nieuws

Schiphol en Rotterdamse haven niet zo dominant

bouwbreed

den haag – De rol van Schiphol en de Rotterdamse haven als aanjagers van de Nederlandse economie is niet zo groot als beide ‘mainports’ beweren. Zelfs tegen bedrijven uit andere sectoren leggen de lucht- en zeehaven het af als regionale en landelijke economische motor.

Tot die conclusie komen onderzoekers van de Rijksuniversiteit Groningen (RuG), TNO en het Centraal Bureau voor de Statistiek in het rapport Clusters en Linkages in Beeld.

Rotterdam en Schiphol hebben met hun transportfunctie vooral een internationale uitstraling. Bedrijven in de directe omgeving van de mainports en in de rest van het land profiteren van die doorvoer eigenlijk maar weinig. Dat veel bedrijven zich bij Schiphol vestigen heeft volgens de Groningse professor J. Oosterhaven vooral te maken met factoren als goede bereikbaarheid, een goede elektriciteitsvoorziening, prima bedrijventerreinen en voldoende aanbod van goed geschoold personeel.

Geen bewijs

Oosterhaven constateert dat Rotterdam en Schiphol er goed in slagen de landelijke politiek van hun economisch belang te overtuigen. Maar volgens hem ontbreekt het wetenschappelijk bewijs dat een verdubbeling van het aantal vluchten op Schiphol automatisch tot een grote toename van bedrijvigheid buiten de luchthaven leidt. Vergeleken met beide mainports weet Groot-Amsterdam economisch veel sterker zijn stempel te drukken op andere delen van het land. De hoofdstedelijke regio is met 33 procent de grootste leverancier van eigen producten aan de rest van het land. Het verkoopt 44 procent van de ‘eigen’ producten in de directe omgeving, en haalt voor 30 procent zaken uit de rest van Nederland. (anp)

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels