nieuws

Heb jij de blauwe pimpernel al gezien? Ingenieur en bioloog niet meer als kemphanen tegenover elkaar

bouwbreed

barneveld – Natuurvriendelijk oeverbeheer lijkt zo simpel. Je laat gewoon de natuur haar gang gaan en het komt allemaal dik in orde. Maar het vereist een omslag in denken van zowel de projectontwikkelaar als de overheden, waartussen de ecologen zich diplomatiek manoeuvreren om het maximaal haalbare te bereiken.

In het buitenland staat Nederland bekend als een overgeorganiseerd land. Alles wordt zoveel mogelijk geleid, niet in de laatste plaats de watergangen. Strak, netjes, langs gecreosoteerde palen of stenen wanden om het water toch maar vooral in de hand te houden. Daar hoorden tot voor enkele jaren keurig geschoren bermen bij, waardoor ontluikende flora in de kiem werd gesmoord en bijzondere fauna, zoals de grote karekiet en het woudaapje, haar habitat verloor.

Om dat weer terug te krijgen pleitten ecologen voor natuurvriendelijke oevers. En met succes, zo blijkt uit de excursiedag die CUR, IKC-Natuurbeheer en Rijkswaterstaat donderdag in verscheidene delen van het land organiseerden.

Beek

De Barneveldse beek die door het stedelijk gebied in de provincies Gelderland en Overijssel loopt, begint er al aardig on-Nederlands uit te zien. In bestaande woonwijken mag ze – nog wel een beetje georganiseerd – meanderend haar gang gaan. Hier wat grond meenemend, daar wat achterlatend.

De steile oevers zijn vervangen door glooiende taluds waarop margrieten, brandnetels, reukgras, klaver en ratelaars hoog en sierlijk wuiven. “De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat een aantal (on)kruiden wel is ingezaaid”, geeft ir. H. Nobbe van het Waterschap Vallei Eem toe. Hij gidst het gezelschap langs de beek en wijst op een kunstmatig aangelegd eilandje ergens halverwege de beek, dat er toch ongekunsteld uitziet omdat alles wat wil erop mag groeien.

Geotextiel

Een stenen wandje bij een bocht in de beek verraadt echter de beschermende hand van het waterschap. “Jullie hadden ook op een natuurlijke manier erosie kunnen voorkomen”, grijpt H. van ’t Hoenderdaal deze gelegenheid aan voor een reclamespotje. “Ons bedrijf Corepro fabriceert matten van geotextiel. Dat ziet er veel natuurlijker uit, omdat de oevers in korte tijd begroeid raken. Bovendien hebben de matten een lange levensduur.”

Hij krijgt concurrentie van W. Doomernik van het bedrijf Colbond, eveneens gespecialiseerd in natuurvriendelijke oeverbescherming. Hoofdschuddend bekijkt de manager de afgekalfde zandlijn, op de plek waar de beek de bestaande en de nieuwbouwwijk in Barneveld doorsnijdt. Bij wijze van experiment worden deze oevers uitsluitend beschermd door planten. “Dat wordt niks”, voorspelt Doomernik. “Deze oever is begin dit jaar aangelegd en je ziet nu al dat het water het zand wegspoelt. Nog even en die wilg daar drijft ook weg.”

Nobbe leidt het gezelschap weer terug in de bus, waar zich een geanimeerd gesprek tussen twee wilde-plantenfreaks ontwikkelt. “Zeg, heb jij de blauwe pimpernel al gezien?”

“De blauwe pimpernel, de blauwe pimpernel”, herhaalt de ander peinzend. “Nee, maar wel het witte duizendknoopje.” De dialoog lijkt een niemendalletje, maar bewijst eens te meer welke topprestatie het georganiseerde Nederland levert, door de teugels van oeverbeheer voor een belangrijk deel in handen van de natuur te leggen. Uiteraard onder strenge controle, dat spreekt. Het vereist een omslag in denken en gedrag. Prof.ir. K. d’Angremond van de Technische Universiteit Delft drukt het typerend uit: “Ingenieurs en biologen staan langzaam maar zeker niet meer als kemphanen tegenover elkaar.”

Dit laat onverlet dat er nog wel een zekere discrepantie tussen belanghebbende partijen bestaat. Dijkbeschermers zijn helemaal niet zo blij met de ijverige muskusrat. Projectontwikkelaars bouwen het liefst tot aan de waterkant, om het hoogste rendement te halen. Overheden willen het oeverbeheer zo economisch mogelijk (lees goedkoop) laten uitvoeren. Bovendien blijkt de aanleg van oevers voor veel gemeenten nog steeds een sluitpost. Daar tussendoor scharrelen de eco- en biologen, die de onvermijdbare verstedelijking zo aardig mogelijk willen aankleden.

Natuurlijk oeverbeheer heeft zich evenwel een prominente plek verworven. Dat blijkt uit de herziene uitgave van de CUR. Het nieuwe handboek is met open armen ontvangen en laat uitgebreide mogelijkheden van oeverbeheer zien, ook van de grote vaarwegen.

Prof. d’Angremond mist een belangrijk aspect in het boek; de oevers langs het zoute water. Hij noemt dat een manco en ziet een taak weggelegd voor de CUR om daar in een volgende uitgave alsnog ruim aandacht aan te besteden.

Nieuwbouwwijken krijgen een minder streng uiterlijk bij natuurlijk oeverbeheer. Foto: ministerie LNV

‘Natuurlijk oeverbeheer heeft zich een prominente plek verworven’

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels