nieuws

Lening geeft bank invloed in bedrijf

bouwbreed

Zodra een bedrijf geld leent bij de bank krijgt de kredietverstrekker invloed op de gang van zaken bij de onderneming. De bank wordt met de verlening belanghebbende en zal dat belang dus veilig willen stellen. Internationaal gezien doen zich weinig verschillen voor in de zakelijke kredietverlening, ontdekte J. Pape tijdens zijn onderzoek voor ‘Commercial Lending in Different Corporate Governance Systems’ (*).

Voor ‘corporate governance’ bestaat geen passende Nederlandse vertaling. Het houdt verband met de belanghebbenden bij een onderneming. Die worden ook wel participanten of stakeholders genoemd. Het gaat ook om de invloed die belanghebbenden op een onderneming uitoefenen. Verder handelt het om de besluitvorming van de leiding waarop de genoemde invloed wordt uitgeoefend.

Kredietverlening door banken maakt welbeschouwd deel uit van ‘corporate governance’. De bank wordt belanghebbende, oefent met het toekennen of weigeren van krediet invloed uit en bepaalt mede de besluitvorming. De bedrijfsleiding zal immers rekening houden met de belangen van de bank. Over het geheel genomen bestaat er nauwelijks (internationale) kennis over dit bancaire onderwerp.

Pape beschouwt ‘corporate governance’ als een onderhandelingsproces. Het topmanagement treedt hier op als een bestuurd systeem ten overstaan van allerlei belanghebbenden. De laatsten vormen de besturende organen. In het geval van de kredietverlening is de bank het besturend orgaan.

De kredietverlening zelf kent twee aspecten. De bank zal zich eerst een oordeel vormen van het bedrijf en na de toekenning van de gelden toezien op het gebruik ervan. Deze twee aspecten verschillen van land tot land. Pape ging daarvoor te rade bij Amerikaanse, Britse, Franse, Duits- en Nederlandse banken. Franse en Amerikaanse banken doen vooral onderzoek naar het betalingsgedrag van de kredietvrager. Nederlandse en Duitse banken hebben meer oog voor de ontwikkelingen in de desbetreffende bedrijfstak. Een grotere bank beoordeelt ontwikkelingen in een bedrijfstak anders dan een kleinere.

Informatie

De banken in de vijf onderzochte landen vergaren op nagenoeg dezelfde wijze informatie. De bevindingen gaan zonder noemenswaardige verschillen op voor de periode voor en na de kredietverlening. Dat gebeurt door analyse van periodieke financiele overzichten, besprekingen met het (top)management en door analyse van zekerheden.

Wel doen zich onderling kleine verschillen voor. Te denken valt aan besprekingen met andere banken en met andere betrokkenen en rond het opvragen van kredietwaarderingen. Banken hechten weinig waarde aan politieke criteria en Duitse banken nog het minst. De onderzochte banken van het Europese vasteland hechten wel zeer sterk aan een scheiding van commerciele activiteiten en risicobeoordeling; Angelsaksische landen doen dat wat minder. Pape ontdekte geen verschillen in de bereidheid kredieten voor langere tijd te verstrekken.

Ook in het geval van ‘probleemleningen’ vertonen de handelswijzen van de onderzochte banken weinig verschillen. Amerikaanse banken eisen in dat geval wel eerder organisatorische maatregelen. Wanneer echter sprake is van aandelenbezit in de desbetreffende onderneming, verdwijnt dit verschil weer. Geen van de banken hecht in het geval van probleemkredieten meer of minder belang aan de bekendheid met de client. Pape ontdekte ook geen verschillen in het moment waarop banken zich terugtrekken wanneer een onderneming in de problemen raakt.

(*) J. Pape schreef ‘Commercial Lending in Different Corporate Governance Systems’ voor de Universiteit Twente.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels