet dat goed. Vergeet je het voor het weekend en het is daarna warm, dan moet je natuurlijk niet klagen.”

Beeldschermen

Dezelfde relativerende toon slaat directeur Van Vliet van de Rijksgebouwendienst Directie Zuid aan. Onder zijn verantwoordelijkheid valt het gebouw van Rijkswaterstaat in Maastricht (architect Henket, 1998). Ter plekke zegt voorlichter Bu dat het systeem van de ‘zonneschoorstenen’, die voor natuurlijke ventilatie moeten zorgen, nog voor onvoldoende koeling zorgt. Er is, nu het buiten zo warm is, onvoldoende thermiek in deze glazen schachten. Sinds vorige week zijn er daarom hulpventilatoren aangebracht. “Maar dat”, repliceert Van Vliet, “was bij de bouw al het idee. We hielden er rekening mee dat de natuurlijke thermiek onvoldoende zou kunnen zijn en dat er dan hulpventilatoren nodig zouden zijn. Om de ventilatie beter te begeleiden hebben we de schachten later ook deels dichtgezet. Het zou onrecht aan de architect en adviseur zijn om dat te bestempelen als een ontwerpfout.” De ventilatoren staan er bovendien te kort om over hun effect te oordelen. Daarvoor is het gebouw nu teveel opgewarmd, het zal eerst helemaal moeten afkoelen om te kijken hoe het zich bij een volgende hittegolf houdt, aldus Van Vliet.

Kinderziektes

Niet alleen de zonneschoorstenen, ook de ventilatiekleppen in de gevel werken nog niet optimaal. Eveneens zijn er klachten over de radiatoren, althans over het koelwatercircuit waardoor zij in de zomer voor koeling zouden moeten zorgen. Sinds het gebouw begin dit jaar is betrokken, klagen gebruikers over bedompte lucht. Voor Van Vliet horen de meeste van deze klachten echter thuis in de categorie kinderziektes. Omdat klaarblijkelijk de verschillende standen van de individuele bedieningsknopjes niet goed werden begrepen, is overgestapt op centrale bediening. “Maar”, tekent Van Vliet aan, ” we moeten eerst alle seizoenen doormaken om het gebouw goed te kunnen inregelen.”

Een veel fundamenteler probleem vindt Van Vliet dat het systeem voor natuurlijke ventilatie is gedimensioneerd op hooguit 470 werkplekken, terwijl het er nu ongeveer honderd meer zijn. Ook het aantal computers en omvangrijke cad-systemen is groter dan gedacht. “De groei van het aantal pc’s per werknemer is bij de rijksoverheid veel sneller gegaan dan ooit gedacht. Tien jaar geleden waren het er tien op de honderd medewerkers, nu zijn het er honderdtwintig. Het wachten is op de nieuwe generatie lcd-beeldschermen die nog maar heel weinig warmte afgeven.”

Installatiearm

Zoals Van Vliet de kinderziektes relativeert, zo merkt hij ook op dat de vernieuwingen veel minder schokkend zijn dan in al de verhalen over gebouwen als die van Rijkswaterstaat worden gedaan. “Die komen allemaal van de kant van de architecten; logisch dat die opgetogen zijn over hun eigen werk.” Voor Van Vliet zijn het allemaal stapjes in een wat hem betreft onomkeerbare trend. “Wij blijven streven naar installatiearme gebouwen. Want de grootste problemen hebben wij in lichte kantoren vol installaties. Niet alleen met die installaties zelf kan er van alles misgaan, ook hoe ze worden opgeleverd is vaak bedroevend. In een van onze huurkantoren bleek na jaren van klachten dat de luchtstroom in een van de kanalen de verkeerde kant opging! En dan zijn de aannemer en installateur natuurlijk al lang en breed weg.”

Uit de kassenbouw ontleend: de binnentuin van het IBN-DLO in Wageningen.

Glazen ‘zonneschoorstenen’ kenmerken het Rijksverzamelkantoor op het Ceramique-terrein in Maastricht. Foto: Sybolt Voeten

Wat klimatisering betreft worden de binnentuinen van het IBN-DLO beschouwd als overdekte buitenruimten. Dak en gevel zijn van enkel glas en kunnen vrijwel geheel worden geopend. Onder het dak kunnen bovendien gordijnen worden dichtgeschoven om de zon buiten te houden. Foto: ANP

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels