nieuws

Boekwinsten vrij toepassen

bouwbreed

Met ingang van het belastingjaar 2001 mogen aannemers de boekwinsten op bedrijfsmiddelen naar eigen keus in mindering brengen op de aanschafprijs van willekeurig andere nieuwe bedrijfsmiddelen. Directe fiscale afrekening over de boekwinst wordt daarmee voorkomen.

Staatssecretaris Vermeend heeft deze maatregel onlangs bekend gemaakt in zijn ondernemerspakket lastenverlichting voor de 21e eeuw.

Tot nu toe moet een boekwinst op een bedrijfsmiddel in principe in het jaar waarin die winst wordt gerealiseerd tot de winst van de onderneming worden gerekend. In de bv moet de ondernemer verplicht over die boekwinst 35 procent vennootschapsbelasting betalen. Indien de ondernemer echter het stellige voornemen heeft binnen vier jaar een soortgelijk bedrijfsmiddel te vervangen, mag hij zijn boekwinst in een vervangingsreserve stoppen zonder fiscaal te moeten afrekenen. Het nieuwe bedrijfsmiddel moet thans bedrijfseconomisch dezelfde positie innemen, als het verkochte bedrijfsmiddel. U mag die boekwinst niet aanwenden voor een willekeurig ander bedrijfsmiddel. Dat is momenteel heel strak geregeld.

Voorbeeld:

Stel, u heeft een vrachtwagen aangeschaft voor f. 80.000. U schrijft op de vrachtwagen af tot een boekwaarde van f. 20.000. In dat jaar verkoopt u de vrachtwagen voor f. 35.000 (boekwinst f. 15.000). Wilde u fiscale afrekening voorkomen, dan moest u binnen vier jaar een nieuwe vrachtwagen kopen en niets anders. Op de aanschafprijs van de nieuwe vrachtwagen (stel f. 60.000) wordt de boekwinst ( – 15.000) in mindering gebracht en vervolgens ging u over de lagere aanschafprijs ( – 45.000) weer afschrijven.

De claim van de fiscus op de boekwinst schuift dus gewoon door in de nieuwe vrachtwagen, maar omdat u nu over een lagere waarde gaat afschrijven, komt de fiscus toch nog automatisch aan zijn trekken.

De regeling van de vervangingsreserve werkte prima, maar kende heel veel knelpunten. Zodra het karakter van uw onderneming wijzigde en u wilde boekwinsten aanwenden voor investeringen in andere bedrijfsmiddelen, kon dat niet.

Herinvesteringsreserve

Staatssecretaris Vermeend is van plan vanaf 2001 de strakke regels voor de aanwending van boekwinsten af te schaffen. De vervangingsreserve maakt plaats voor een herinvesteringsreserve. Zodra een ondernemer investeert in een willekeurig ander bedrijfsmiddel, mag vanaf 2001 op de aanschafprijs van dat bedrijfsmiddel de boekwinst uit de herinvesteringsreserve worden afgetrokken. Dus, de boekwinst op de vrachtwagen in het voorbeeld, mag vanaf 2001 ook worden afgetrokken op de aanschafprijs van bijvoorbeeld een bouwkraan, een bulldozer of een personenauto. De aannemer kan daar zelf in beslissen.

De Staatssecretaris maakt echter een uitzondering voor boekwinst op onroerend goed. Daarvoor blijft het oude regime van kracht en mag die boekwinst alleen worden afgetrokken op de aanschafprijs van vervangend onroerend goed. Dat is een beetje flauw, omdat in de praktijk vaak de grootste boekwinsten in onroerend goed worden gerealiseerd.

Vermeend wil kennelijk voorkomen dat een aannemer verhuist naar een huurlocatie en zijn boekwinst op de verkoop van een eigen bedrijfsloods in een herinvesteringsreserve stopt, waarmee jarenlang de belastingheffing kan worden gedrukt. Die weg is afgesloten.

Verlaging

Ook het tarief vennootschapsbelasting (VpB) wil de Staatssecretaris voor de eerste 50.000 gulden winst in de bv vanaf 2001 verlagen van 35 procent naar 30 procent. Omdat Duitsland al heeft aangekondigd haar VpB-tarief te verlagen naar 25 procent, zal Nederland met verdere verlagingen niet achter kunnen blijven.

In het regeerakkoord van Paars II is afgesproken vanaf 2001 het aanmerkelijk belang (AB)-tarief in het nieuwe belastingstelsel te verhogen van 25 procent naar 30 procent. Dat tarief moet in de inkomstenbelastingsfeer worden betaald over dividend dat aan aandeelhouders met een belang van 5 procent of meer wordt uitgekeerd. Tevens geldt de AB-heffing over het verschil tussen de verkoop- en de aanschafprijs van aandelen in een bv. Voor een DGA stijgt daarmee de cumulatieve belastingdruk in de bv van thans 51,25 procent naar 54,5 procent.

Paars II is ook van plan in 2001 het toptarief inkomstenbelasting te verlagen van 60 procent naar 53 procent. Daarmee zou de cumulatieve belastingdruk in de bv hoger worden dan in de sfeer van de inkomstenbelasting (winst in eenmanszaak en VOF). Wil men toch hier iets aan doen, dan ligt een verdere verlaging van de vennootschapsbelasting voor de hand. Alleen op deze wijze kan Nederland haar internationale fiscale concurrentiepositie verbeteren.

Paul Schol in samenwerking met Mr. Hans-Paul Visser. Voor vragen over accountancy en belastingzaken kunt u bellen met Ernst en Young Ondernemerssevice, Arnhem. Telefoon (026) 32 09 509.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels