nieuws

Metselt beter, timmert beter, verdient beter Investeren in jeugd legt Gerrit Robbemondt geen windeieren

bouwbreed

Vervolg van pagina 1 nederhemert – Neem een paar piepjonge schoolverlaters. Kneedt ze tot uitmuntende vaklui. En de betere opdrachtgevers weten je te vinden. De succesformule van Gerrit Robbemondt.

Inmiddels praten ze weer. De gedreven ‘bouwpedagoog’ Gerrit Robbemondt en zijn tovenaarsleerling Gerrit van Genderen, Nederlands kampioen timmeren 1997, derde bij de beroepenolympiade in Zurich. “Een derde plaats voor een Nederlandse timmerman staat gelijk aan goud”, kan Robbemondt er nog steeds van genieten. “Als Gerrit dezelfde faciliteiten had gehad als de winnaar, was hij eerste geweest”, weet hij zeker.

Kinnesinne

De lichtjes in zijn ogen doven. Een wrange oprisping trekt de mondhoeken naar beneden. “Het is natuurlijk zuur dat je je best hebt gedaan om iemand alles te leren, en hij vraagt op een gegeven moment: ‘Hoeveel opzegtermijn heb ik?’ Dat is de kinnesinne die de bouw opbreekt”, legt Robbemondt de vinger op de zere plek. Een structureel probleem bij de instroom van jongeren. Liever iemand die net van de schoolbanken komt maar een beetje laten aanrommelen dan dat een ander er met jouw leergeld vandoor gaat, is de dominante opvatting onder aannemers.

“Vroeger moest je bijna een moord plegen om bij een aannemer weg te komen. Tegenwoordig is men ‘aan een andere uitdaging toe’. Dat verhaal krijg je dan te horen. Je kunt wel afspreken ‘ik zal zorgen dat jij timmerman wordt, maar dan moet je voor vijf jaar bij mij tekenen’. Ja, wat tekenen? Na drie jaar ben je het niet meer met elkaar eens. Moet ik dan twee jaar in een boksring gaan lopen?”

Lekker goedkoop

Robbemondt heeft er lol in met jongeren te werken. Dat is duidelijk. Maar verkijk je niet op zijn padvinderachtige enthousiasme. Er zit een heel nuchtere, zakelijke filosofie achter. “Wie zich in een markt wil invechten, moet goedkoper zijn dan de concurrentie. Omdat we zo lekker goedkoop waren, mochten we altijd inschrijven op een woning. Er is maar een manier waarop dat kan: werken met jongeren. Je eigen opleiding verzorgen, en dat tot voorbeeld maken van een ander. Dat is eigenlijk het ondernemingsplan.”

“Misschien waren de jongens wel te jong”, dwalen Robbemondts gedachten naar het begin van de onderneming, ongeveer tien jaar geleden.

“Het jongste joch kwam net van school. Was hier vakantiewerker geweest. Zestien jaar, en wou alleen metselen. Daar heb ik een metselaar bij gezocht. Een jongen van negentien, Jaky van de Pol, Nederlands kampioen. Dat was mijn vakman-metselaar. Nog steeds trouwens. Je moet geluk hebben. Net de goeie jongens binnen krijgen. Er zijn maar weinig metselaars van negentien waar je een jongetje van zestien bij kunt zetten.”

Wat verklaart zijn succes? Waarom vragen de leerlingen op de lts of ze bij Robbemondt stage mogen lopen? De leermeester spitst de vraag toe: “Waarom kunnen ze bij ons wel een trap leren maken en bij een ander niet?” Hij bundelt de handen tot een dubbele vuist en zegt: “Synergie tussen wat wij van iemand vragen en wat wij te bieden hebben. Concreet: ik verwacht een positieve instelling, bereidheid iets te leren. Daar staat tegenover: vanaf de eerste dag ben je bij ons volwaardig medewerker. Wij gaan iets maken zeg ik tegen een jongen van zestien. Ik zet de maten op, jij het profiel. Zo’n jongen zie je met de dag groeien. Die mag meteen het serieuze werk doen.”

“Het mag gerust een keer verkeerd gaan. Hij mag het twee keer verkeerd doen. Hij mag het zelfs drie keer verkeerd doen. Ik heb er veel meer problemen mee als hij twee keer te laat is.”

Robbemondt is zeer te spreken over de Regionale Vakopleiding Bouwbedrijven (Revabo). “Het verloop is minder. Kwam zo’n joch vroeger bij een aannemer terecht en het beviel niet, dan stroomde hij de bouw uit, was je hem kwijt. Nu kan hij op de Revabo terugvallen. Ik heb een perfecte betontimmerman gehad, over wie z’n vorige baas zei: ‘Het is niks. Ik heb hem aan het aftimmeren gezet. Maar hij zaagt als een dolleman. Kijkt op geen centimeter na wat hij doet.’ Bij een ander heb ik geadviseerd: ‘Zoek werk voor hem op een machinale timmerwerkplaats. Zorg dat ie binnen staat, want het is geen bouwvakker. Hij staat daar al zes jaar te timmeren. Dat is het grote voordeel van dat samenwerkingsverband. Soms bellen ze me op: ‘We hebben er nou een. Dat is iets voor jou’. Negen van de tien keer is dat een goeie.”

De tijd van invechten is voorbij. Het gaat goed met bouwbedrijf Robbemondt in de Bommelerwaard. Hij heeft de indruk dat opdrachtgevers bewuster voor kwaliteit kiezen. Meer dan tien jaar geleden. “Men is genegen voor kwaliteit te betalen. Als wij een trap maken, slaan we hem nog netjes uit. Dat is natuurlijk niet de meest concurrerende manier om een trap te maken. Het is een specialisme. Wij willen dat ding gewoon zelf gemaakt hebben.”

“Vanmorgen belde iemand op, een potentiele opdrachtgever. ‘Ik heb een paar huizen van je gezien’, begon hij. ‘Die staan er keurig bij, beste man’, nodigde hij me uit voor een afspraak. Op zo’n moment kan ik niet nalaten te zeggen: ‘En de trap hebben we ook gemaakt. Dat is de tic van de timmerman. Een tic van mij.”

‘Waarom kunnen ze bij ons wel een trap leren maken en bij een ander niet?’

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels