nieuws

‘Semi-openbare ruimte van grote klasse in Amerika’

bouwbreed

minneapolis – “Grootschalige functieontmenging is een ramp voor een stad. Zeker wanneer je het ook nog eens, zoals in Minneapolis, uitsmeert over meerdere lagen.” Dat is de mening van prof. ir. Dirk Frieling, die met een groep bouwers en planologen naar Noord-Amerika afreisde om voorbeelden van intensief ruimtegebruik te bestuderen. “Maar van de semi-openbare ruimtes in Amerikaanse steden kunnen wij nog veel leren.”

“Het centrum van Minneapolis wordt alleen gebruikt om te werken of te winkelen. Wonen gebeurt er niet, scholen zijn er evenmin en voor gezondheidszorg moet je ook elders zijn. Dat neemt een hoop flexibiliteit weg uit een stad. Zodra de dingen iets anders lopen dan de planologen in gedachten hadden, komt de stad in de problemen. Minneapolis maakte op mij geen erg levendige indruk.

Een stuk beter is het dan gesteld met het Canadese Montreal, waar ze wat Minneapolis in de hoogte heeft gedaan juist onder de grond hebben gebracht. Ze hebben daar geen stelsel van luchtbruggen of skyways, maar een vertakt systeem van ondergrondse winkelpromenades, tussen de metrolijnen in. De architectonische kwaliteit is niet fantastisch, maar het leuke is dat iedereen zijn pauze daar in de openbare ruimte doorbrengt. De openbare ruimte fungeert daar een beetje als de bedrijfskantine van de stad. Dat houdt de zaak levendig.

Kloof

Waar Amerikanen natuurlijk al meer dan een eeuw meester in zijn, is het creeren van semi-openbare ruimte van allure. Bankgebouwen, advocatenkantoren en andere kantoren creeren allemaal doorsteekjes, die toegankelijk zijn voor iedereen. Dat gebeurt bij ons eigenlijk helemaal niet. Hier worden alleen maar barrieres opgeworpen, moet je aan drie portiers vijf verschillende pasjes laten zien. Daardoor gaapt er een kloof tussen de binnen- en de buitenkant van een stad. In de VS verloopt die overgang veel soepeler.

Een stad boven de stad zoals in Minneapolis kennen we in Nederland alleen in miniatuurvorm van Hoog Catharijne in Utrecht. Architectonisch was het een ramp, die gelukkig nu weer wordt goedgemaakt, maar economisch gezien was het goed voor de stad. Het economisch verkeer dat door Hoog Catharijne werd aangetrokken heeft het mogelijk gemaakt om de binnenstad te revitaliseren. Anders was Utrecht een achterlijke provinciestad gebleven. Een beetje zoals Haarlem; een heel prettige stad om te verblijven, maar veel impact op de omgeving en de rest van Nederland heeft het niet.

Ondergronds

Wat natuurlijk een prima idee is, is om transport en opslag onder de grond te brengen, zoals in Noord-Amerika veel gebeurt. In alle Nederlandse steden rijdt de trein nog op een zwaar dijklichaam naarbinnen, dat complete woongebieden in tweeen splijt. Dat moet nodig aangepakt worden. Autoverkeer heeft dat effect bij ons nog wat minder; Nederlandse steden beginnen nu pas over de ring heen te groeien. Wat in Boston gebeurt, wordt daarmee langzamerhand ook voor ons actueel. De central artery, de hoofdweg die daar nu onder de grond wordt gebracht, had een regionale en een lokale functie. Die twee worden nu uit elkaar getrokken. Al het doorgaande verkeer wordt ondergronds geleid; verkeer met een lokale bestemming kan op het maaiveld blijven.

Bij grootschalige planologische beslissingen gaat het er mijns inziens om flexibele oplossingen te kiezen, waarvan de functie later moeiteloos aangepast kan worden. In Boston hebben ze dat goed gezien. Minneapolis heeft met haar skyway-systeem een veel ongelukkiger keuze gemaakt. Daar zijn ze tot in lengte van dagen veroordeeld tot een stad op de eerste verdieping. Dat is niet meer terug te draaien.”

prof. ir. D.H. Frieling is hoogleraar stedebouwkundig ontwerpen aan de TU Delft

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels