nieuws

Een beetje verzakken kan voor het vliegveld geen kwaad

bouwbreed

amsterdam – Chek Lap Kok en Lam Chau, twee eilanden in het uiterste westen van Hong Kong, waren te klein om het broodnodige nieuwe vliegveld van de voormalige kroonkolonie te herbergen. De Britse Chinezen moesten een drie keer zo groot stuk zee rond de eilanden aanplempen voor ze hun vliegveld konden bouwen. De zetting van de ondergrond blijkt mee te vallen.

Het kostte de Provisional Airport Authority (PAA) tweeenhalf jaar om een kunstmatig eiland aan te leggen met voldoende plaats voor twee evenwijdige start- en landingsbanen op ruim anderhalve kilometer afstand van elkaar. Plus ruimte voor alle gebouwen en wegen om jaarlijks 87 miljoen passagiers en 9 miljoen ton vracht te kunnen afhandelen. Het eiland heeft een oppervlak van 1248 hectare bij een omtrek van 17 kilometer, en verheft zich ruim vijf meter boven het gemiddelde zeeniveau ter plaatse.

De Brit G. Plant is tegenwoordig consultant, maar was eertijds hoofd van de afdeling Engineering van de Hong Kong Airport Authority. Zijn bijdrage aan het Europese geotechnisch congres ECSMGE ’99 gaat kort in op de aanleg van het kunstmatige eiland. Plant maakt geen woord vuil aan Boskalis en Ballast Nedam, die toch in sterke mate betrokken waren bij de baggerwerkzaamheden.

Acht meter slib

Het water rond de oorspronkelijke eilanden Chek Lap Kok (302 hectare) en Lam Chau (8 hectare) was vijf tot vijftien meter diep. Het bleek in ieder geval nodig om een laag zacht materiaal van gemiddeld acht meter dikte af te voeren. In totaal verwijderden grijperkranen en sleephopperzuigers 69 miljoen kubieke meter onbruikbaar sediment.

Om het kunstmatige eiland 5,2 meter te laten uitsteken boven het gemiddelde zeeniveau was 197 miljoen kubieke meter materiaal nodig. Het met explosieven afvlakken van twee heuvels op het eiland Chek Lap Kok leverde 108 miljoen kubieke meter gesprongen rots op. Ook de vlakbij gelegen Brothers Islands werden omgezet in 6,6 miljoen kubieke meter stortmateriaal. De rest, 76 miljoen kubieke meter zeezand en 7,3 miljoen kubieke meter gesprongen rots, kwam van verder weg.

Zetting

Het materiaal is niet zomaar in het wilde weg in zee gestort. De rotsblokken liggen met name onder de start- en landingsbanen. Onder de noordelijke baan ligt zeezand tot een niveau van tien meter beneden zeeniveau. Daarop ligt een laag van ongeveer vijftien meter rots. Onder de zuidelijke baan, die zich ook over de voormalige natuurlijke eilanden uitstrekt, liggen alleen rotsblokken. Om zetting van de bodem te versnellen gebruikten de constructeurs vooral vibro-verdichting en bovenbelasting met rotsblokken.

Regulier onderhoud

De International Civil Aviation Organisation houdt de helling en vlakheid van de start- en landingsbanen van het in juli 1998 geopende vliegveld scherp in de gaten. Tijdens de constructie was de zetting aanmerkelijk, maar Plant benadrukt dat in de praktijk alleen de restzetting van belang is. Hij verwacht wat dat betreft nauwelijks problemen. “Het toepassen van de nogal stringente eisen van de ICAO vergt hooguit wat kleine aanpassingen op een beperkt aantal plaatsen van de start- en landingsbanen.”

De te verwachten geringe verzakkingen van de aan- en afvoerwegen op het terrein kunnen aan bod komen tijdens de in die regio gebruikelijke onderhoudscyclus van zeven a tien jaar.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels