nieuws

Jubilerende grind- en zandhandel vecht tegen heffing Voorzitter Van Nieuwpoort: Wij zijn tegen discriminatie

bouwbreed

gouda – De Nederlandse Vereniging van Grind- en Zandhandelaren (NVGZ) viert donderdag haar vijftigjarig bestaan. Vooral de strijd tegen de voorgenomen heffing op oppervlaktedelfstoffen houdt de gemoederen bezig. “Wij zijn niet tegen belasting, maar wel tegen discrimatie”, aldus voorzitter G.A. van Nieuwpoort.

“Onze juristen staan gereed. We laten de handel in grind en zand niet door een discriminerende belastingheffing beschadigen.” Van Nieuwpoort klinkt beslist en boos. Vooral het gebrek aan informatie is de NVGZ een doorn in het oog.

“De overheid speelt geen open kaart. We horen van alles, bijvoorbeeld dat de heffing op 1 januari 2001 in zou moeten gaan, maar we hebben nog niets gezien. Er komt geen informatie uit het ambtelijk circuit. Wordt het nu vier, anderhalve of drie gulden per ton? Waar en wanneer wordt de belasting geheven? We krijgen geen enkel inzicht in het voorstel van de ministerraad, dat nu met de Tweede Kamer wordt besproken. Om te kunnen reageren moeten wij wel informatie hebben.”

Van Nieuwpoort verwacht dat de branche dan zeker in opstand zal komen.

Uitval

Het plan voor de heffing komt uit de koker van, momenteel, demissionair staatssecretaris Vermeend van Financien. Hij heeft een budgetpost staan van 750 miljoen gulden. Een deel daarvan moet uit de heffing op oppervlaktedelfstoffen komen. Van Nieuwpoort: “Belasting mag geen sturingsmechanisme zijn. Er komt waarschijnlijk ook in de andere landen van Europa een heffing op delfstoffen. Nederland wil daar echter niet op wachten. Maar als de heffing alleen hier wordt ingevoerd, leidt dat tot uitval van een deel van de vraag naar grind en zand, verandering van de logistieke stromen. Dat is weinig positief voor de handel en voor onze afnemers, zoals de betonmortelproducenten en fabrikanten van betonproducten. Door de heffing wordt beton in Nederland vijf tot tien procent duurder. De handel in grind en zand zal dan zeker krimpen.”

C. van Putten, secretaris van de NVGZ, vermoedt dat de overheid de heffing wel gebruikt om de markt te sturen. De heffing zal namelijk zo dicht mogelijk bij de winning geheven worden. Grind en zand uit het buitenland worden dan in verhouding goedkoper. Als de belasting ook geldt voor de import van delfstoffen, worden gerede produkten uit het buitenland goedkoper. ‘Haal het maar elders’, lijkt het beleid.

Europees niveau

Als de heffing doorgaat, kan de Nederlandse handel niet anders dan krimpen. Van Putten: “Ik heb nergens op de hele wereld een vereniging van handelaren aangetroffen zoals in Nederland. Dat hangt samen met het unieke transport over water. Dat is ook over een grote afstand nog concurrerend. We hebben met 81 handelskantoren en een grote verscheidenheid aan producten een afzonderlijke identiteit in de bedrijfskolom.”

“De handel zoals in Nederland is niet te verplaatsen. We kopen wel op Europees niveau in en varen internationaal, maar we verkopen bijvoorbeeld niet in het oosten van Duitsland. Nederland is altijd een importerend land geweest. Onze strategie is daarom ons te verzetten tegen de belastingheffing”, aldus Van Nieuwpoort. Toch ziet hij de toekomst niet somber in. “De handel vindt zijn weg wel”, is de ervaring uit het verleden. De oprichters van de NVGZ, vijftig jaar geleden, waren mensen met een grote visie, maar ook zij konden niet voorspellen hoe de toekomst eruit zou zien. De handel in grind en zand heeft zich al vaker aan de omstandigheden aan moeten passen.

Grind op de bon

De NVGZ is in 1949 opgericht als reactie op de Publiekrechtelijke Bedrijfs Organisaties (PBO), waarmee de overheid meer greep op het bedrijfsleven wilde krijgen.

Voor die tijd was er een ondervakgroep Groothandel Zand en Grind van de HIBIN, de Vereniging van Handelaren in Bouwmaterialen in Nederland..

Van Nieuwpoort: “De functie van de handel was toen meer uitgebreid. Hij omvatte ook de overslag en het transport naar de bouwplaats. Daar werd het beton gemaakt. Direct na de oorlog waren de kosten van het transport hoger dan van de inkoop. Later is dat ongeveer de helft geworden en tegenwoordig bedragen de transportkosten ongeveer een derde van de prijs.”

In de beginjaren van de NVGZ groeide de markt explosief. Grind en zand gingen op een bepaald moment zelfs op de bon. Transporteurs hadden er extra geld voor over om geladen te worden. Daarna kwam in de periode 1960-1980 de betonmortelindustrie op. Vanaf het begin van de jaren tachtig nam het aandeel van de import toe.

Zelden failliet

De handel in grind en zand heeft zich altijd weten aan te passen aan de nieuwe omstandigheden. “Er gaat zelden een bedrijf failliet. Meestal verdwijnen bedrijven doordat ze worden overgenomen of verkocht, in het kader van schaalvergroting of omdat er geen opvolging was”, aldus Van Nieuwpoort.

Zijn eigen bedrijf, Van Nieuwpoort Beheer BV in Gouda, bestaat al sinds 1905.

Na vijftig jaar is de NVGZ nog steeds springlevend. Zij houdt zich bezig met actuele onderwerpen, zoals het Bouwstoffenbesluit, de Risicoregeling GWW, de ontwikkeling van milieumaten, het geven van informatie over respirabel kwartsstof, de certificering en de inkoop- en verkoopvoorwaarden.

Sinds februari is er een stichting Kwaliteitszorg Grind- en Zandvaart, die zorg draagt voor de certificering van het transport, de schakel tussen productie en industrie. Enkele jaren geleden is de vakopleiding Bulkgrondstoffen van start gegaan, verzorgd door de Commissie Vakopleiding van de NVGZ.

De dreigende belastingheffing werpt een schaduw over het jubileum, maar kan het enthousiasme niet wegnemen.

Het jubileum wordt een groot feest en de NVGZ gaat de komende vijftig jaar met vertrouwen tegemoet.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels