nieuws

Sjoerd Soeters met het Circustheater in Zandvoort (1986-1991)

bouwbreed

De laatste tien jaar heeft hij altijd dezelfde bril, zegt architect Sjoerd Soeters. “Van dit model heb ik er ooit zes ingekocht, met het oog op de toekomst. Een leuke bril vind ik zelf, een soort oerbril – de moeder van alle brillen, zou Saddam Hoesein zeggen. Hans Poelzig had zo’n bril, Le Corbusier droeg zoiets en let op de bril van Philip Johnson. Een echte architectenbril. Een karikatuur van een bril kan je wel zeggen.”

Ondanks deze stereotype architecten-outfit is Sjoerd Soeters (1947) een buitenbeentje in de Nederlandse architectuur. Soeters spot bewust met de vastgeroeste ideeen en de goede smaak van zijn collega-architecten en is een van de weinige Nederlandse architecten die het calvinistische (neo-)modernisme afwijzen en het verfoeide post-modernisme omarmen. In navolging van de Amerikaanse ‘kitsch’-architect Morris Lapidus wil hij gebouwen die “rijk, ordinair en emotioneel” zijn.

Soeters, die werkte bij Van Eyck en Rijnboutt, bouwde als zelfstandig architect uiteenlopende gebouwen zoals showrooms voor Mexx, enkele kinderdagverblijven, een villa in Haarlem, een basisschool in Maastricht, een sociaal-cultureel centrum in Diemen, woningbouw in Almere en Sloten en een opvallend eigen woonhuis en even opvallend eigen architectenbureau in Amsterdam. De laatste jaren houdt hij zich bezig met grootschaliger opdrachten als de stedenbouwkundige plannen voor het Java-eiland in Amsterdam en het Piet Smitterrein in Rotterdam en het Helicon-gedeelte van het ministerie van WVS in Den Haag. Ook de toeters en bellen aan de Amsterdam Arena en het ‘rolex’-gebouw ervoor zijn van zijn hand.

Hoogtepunt van zijn oeuvre tot nu toe is het Circustheater in Zandvoort, een combinatie van een speel- en gokautomatenhal en een bioscoop. De banale vormentaal van de amusementsindustrie en typisch Zandvoortse fenomenen als de Formule 1, het strand en de Duitse toerist, zijn uitgangspunt voor het gebouw. De veelkleurige, feestelijke automatenhal is een labyrint van verschillende niveaus met vides en loopbruggen onder een golvend betonnen tentdak. De rechthoekige bioscoopzaal is versierd met gigantische golvende vlaggen van staalplaat, bekleed met gekleurde mozaiektegels. Twee vlaggen vormen de eindgevels van de zaal, de drie andere worden slechts gesuggereerd. De vijf vlaggenmasten bevatten airconditioningskanalen.

“Ik heb bij het maken van dat krankzinnige gebouw ontzettend veel plezier gehad. Ik kon me tijdens het ontwerpen helemaal voorstellen hoe geschokt of furieus mijn collega’s zouden zijn. Want het Circus druist natuurlijk helemaal in tegen alles wat Nederlandse architecten op school leren. (…) Je hebt als architect niet allen gestudeerd om applaus van je collega’s te krijgen. Ik zie het als mijn taak om de dromen en ambities van de opdrachtgever te realiseren.”

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels