nieuws

Optimisme ondernemer over euro neemt af

bouwbreed

Het optimisme van Nederlandse ondernemingen over de positieve invloed van de euro op hun bedrijfsresultaat is aanzienlijk afgenomen in vergelijking met september 1998. Dit blijkt uit onderzoek van Dun en Bradstreet (D en B).

Ondanks dat nog steeds 90 procent van de Nederlandse ondernemingen van mening is dat de invoering van de euro een juiste beslissing is, nam de verwachting van een positief effect op het bedrijfsresultaat af. In september 1998 hield D en B eenzelfde onderzoek. Toen verwachtte nog 57 procent van de ondernemingen een positief effect. In april 1999 is dit nog maar 24 procent; het laagste percentage in Europa. 63 procent van de ondernemers verwacht dat de euro geen invloed zal hebben op het bedrijfsresultaat, daarmee het hoogste percentage in Europa.

Ook de Franse en Duitse ondernemers zijn iets gematigder over een positief gevolg van de euro op het bedrijfsresultaat. In de andere landen bleef het optimisme gelijk aan september 1998, op Spanje en Portugal na, waar het optimisme toenam. Betreffende de deelname aan de euro blijken nu ook ondernemers in andere Europese landen, die aanvankelijk wat minder enthousiast waren, vrijwel net zo positief te zijn over deelname aan de Europese monetaire Unie (EMU).

Factureren

Bijna de helft van de Nederlandse ondernemingen (49 procent) verwacht eind 1999 zowel in euro’s als in guldens te factureren. Dat is zeven procent meer dan in september 1998, toen 42 procent van de ondernemers over factureren in euro’s nadacht. Op dit moment factureert 19 procent van de Nederlandse ondernemers in een aantal gevallen al in euro’s, wat betekent dat Nederland fors achterblijft bij Luxemburg (65 procent), Frankrijk (50 procent) en Belgie (41 procent).

Nog maar 2 procent van de respondenten antwoordt dat hij in 1999 zijn jaarverslag in euro’s opstelt. In september 1998 ging volgens D en B nog een op de vier ondernemers ervan uit zijn jaarverslag in euro’s op te stellen.

Handel

Volgens D en B vindt 12 procent van de Nederlandse ondernemers dat de euro een positieve invloed heeft op de internationale concurrentie. 72 procent ziet daarentegen geen veranderingen. Wat betreft de nationale handel, is slechts 5 procent van de Nederlandse ondernemingen van mening dat de euro een positieve invloed heeft op de concurrentiepositie; 84 procent stelt dat de invoering van de euro hier nog geen invloed heeft gehad.

Ondernemers uit Italie, Spanje en Oostenrijk zijn het meest positief. 17 procent van de Italiaanse en Oostenrijkse ondernemingen ziet een positieve invloed op de nationale handel. Van de Oostenrijkse ondernemers is 20 procent bovendien van mening dat de euro ook positieve gevolgen voor de internationale handel heeft. In Spanje is dit percentage zelfs 29 procent.

Uit het onderzoek van D en B blijkt tevens dat ondernemingen uit landen die deelnemen aan de EMU deze munteenheid nog lang niet allemaal hebben ingevoerd. Ondanks de voorspellingen van veel toonaangevende Europese organisaties, wijst het onderzoek uit dat meer dan 70 procent van de bedrijven in Europa nog helemaal geen diensten of producten in euro’s prijst. De ondernemers gebruiken de euro vooral om hun klanten in twee valuta te factureren. Dit gebeurt overigens wel veel eerder dan was verwacht bij de lancering van de EMU; een constatering die ook al naar voren kwam uit het onderzoek van D en B in september 1998.

Prijsharmonisatie

D en B concludeert dat ongeveer 54 procent van de organisaties in euro-landen aan het eind van 1999 in euro’s factureert. Slechts 2 procent factureert gedurende 1999 alleen in euro’s en slechts 13 procent zal dat voor 2001 doen. De meeste organisaties zullen tot aan de volledige implementatie in 2002 twee valuta hanteren.

“Ondernemingen hebben drie jaar gekregen voor de overstap naar de euro en ze zijn ook van plan die periode volledig te benutten. Nu de invoering van de euro in praktijk wordt gebracht, ontstaat er tevens een meer realistische kijk op het EMU-lidmaatschap”, aldus Bartjan Willenborg, manager corporate marketing and communications Benelux bij D en B.

Opvallend veel ondernemingen verwachten dat de euro zal leiden tot een grotere prijsharmonisatie. 42 procent van de landen die de introductie van de euro ondersteunen, voorzien deze prijsharmonisatie binnen twee jaar, vergeleken met slechts 28 procent van de respondenten in september 1998.

Euro versus dollar

De Europese ondernemingen hebben niet veel vertrouwen in de hardheid van de Europese munt. Een meerderheid (55 procent) van de organisaties is van mening dat de euro nooit de belangrijkste munteenheid in de wereld zal worden; een opvatting die met name in Duitsland, Oostenrijk en Denemarken leeft. Daar geloven 7 van de 10 ondernemingen dat de euro niet zal kunnen concurreren met de dollar.

Bijna een derde van de ondervraagde bedrijven denkt dat de euro uiteindelijk de belangrijkste munteenheid ter wereld wordt. Verder gelooft 32 procent van de ondernemingen dat de euro nu al een positieve invloed op hun zaken heeft, hoewel de meningen over de invloed van de euro op de lange termijn per land verschillen. Met name Nederland (24 procent), Frankrijk (27 procent) en Duitsland (33 procent) verwachten geen voordelig effect. Spanje (71 procent) en Portugal (67 procent) zijn daarentegen erg optimistisch. Over het algemeen gelooft bijna de helft van alle landen die de euro ingevoerd hebben, dat deze een positieve invloed zal hebben op de winsten.

Dun en Bradstreet is aanbieder van zakelijke krediet-, marketing- en handelsinformatie.

Een versie van het volledige rapport is op te vragen bij Wilfred van Wel, Dun en Bradstreet Nederland BV, Rotterdam, telefoon: (010) 4009603, e-mail welw0514dnb.com.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels