nieuws

Pleidooi voor wettelijke regeling ondergrondse infrastructuur

bouwbreed

“Er moet in Nederland een buisleidingenwet komen. Naarmate het drukker wordt onder de grond en internationale partijen gaan meespelen, neemt de behoefte aan duidelijkheid toe.” Dit meent M. Roggenkamp, die onlangs op dit onderwerp promoveerde aan de Universiteit Leiden.

Momenteel ontbreekt eenduidige regelgeving: het ondergronds gebeuren hangt van gewoontes aan elkaar. Iedereen die een leiding wil leggen, kan dat in principe doen. Zolang de eigenaar van de grond waarin de leiding komt te liggen geen bezwaar maakt, hoeft geen vergunning te worden aangevraagd. Ook met betrekking tot kwaliteit, onderhoud en verwijdering bestaan weinig regels. En vaak is zelfs niet duidelijk van wie de leiding nu eigenlijk is.

Hoort een leiding bij haar installatie of bij de grond waarin zij ligt? En in het tweede geval: is zij dan van de boer door wiens land ze loopt, of houdt het eigendomsrecht op een bepaalde diepte op? En op welke diepte dan?

“Het is heel vreemd dat over deze zaken geen duidelijkheid bestaat”, meent Roggenkamp. “Inzake het eigendom stelt de wet bijvoorbeeld dat de eigenaar van de installatie in principe ook de leidingen bezit. De wet laat de rechter echter veel ruimte om anders te beslissen. En de tendens in de jurisprudentie is de eigenaar van het land als bezitter aan te wijzen. Je moet je als bedrijf dus behoorlijk in de materie verdiepen om te weten waar je aan toe bent.”

Hoop werk

Er bestaat zelfs weinig inzicht in de plaats van de leidingen. “Het mooiste zou een ondergrondse kaart zijn, maar dat kan niet in verband met de veiligheid. In de jaren zeventig is wel eens een ontwerp-wet opgesteld voor leidingregistratie. Die heeft het echter niet gehaald en daarna is het onderwerp blijven liggen. ‘Leidinkje leggen, niemand zeggen’, kopte toen een tijdschrift.”

Als gevolg van de – geflopte – wet zijn wel informatiecentra opgericht: de Klic’s. Daar kan iedereen die ondergronds iets wil, opvragen welke bedrijven in het betreffende gebied al leidingen hebben gelegd.

Op zich werkt dat systeem volgens Roggenkamp wel, maar er kleven drie nadelen aan. “Ten eerste is de informatie niet compleet: een bedrijf is niet verplicht zijn activiteiten bij een Klic te melden. Op de tweede plaats geeft het Klic alleen de bedrijfsnamen. Degene die informatie wil, moet zelf de bedrijven bellen om details te vragen. Het is dus enorm veel werk.”

“Het derde punt gaat weer over inzichtelijkheid: uit de jurisprudentie blijkt wel dat je strafbaar bent als je niet naar een Klic bent geweest en schade berokkent, maar nergens staat voorgeschreven dat je naar een Klic moet gaan. Buitenlandse ondernemingen hebben dus geen idee tot wie ze zich moeten wenden. Ik word regelmatig gebeld door ondernemingen die willen weten hoe ze aan informatie kunnen komen.”

Kwaliteitseisen

Ook Nederlandse bedrijven hebben volgens Roggenkamp behoefte aan duidelijkheid. “Dat is heel opvallend. Er bestaat dus geen vergunningenstelsel, maar wanneer een grondeigenaar weigert, kan hem gedoogplicht worden opgelegd. Degene die de leiding wil leggen, moet daartoe een ‘concessie’ aanvragen bij het ministerie van Economische Zaken en een ‘verklaring van algemeen belang’ bij Verkeer en Waterstaat. Het grappige is dat dit proces in de praktijk naar voren wordt geschoven: men vraagt eerst een concessie aan en gaat daarna pas onderhandelen met de landeigenaar. Klaarblijkelijk bestaat dus behoefte aan duidelijkheid, die de overheid volgens mij gewoon moet formaliseren.”

Dat heeft als bijkomend voordeel dat andere zaken meteen ook kunnen worden vastgelegd. Kwaliteitseisen, bijvoorbeeld. Nu vallen de technische eisen onder de concessie. Wie geen concessie aanvraagt, gaat wat dat betreft vrijuit.

Competentiestrijd

Het opstellen van wetgeving hoeft volgens Roggenkamp helemaal niet zo moeilijk te zijn. “Het is nu nog niet eens zo gek geregeld. Maar omdat bestaande regelgeving in allerlei verschillende wetten vermeld staat, is het ondoorzichtig. De kunst is dus alles te bundelen en er een wet van te maken. Dat kan dan een buisleidingenwet zijn, maar ook een wet voor ondergronds bouwen, of een energiewet. Dan vallen elektriciteitskabels er bijvoorbeeld weer onder.”

Als basis kent Nederland al de wet ‘bodembescherming’. Daarin staat dat gebruikers voorzichtig met de bodem moeten omgaan en hem goed moeten achterlaten. De gebruiker heeft dus een zorgplicht. Bovendien heeft de wet speciaal ruimte voor uitvoerende maatregelen op het gebied van leidingen. Dat stuk is alleen nooit ingevuld.”

Politiek draagvlak is er volgens Roggenkamp ook. “Verschillende ministers denken hier al over na. Bovendien is EZ bezig met een heel groot programma voor de energiesector en dat impliceert volgens mij al bijna dat er aandacht moet komen voor de buisleidingen. Want straks moeten meer partijen een leiding gebruiken, of er komen parallelleidingen te liggen.

“Probleem is alleen dat verschillende ministeries een soort competentiestrijd voeren”, vervolgt Roggenkamp. “Economische Zaken gaat over de inhoud van de leiding, Verkeer en Waterstaat over infrastructuur en VROM over ruimtelijke ordening en milieu. Die ministeries moeten nog uitmaken onder welk departement de leidingen vallen. In mijn ogen moet dat Verkeer en Waterstaat zijn: ik vind buizen een onderdeel van de infrastructuur.”

Maartje Henket Redacteur Cobouw ‘Nu is niet eens een vergunning nodig om een leiding te leggen’

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels