nieuws

Bouw kan met aardappelpulp lijmen

bouwbreed

Vervolg van pagina 1 gottingen – In Europa komt jaarlijks rond een miljoen ton aardappelpulp vrij bij de productie van aardappelmeel. Onderzoeker prof.dr. F. Mayer van het Instituut voor microbiologie en genetica van de Universiteit Gottingen ontdekte een proces dat uit deze massa onder meer biologisch afbreekbare lijm haalt.

Proeven bij het Nederlandse aardappelmeelconcern AVEBE toonden evenwel een gevoeligheid voor water aan. Voorts is het natuurproduct beduidend duurder dan synthetische lijmen. Het Duitse bedrijf Treuhanf beproeft de pulplijm nu in bouwproducten.

De ‘aardappellijm’ kan volgens Mayer lijm uit formaldehydehars en isocyanaat vervangen. Deze kleefstoffen worden gebruikt bij de productie van vezelplaten. De pulplijm geeft een goede hechting; de afzonderlijke deeltjes hebben een geringe omvang en bieden dus veel kleefpunten.

Waterig

Het basismateriaal bestaat uit waterige aardappelresten met zetmeel, pectine en eiwit. Die worden onder hoge druk gezet. Als een ventiel opengaat, ontspant het water zich met een klap, waardoor de cellen van de biomassa exploderen. Daarbij komen onder meer polymeren vrij die de basis voor de lijm vormen. Een sproeidroger verwijdert het water uit de massa. Volgens Mayer kan het droge materiaal worden bewaard zonder dat het de eigenschappen verliest of water aantrekt. Gemengd met water krijgt het materiaal weer de klevende eigenschappen.

Onderzoeker M. Derkink van AVEBE noemt het productieproces vrij probleemloos. De grootste hindernis is de prijs van de aardappellijm. Die beloopt vooralsnog het twee- of drievoudige van de gangbare spaanplaatlijmen.

Daar komt bij dat uit 100 gram spaanplaat niet meer dan 6 tot 8 milligram formaldehyde ontwijkt. Die hoeveelheid benadert de natuurlijke emissie. Derkink benadrukt dat alleen de fabricage van grote hoeveelheden aardappellijm de kosten dekt. Een productie van 100 ton is economisch niet interessant. Afzet in de biologische- en milieusparende bouw is niet lonend, omdat dit segment te klein is. AVEBE stopte de proeven met de lijm maar studeert nog op de ontwikkeling van natuurlijke lijmen.

Het Duitse bedrijf Treuhanf uit Berlijn beproeft de pulplijm momenteel in de productie van isolatieplaten uit hennep- en houtvezels. In theorie levert de toepassing geen problemen meer op. In de praktijk blijken de bindende elementen van de lijm nog erg gevoelig voor de inwerking van water. Treuhanf zegt daar met licentiehouder AVEBE een oplossing voor te willen vinden. Als dit lukt, staat niets grootschalig gebruik meer in de weg. Dan kan de lijm mogelijk worden gebruikt bij de productie van isolatiemateriaal

Ook onderzoeker H. Meins van AVEBE noemt de watergevoeligheid het grootste nadeel van de pulplijm. Het product beschikt over een goed bindend vermogen, maar kan de concurrentie met synthetische kleefstoffen (nog) niet goed aan. Meins gaat ervan uit dat een bindmiddel uit pulp niet noemenswaardig afwijkt van producten uit zetmeel. Om die reden richt AVEBE het onderzoek op de laatste variant.

Verwachting

P. Fraanje van onderzoeksbureau IVAM Environmental Research uit Amsterdam verwacht veel van deze lijmen. Hij merkt op dat de bindende eigenschappen al langer bekend zijn. In de jaren na de Tweede Wereldoorlog werd lijm op zetmeelbasis al verwerkt in plaatmaterialen. Ook toen speelde de vochtgevoeligheid parten.

Volgens Fraanje is dat probleem te omzeilen door de vezels tot een grote dichtheid te persen. De platen zijn dan te verwerken tot dakdozen die deel uitmaken van houtskeletconstructies. Deze droge bouwmethode laat ook de verwerking van andere natuurlijke (isolatie)materialen toe zonder toevoeging van giftige toeslagstoffen. Volgens Fraanje biedt de plaatsector Europees gezien een aanmerkelijke markt voor zetmeellijm, al zal de kleefstof niet voor alle plaatsoorten geschikt zijn.

Pers vezels tot grote dichtheid om vochtgevoeligheid tegen te gaan

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels