nieuws

Ronde langs grote aannemers

bouwbreed

Cobouw publiceerde in de maanden februari en maart een serie artikelen over automatisering bij zes grote aannemers. De portretten verschenen van Ballast Nedam, Bam, Boskalis, HBG,

Heijmans en Volker Wessels Stevin. Centrale vraagstelling was: hoe gaan deze bouwers om met de mogelijkheden en onmogelijkheden van geautomatiseerd gereedschap in de verschillende bedrijfsdisciplines? Spelen zij een voortrekkersrol of is hun aanpak daarvoor te specifiek?

Centrale thema’s bleken – niet geheel onverwacht – te zijn: Enterprise Resource Planning (ERP), workflow, kennisdeling en vermindering van faalkosten. Daarnaast speelden voor deze grote bouwers specifieke onderwerpen als centrale of lokale keuze voor softwaremerken en applicaties, plus het probleem van de internationale interne communicatie waarvoor nog geen goede aanbieder is opgestaan.

In de losse afleveringen was geen ruimte voor een onderlinge vergelijking; die vindt u daarom hier. En voor de vele lezers die niet alle zes delen van de serie hebben kunnen bijhouden, drukken we deze hier nogmaals (in verkorte versie) af.

‘To ERP or not to ERP’

Alle zes bezochte bouwers hebben ervaring met ‘Enterprise Resource Planning’, het toverbegrip voor bedrijfsautomatisering in de jaren negentig. Als het systeem werkt zoals bedoeld, heb je als bedrijf greep op alle bedrijfsinformatie van het productieproces: van inkoop tot oplevering. Grote softwarehuizen als Baan en Sap ontwikkelen alleen de basis-applicaties als de database en laten de invulling aan implementatiepartners over. Kleinere, meer nationaal opererende software-producenten kunnen specifiek voor de bouw programma’s los of geintegreerd aanbieden (bijvoorbeeld Kraan, CTB, Kooijman).

De bouwwereld betrekt het concept ERP flink veel later in zijn automatisering dan andersoortige productiebedrijven, zoals de eveneens op order producerende machine- en apparatenbouw, of de chemische industrie. Maar langzamerhand kunnen bouwers er niet meer om heen, of zij laten zich overtuigen door automatiseringsconsultants. Dat de grote aannemers hierin een leidende rol nemen ligt voor de hand; zij hebben meer financiele armslag om dergelijke doorgaans grote investeringen te doen.

Verschillen

Omdat Ballast Nedam de keuze van deze bedrijfsinformatie-software aan de verschillende bedrijfsonderdelen zelf overlaat, zie je bij deze bouwer het hele ERP-scala geinstalleerd: van Baan, via Bouw/400 en Peoplesoft tot Sap. Voor de engineering neemt Ballast Nedam zich overigens wel voor een integratie tussen CAD en ERP tot stand te brengen, zodat ook de ontwerpfase in de keten betrokken wordt.

Bij collega Bam is nog nauwelijks sprake van ERP-toepassingen, op een implementatie van Baan Equipment voor de materieeldienst in Kesteren na (zie pagina ………..).

Een heel andere weg kiest HBG, waar in alle drie de thuislanden Duitsland, Nederland en Groot-Brittannie een aangepaste versie van het Sap R/3 product wordt geimplementeerd. Dit geschiedt in een joint venture met de Duitse bouwer Hochtief onder de naam Sap Aristoteles. Niet verwonderlijk loopt de implementatie bij HBG-Duitsland voorop, de andere twee volgen dit jaar en volgend jaar.

Heijmans heeft al een oude band met Baan: in 1990 werd begonnen met de invoering van Baan 3-software. Inmiddels is Baan IV ‘het hart van de automatisering’ geworden, waar eind dit jaar 2300 medewerkers gebruik van zullen maken (nu nog 1500).

Koninklijke Volker Wessels Stevin (KVWS) kiest deels voor Kraans ERP-oplossingen en deels voor Baan. Dit is afhankelijk van de lokale behoeftes en wordt niet centraal bepaald. Overigens heeft KVWS nog nergens het totale ERP-traject ingevoerd, maar het bedrijf is daar wel druk mee bezig.

Een geheel eigen plaats heeft Boskalis in dit overzicht. Daar is heel lang geaarzeld over ERP, een eerste simulatie met Baan IV was geen succes. Toen Baan Development Boskalis uitnodigde mee te doen in de ontwikkeling van Baan Series, veranderde dat; inmiddels implementeert de grote baggeraar op het hoofdkantoor, in de zeven thuismarkten, in projecten en uiteindelijk zelfs op de schepen relevante onderdelen van de software uit ‘Barneveld’.

Kennisdeling-workflow

Voordat een gemiddelde medewerker bereid is zijn kennis te delen met collega’s, moet er nog veel gebeuren.

Maar het belang van zo’n opstelling wordt door geen van de grote aannemers ontkend. HBG heeft een bijzondere methode bedacht om te zorgen dat medewerkers uit zichzelf overgaan tot het uitwisselen van hun kennis. Regelmatig wordt een groep disciplinegenoten uit de drie HBG-thuislanden bij elkaar gezet om samen te praten over hun ervaring. Dat blijkt de ogen te openen; vervolgens zoekt men elkaar ook inhoudelijk op via e-mail.

Voor de software-invulling van kennisdeling wordt vaak Lotus Domino en Notes ingezet, anderen kiezen juist voor Microsoft Exchange/Outlook voor de uitwisseling.

KVWS ziet workflow-systemen als gelijkwaardig alternatief voor ERP; het geautomatiseerd volgen van projecten volgens een vast stramien. Zij het dat men erachter kwam dat je nog zoveel kunt plannen, je kunt toch niet zonder een digitaal logboek waarin de werkelijk uitgevoerde activiteiten worden vastgelegd.

Faalkosten verlagen

Automatiseren heeft ook altijd voor een belangrijk deel als doel kosten te besparen. Heijmans en KVWS zoeken het daarbij specifiek in de verlaging van de faalkosten. Heijmans ziet automatisering dan ook niet als zegening, maar als bittere noodzaak. Typerend is de uitspraak van Heijmans’ Raad van Bestuur-voorzitter Janssen: “Automatiseerders zijn net communisten; ze beloven je de hemel op aarde, maar halen nooit hun geplande doelen op tijd.”

KVWS investeert veel tijd in een pilotproject dat de driedimensionale ontwerpfase betrekt in de workflow. Doelstellingen zijn zowel verkorting van de doorlooptijd als verlaging van de faalkosten.

Centraal of lokaal

Grotere organisaties kunnen bepalen dat alle software centraal wordt gekozen en aangekocht, meestal met de bijbehorende staffelkortingen. Maar in deze reeks van zes bouwbedrijven zien we dat maar de helft daadwerkelijk voor die optie kiezen: Boskalis, HBG en Heijmans. De andere drie, Ballast, Bam en KVWS, laten de keuze over aan de lokale bedrijfsonderdelen. Meestal ligt dit in het verlengde van de bedrijfscultuur; een conglomeraat van ‘zelfstandig’ draaiende bedrijven tegenover een meer centraal geleide onderneming.

Ook opereren de grote bouwers als de hier geportretteerden, vaak (ver) over de landsgrenzen heen. Snelle communicatie over belangrijke zaken als financien en projecten met de buitenlandse vestigingen, is daarom van groot belang.

HBG zou graag met een aanbieder in zee gaan die de drie Europese landen aan elkaar knoopt, maar zo’n aanbieder bestaat nog niet.

Boskalis kan geen ‘provider’ vinden die heeft wat hij zoekt en ziet alleen een dure satellietverbinding als oplossing voor zijn wens ook de schepen wereldwijd ‘on-line’ te krijgen, zij het niet continu.

In technologisch achtergebleven gebieden waar geen ‘frame relay’-techniek aanwezig is, kiest Ballast Nedam voor het Internet als transporteur van data: Internet is relatief eenvoudig en goedkoop.

Pieter van Scherpenberg

Op deze pagina’s zijn verkorte versies opgenomen van artikelen die in de maanden februari en maart in Cobouw verschenen. Voor de volledige tekst verwijzen wij u naar de Cobouw-site op het Internet. De site is bereikbaar onder:

http://www.cobouw.nl

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels