nieuws

Werkloosheid en de cao

bouwbreed

Niet geheel toevallig heeft de Sectorraad Afbouwbedrijfstakken van het Economisch Instituut voor de Bouwnijverheid een onderzoek laten doen naar de winterwerkloosheid in de schildersbranche.

Zowel de werkgevers als de vakbonden hebben namelijk voor de nieuwe cao in deze sector -de onderhandelingen zijn tijdelijk doorkruist door een stakingsactie- maatregelen voorgesteld om die werkloosheid te beperken.

De overheid wil de verantwoordelijkheid voor de werkloosheid directer bij bedrijven zelf leggen en overweegt per 1 januari de premie voor het Wachtgeldfonds te differentieren. Of dat zal helpen …?

Seizoenwerkloosheid schilders lijkt onoplosbaar

amsterdam – Winterwerkloosheid onder schilders blijkt een hardnekkig probleem te zijn. Wat in de loop der jaren allemaal aan maatregelen is bedacht en toegepast kon niet voorkomen dat elke winter opnieuw gemiddeld 25 procent van de 36.000 werknemers tijdelijk zonder werk komt te zitten.

Er zijn, blijkt uit de inventarisatie van het Economisch Instituut voor de Bouwnijverheid, nogal wat mogelijkheden om iets aan die grote seizoenswerkloosheid te doen.

Afschermende maatregelen, toepassing van moderne productiemethoden, het berekenen van lagere prijzen, het verstrekken van premies aan opdrachtgevers, het opzetten van een werkspreidingsregeling zoals door de branche geadviseerd of eigen afspraken met werknemers om ’s zomers langer door te werken om uren te sparen voor de winter etcetera, etcetera. Al deze maatregelen verhinderen niet dat in de schildersbranche elke winter opnieuw gemiddeld zo’n kwart van de 35.000 schilders werkloos raakt. “In de afwijking van het gemiddelde is voornamelijk de strengheid van de betreffende winters te herkennen”, constateert het EIB cynisch.

Niet dat het individuele schildersbedrijf alle mogelijkheden al heeft benut. Zo doet niet meer dan 38 procent van de ondernemingen iets aan afscherming, zodat wat langer kan worden doorgewerkt. Bedrijven met minder dan vijf man personeel doen daar nog het minst aan.

Eenzelfde percentage bedrijven gaat er wel uit eigen beweging toe over om in de winter lagere prijzen te berekenen. Iets wat de vakbonden nu ook in hun cao-voorstellen hebben staan als een mogelijkheid. Premies voor bedrijfstakeigen regelingen zouden in de zomerperiode extra hoog moeten worden om het werk in de winter bij lage premies goedkoper te kunnen maken. Een min of meer budgetneutrale maatregel, die het zonder meer berekenen van lagere prijzen zou kunnen doen ophouden.

Winterschilder

Zo’n 62 procent van de bedrijven maakt al wel gebruik van de premieregeling binnenonderhoudswerk, bij het grote publiek beter bekend als ‘de winterschilder’. Daarbij valt nauwelijks verschil te zien in een actieve bewerking van de markt door kleine of grote bedrijven. Bijna driekwart van alle schildersbedrijven overlegt met opdrachtgevers over de mogelijkheid daartoe geschikt werk naar de winter te verschuiven.

Twee maatregelen zijn van recente datum. Daar is allereerst het Raamwerk Werkspreiding Schilders. Het is een jaarmodel, voor het eerst in de cao 1995/1997 genoemd, waarbij werknemers in de zomer langer dan normaal werken om die gewerkte uren op te sparen en in te leveren tegen niet te werken uren in de winter. Niet meer dan zeven procent van de ondernemingen heeft dat Raamwerk toegepast. En een op de tien bedrijven heeft soortgelijke eigen afspraken met het personeel gemaakt.

Dan bestaat er nog een Experiment dispensatie vorstverlet, voor het eerst toegepast in de winter van 1997/1998. Dat experiment geeft werkgevers de mogelijkheid een groot deel van de premie voor het Risicofonds terug te krijgen als zijn werknemers korter dan vier weken werkloos zijn geweest. Bij een langere werkloosheid wordt een toeslag op de premie gelegd. Slechts vijf procent van de bedrijven heeft aan het experiment deelgenomen.

Toch geeft een meerderheid van de geenqueteerde bedrijven aan zoveel mogelijk maatregelen te nemen om personeel in de winter te laten doorwerken. Het grotere schildersbedrijf blijkt over het algemeen meer maatregelen tegen winterwerkloosheid te nemen dan zijn kleinere collega’s.

De rijksoverheid wil de bedrijven meer verantwoordelijkheid laten dragen voor de werkloosheid. Per 1 januari 2000 wenst ze een differentiatie aan te brengen in de premie voor het wachtgeldfonds ww. Een dergelijk fonds werd in het leven geroepen omdat de bedrijfstak de eerste 26 weken werkloosheid in de eigen branche voor eigen rekening dient te nemen. Die termijn was niet zo lang geleden nog maar 13 weken en daarvoor nog maar zes. De verlenging ervan door de overheid is niet alleen ingegeven door de wens het bedrijf of de bedrijfstak meer inspanningen te laten verrichten, maar ook omdat het algemene werkloosheidsfonds, waaruit de werkloosheid na die eerste termijn wordt betaald, een fors tekort te zien gaf.

Vier opties

Hoe het ook zij, het staat nog niet helemaal vast hoe die differentiatie eruit gaat zien. Vandaar dat het EIB de schildersbedrijven vier opties voorlegde.

Optie 1 kent in het geheel geen differentiatie. Uit solidariteit zouden alle bedrijven voor het wachtgeldfonds eenzelfde premie moeten betalen. Bijna dertig procent van de ondernemingen sprak een dergelijke solidariteit wel aan.

Optie 2 toont een gematigd systeem van premiedifferentiatie, waarbij schildersbedrijven worden ingedeeld in vastgestelde premieklassen. Die klassen kunnen worden vastgesteld aan de hand van de ww-schadelast van een bedrijf in een jaar. Voor een dergelijk systeem kiest de helft van alle schildersbedrijven. Daarmee staat deze optie bovenaan.

Een derde mogelijkheid, die door slechts vijf procent als meeste gewenste vorm werd genoemd, is de werkloosheid in de eerste 26 weken gewoon volledig voor rekening van het bedrijf te laten komen.

Een laatste mogelijkheid brengt de kosten voor werkloosheid gedurende enkele weken bij de werkgever in rekening en voor de overige weken tot en met week 26 zou een gematigd premiedifferentiatiesysteem moeten gelden.

Welk model ook wordt toegepast, de vraag is of het zoden aan de dijk zal zetten. Vier van de tien bedrijven zullen meer maatregelen gaan treffen om winterwerkloosheid te voorkomen als premiedifferentiatie wordt doorgevoerd. Maar drie van de tien geven aan dat niet te zullen doen. Ruim de helft van de bedrijven zegt dan veel meer gebruik te zullen gaan maken van tijdelijke arbeidskrachten. En dertig procent geeft aan in de periode april tot oktober minder mensen te zullen aannemen. Dat zijn in de strijd tegen de seizoenwerkloosheid allesbehalve gunstige voortekenen.

Een werknemer van Steyn Schilderwerken brengt in Krimpen aan de IJssel bladgoud aan op een evenwichtswiel van de nieuwe stadsbrug van Kampen. Foto: ANP

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels