nieuws

‘Van stenenschuiver naar ketenregisseur’ De Waardt wil electronic commerce als dienstverlening

bouwbreed

Electronic commerce wordt binnen drie jaar gemeengoed voor zowel aannemers, onderaannemers, fabrikanten als handelaars. Dat is de vaste overtuiging van Andre van Duivenbode, respectievelijk commercieel directeur en algemeen directeur van De Waardt Bouwmaterialen in Waddinxveen. Zij pleiten voor elektronische communicatie in de hele bedrijfskolom, op basis van de HCP-Edibouw standaard: “Wij willen geen traditionele handelaar in bouwmaterialen meer zijn.”

In de bouwkeet tikt een aannemer een offerteaanvraag in, op een laptop-computer. Via Internet wordt die order in enkele seconden getransporteerd naar de centrale computer van De Waardt in Waddinxveen. Daar volgt direct verwerking, veelal zonder menselijke tussenkomst. De orderbevestiging kan vaak al direct de deur uit, ook automatisch. “Aannemers zullen steeds meer elektronisch zaken gaan doen”, voorspelt Van Duivenbode. “De tijd is voorbij dat je bestellingen noteert op een sigarendoos.”

De Waardt Bouwmaterialen pioniert al ruim drie jaar met electronic commerce. De tijd zou nu rijp zijn voor een landelijke database met unieke artikelnummers, voor de totale bouwsector. Zeer substantiele besparingen komen binnen bereik, meent De Waardt.

Voorloper

Naast de hoofdvestiging in Waddinxveen telt De Waardt Bouwmaterialen dertien filialen met bijna 340 medewerkers (FTE’s). Met een jaaromzet van 240 miljoen gulden hoort het snelgroeiende bedrijf tot de top-vijf van de Nederlandse bouwmaterialenhandel. Vooral in Midden-Nederland heeft het een sterke positie. Het eigen wagenpark verzorgt de landelijke distributie van zo’n 35.000 artikelen. “Wij leveren alles, behalve heipalen, hang/sluitwerk en houten plankmateriaal.”

De Waardt werkt al bijna vier jaar aan keten-integratie tussen fabrikanten, handel en aannemers. “De handel moet anno 1999 geen simpel doorgeefluik meer zijn tussen fabrikant en aannemer”, meent Van Duivenbode. “In de processen tussen fabrikant, handel en aannemer bestaat nauwelijks coordinatie.” Mede als gevolg daarvan zouden de ‘faalkosten’ in de bouw zes tot acht procent van de omzet bedragen. “Dat is zuinig gemeten, soms noemt men negen tot dertien procent. Dat komt door vergissingen, verkeerd begrepen opdrachten, te late of incomplete leveringen, beschadiging, verlies, diefstal, opslagproblemen, etc. Met de piepkleine marges in de bouwwereld kun je je die fouten niet veroorloven. Materialen vormen zo’n veertig procent van de totale bouwkosten. Je interne organisatie moet perfect op orde zijn om je rendement een procent te verbeteren.”

Een beter netto rendement eist volgens Van Duivenbode vooral logistieke verbeteringen. “Voor betere bedrijfsresultaten moet je niet zoeken waar een partij kalkzandsteen een kwartje goedkoper is. Met prijzenoorlogen maak je elkaar het leven zuur. Een echte rendementsverbetering krijg je door samenwerking en logistieke afstemming. Dat vraagt optimaal gebruik van informatietechnologie. In onze branche focust men teveel op prijzen. Echte besparingen krijg je door betere informatievoorziening, minder fouten en just-in-time leveringen.”

Het bedrijf zoekt daarom strategische samenwerking met ‘preferred contractors’ in de aannemerij, waarbij duurzame afspraken worden maakt over prijzen en volumes. Van Duivenbode: “Voor echte besparingen moet je over je grenzen durven kijken en kiezen voor samenwerking. En dus voor gezamenlijke informatievoorziening.”

Transferium

Hij noemt de Vinex-locaties, waar steeds grotere bouwvolumes omgaan. “Juist dan wil je kleinere voorraden, maar wel een tijdige aanvoer als dat nodig is. Vandaag besteld, morgen binnen. Dat soort beloftes wil je dan keihard kunnen waarmaken.” De Waardt heeft daarvoor het ‘Transferium’ in het leven geroepen, een tijdelijke opslag/overslag voor bouwmaterialen, voor distributie binnen onder meer Vinex-bouwlocaties. Zo’n groeperingsscentrum zou de logistieke kosten flink doen dalen, meent Van Duivenbode. “Daar kunnen ook producten liggen van andere toeleveranciers, waarvan wij de logistieke coordinatie verzorgen. Opslagruimte zou je kunnen verhuren per vierkante meter. Bewaakt, afgesloten, 24 uur beschikbaar.” Het eerste Transferium wordt nog dit jaar gerealiseerd.

Werken in ketens kan voor elke schakel forse voordelen opleveren, stelt Van Duivenbode. In combinatie met Transferia pleit hij voor levering ’s nachts; zonder vertragende files. Dat zou ook in de bouwsector just-in-time levering mogelijk maken. “We gaan onze producten gesegmenteerd aanleveren, bijvoorbeeld voor dagproducties. Dus het juiste aantal stenen, op exact de juiste locatie. De klant wil maatwerk, en geen zes vrachtwagens zand bij elkaar gestort. Met betere logistiek houd je faalkosten onder controle.”

Het Transferium-concept heeft De Waardt laten onderbouwen door bureau IB in Reeuwijk, gespecialiseerd in materiaalbeleid en logistiek. Ook daar werd geconcludeerd dat forse besparingen haalbaar zijn.

Missionaris

De Waardt Bouwmaterialen is op weg een ‘dienstverlenende handelaar’ te worden, zegt Van Duivenbode. “We willen aannemers technische kennis en knowhow bieden, inzicht in moderne logistieke processen. Zij zijn zich nauwelijks nog bewust van de mogelijkheden van computers en elektronische communicatie.” Inmiddels zijn acht grote voorlichtingsbijeenkomsten georganiseerd, in samenwerking met Hibin en NVOB, plus zo’n dertig kleinere workshops. Zoveel mogelijk was daarbij de hele keten aanwezig: architecten, aannemers, onderaannemers en fabrikanten. “We hebben de sterke overtuiging dat je hiermee zeer substantiele besparingen kunt bereiken”, zegt Rietveld. “Het gaat om bewustwording. Missionarissenwerk? Dat klopt.”

Bij de veertien vestigingen van De Waardt wordt momenteel nieuwe logistieke software van SAP geimplementeerd. Het hele bedrijf wordt nu gereorganiseerd; alle bedrijfsprocessen worden op elkaar afgestemd. Elk filiaal maakt gebruik van dezelfde unieke artikelnummering. Alle data, inkoopcontracten en transporten worden centraal gepland. Bij elke order wordt automatisch gekeken of de spullen leverbaar zijn uit eigen magazijnen. Inkoopcontracten worden vanuit de filialen doorgegeven aan het hoofdkantoor. Ook alle autorisaties worden centraal bijgehouden: wie mag waarover beslissen? Offertes worden binnen de software van SAP omgezet in orders, automatisch verwerkt in magazijn en gefactureerd op basis van de order. Alle gegevens worden eenmalig vastgelegd, in hetzelfde systeem. Eind 1999 zal alle ERP-software goed zijn ingesteld.

Op 1 april 2000 moet de hele operatie zijn afgerond, inclusief reorganisatie. Om dictatoriale centrale aansturing te vermijden, komen alle vestigingsleiders en middenkaders periodiek bij elkaar om de plannen af te stemmen. Soortgelijk overleg vindt plaats voor de medewerkers op de werkvloer. “Ons kleine filiaal in Baarn heeft exact dezelfde informatie als grote vestigingen”, zegt IT-manager Jan Mauritz. “Iedereen kan straks met elkaar e-mail uitwisselen.”

Extranet

De Waardt werkt al drie jaar aan een elektronisch bestelsysteem. De eerste proef met Electronic Data Interchange (EDI) werd uitgevoerd in samenwerking met bouwbedrijf Strukton. Daarbij werden Edifact-berichtstandaarden ontwikkeld door HCP-Edibouw. Later kwamen daar de Bomatel-standaarden bij, vanuit handel en aannemerij. “Die zijn nu omgewerkt tot een standaard”, zegt IT-manager Jan Mauritz. “Met de handel als spin in het web zijn we nu praktisch klaar voor Electronic Commerce op landelijke schaal.”

Inmiddels is het besloten Extranet van De Waardt operationeel. Nog voor de bouwvakvakantie rekent Maurits op 25 deelnemers, bij de jaarwisseling op honderd.

Een belemmering is de nog lage automatiseringsgraad bij aannemers. Gewerkt wordt aan een databank met unieke artikelnummers, in combinatie met streepjescodes volgens de EAN-codering. Zo’n databank moet geleidelijk worden gevuld door alle leveranciers.

Unieke artikelnummers in combinatie met de Edifact-standaard maakt electronic commerce mogelijk met alle partijen in de bouwsector, ongeacht het computersysteem dat wordt gebruikt. De Waardt heeft dit gerealiseerd met zo’n twaalf aannemers voor hetzelfde aantal bouwprojecten, met per project 60-120 woningen. De software daarvoor is ontwikkeld door EC-Gate in Amsterdam. Die programmatuur is pienter en rekent opgegeven hoeveelheden automatisch toe naar handelsmaten. Als aannemers dat wensen, ontvangen zij ook de factuur langs elektronische weg. Inmiddels wordt op die manier gecommuniceerd met tien fabrikanten. Nog niet alle fabrikanten werken met de EAN-code, zegt Mauritz. “De meesten zijn er nog niet klaar voor. Wat leveranciers een raamdorpelsteen noemen, heet bij aannemers nog waterslag. De bouwwereld is een traditionele branche. Als ze zien dat EDI echt voordelen heeft, stapt men snel in.”

Ton Smit

EDI, ook via Internet

EDI ofwel Electronic Data Interchange is een manier om langs elektronische weg gestructureerde informatie uit te wisselen. Dat gaat via zogenaamde Edifact-berichten (Electronic Data Interchange for Administration, Commerce and Transport). Er zijn Edifact-standaarden voor bestellingen, orderbevestigingen, etc. Binnen Edifact staat exact vast wat met elk element van een bericht wordt bedoeld: product, verpakking, prijs, aantal, etc. Via Edifact kunnen ook verschillende computersystemen snel en betrouwbaar gegevens uitwisselen. De ontvangende partij kan Edifact-berichten veelal automatisch opslaan, zonder handmatig overtypen. EDI/Edifact vraagt dat verzenders en ontvangers gebruik maken van onder andere dezelfde artikelcodering.

Vaak worden Edifact-berichten uitgewisseld volgens het X.400 protocol. Dan worden de berichten na verzending tijdelijk opgeslagen in een virtuele postbus, zoals Memocom. Om berichten op te halen, moet de ontvanger inbellen op die computer. Voor beveiliging kan men meestal kiezen uit wachtwoord, versleuteling of zgn call-back-procedures. De meest recente X.400 standaard biedt spoedverzending, toegangsbeveiliging en ontvangstbevestiging. Het is ook mogelijk een Edifact-bericht om te zetten naar short message service, fax of e-mail. EDI is niet gebonden aan kantooruren. Anno 1999 kun je Edifact-berichten ook via Internet uitwisselen. Dat is qua prijs aantrekkelijk, maar geen enkele partij is verantwoordelijk voor het berichtenverkeer.

Ook supermarktketens en hun leveranciers maken gebruik van zakelijke EDI-berichten, met zo’n 1500 leveranciers en dertig afnemers in de levensmiddelenbranche. Er zijn inmiddels standaardberichten voor de uitwisseling van orders, orderbevestiging, aflevering en facturering. Grootgrutters als Albert Heijn verwachten een besparing van 20-25 procent op de logistieke kosten. Ook in onder meer de gezondheidszorg, de doe-het-zelf branche en de varkenshouderij is EDI op grote schaal ingeburgerd.

foto 3 mannen van de Waardt in de showroom. Komt dinsdagochtend binnen.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels