nieuws

Verladers uiterst bezorgd over gevolgen Duitse voorheffing voor Nederland

bouwbreed

den haag – Pas nu worden Duitse bedrijven wakker en ontdekken ze dat ze op de rekeningen van buitenlandse bedrijven een kwart moeten inhouden. De verladersorganisatie EVO uit Zoetermeer zegt dat verontruste leden daarover enkele tientallen telefoontjes per uur plegen.

Volgen er geen maatregelen dan schaadt de zogeheten voorheffing voor toekomstige belastingschulden aanmerkelijk de belangen van bijvoorbeeld Nederlandse verladers.

Duitse opdrachtgevers moeten sinds 1 april 26,375 procent inhouden op de vorderingen van niet-Duitse opdrachtnemers. Het bedrag bestaat uit 25 procent voorheffing en de rest uit solidariteitstoeslag. De opdrachtgever moet de inhouding afdragen aan de Duitse fiscus. Buitenlandse bedrijven kunnen onder voorwaarden een vrijstellingsbeschikking krijgen. De EVO noemt dat verre van eenvoudig. De regels blijven vooralsnog onduidelijk. Bedrijven die verspreid over Duitsland werken, weten ook niet bij welke belastingdienst ze hun aanvraag moeten indienen.

Dienstverleners

De voorheffing benadeelt volgens de EVO vooral de dienstverleners in het oosten en zuiden van Nederland. Duitse opdrachtgevers zullen de administratieve verplichtingen al snel teveel vinden en omzien naar Duitse vervoerders. In de komende dagen deelt ‘Den Haag’ de resultaten mee van de gesprekken met Duitsland over deze kwestie. Daarop baseert de EVO het advies aan de leden.

Mr P. Theunissen van het bureau Bongers Posthumus Verboord uit Sittard noemt de afdracht verplicht wanneer sprake is van ‘Herstellung eines Werks’ door de buitenlandse ondernemer. Het begrip staat omschreven in artikel 631 van het Duitse Burgerlijk Wetboek.

Onder ‘Herstellung eines Werks’ valt aanneming van een werk, waarbij het eindproduct voor risico van de opdrachtnemer is. Het begrip is niet van toepassing voor het verrichten van werkzaamheden tegen een overeengekomen uurtarief.

Inhuren van bemande transport- en graafmachines op basis van een uurtarief valt bijvoorbeeld niet onder het begrip. De verplichte afdracht geldt ook niet voor werken waarvoor de vergoeding minder bedraagt dan DM5000. Niet-Duitse ondernemers kunnen al afgedragen belasting tot 30 september 1999 terugvorderen, wanneer ze voor deze datum een vrijstellingsbeschikking krijgen.

De Duitse fiscus bepaalt aan de hand van het contract of er sprake is van ‘Herstellung eines Werk’. De overeenkomst verplicht de ondernemer de bepalingen uit te voeren en de opdrachtgever de afgesproken vergoeding te voldoen. Belastingadviseur W. Erdweg van het bureau Krauthausen Erdweg uit het Duitse Heinsberg wijst er evenwel op dat de fiscus van geval tot geval bepaalt of het om ‘Herstellung eines Werk’ gaat.

Schijnzelfstandigheid

De Duitse fiscus kan gevallen waarin geen sprake is van aanneming uitleggen als schijnzelfstandigheid. Daarvan is sprake wanneer de onderaannemer voor meer dan vijfzesde afhankelijk is van de hoofdaannemer, buiten familieleden geen eigen personeel heeft of in de organisatie van de hoofdaannemer is opgenomen. Het sociale verzekeringsrecht gaat in die gevallen van een arbeidsverhouding uit. Elk contract wordt daarop gecontroleerd.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels