nieuws

Heiwerk veroorzaakt geen schade aan belendende percelen

bouwbreed

waddinxveen – Heiwerk hoeft geen schade te veroorzaken aan belendende percelen, ook niet als zij op staal zijn gefundeerd. Dat stelt P. van ’t Wout Sr., directeur van de Bovi Foundation Group Waddinxveen. Hij baseert zijn mening op eigen ervaring en een groot aantal rapporten van gerenommeerde adviesbureaus.

Als voorbeeld noemt Van ’t Wout de fundering voor de uitbreiding van het stadhuis van Utrecht, in opdracht van aannemingsmaatschappij Boele van Eesteren. Het gemeentehuis bestaat uit een verzameling middeleeuwse huizen, waarvan het oudste omstreeks 1150 is gebouwd. Zij zijn uiteraard op staal gefundeerd. Een deel wordt gerenoveerd en een deel maakt plaats voor nieuwbouw naar een ontwerp van de Spaanse architect Miralles.

De Bovi Foundation Group leverde 150 funderingspalen, vervaardigd door stalen buizen grondverdringend in de bodem te schroeven en (na het plaatsen van de wapening en het storten van het beton) heiend te trekken. IFCO Funderingsexpertise BV uit Waddinxveen was ter plekke om de trillingen te meten aan de funderingen tijdens de productie van drie palen. Het maximale trillingsniveau was 2,7 millimeter per seconde. Volgens het rapport is constructieve schade bij dat niveau ondenkbaar en is de kans op ‘cosmetische’ schade zeer klein.

Heiwerken P. van ’t Wout heeft de boor-vibropaal (bovi-paal) in 1994 voor het eerst op de markt gebracht. Onderaan de buis wordt een grondverdringende boorkop geplaatst, als een soort ‘deksel’. Tussen deze kop en de buis komen een rubberen ring en een compriband, om te voorkomen dat er grondwater in de holle buis dringt. Na het boren wordt de stalen buis nageheid, om zeker te zijn van het draagvermogen. Als dat voldoende is, wordt de wapening in de buis geplaatst (zonodig over de volle lengte van de paal) en het beton gestort. Bij het trekken van de buis blijft de boorkop in de grond achter, als voet van de betonnen paal. De buis wordt tijdens het trekken getrild, om het beton goed te verdichten. Vijf dagen na de productie wordt de paal akoestisch doorgemeten.

Geen risico

Van ’t Wout heeft met de bovi-paal geen risico genomen. Joustra Geomet heeft een onderzoek gedaan naar de kwaliteit van het funderingssysteem. Volgens prof. ir. A.F. van Weele van IFCO Funderingsexpertise is het een gedegen onderzoek, dat getuigt van een goede aanpak. In een brief vergelijkt Van Weele de bovi-paal met de prefab betonnen paal. “Het feit, dat de prefab paal teleurstellend in zijn gedrag is, baart mij toch enige zorgen”, schrijft Van Weele. “Onder ons nieuwe kantoor in Waddinxveen hebben we vijftien prefab palen toegepast en twee ervan lijken ook teleurstellend in hun draagvermogen. Dat was op basis van het grondonderzoek niet voorzien.”

Geluidsniveau

De keuze voor bovi-palen wordt echter niet in de eerste plaats ingegeven door een mogelijk kwaliteitsverschil met prefab betonnen palen. Het gaat vooral om het voorkomen van schade aan belendende, op staal gefundeerde en dus kwetsbare gebouwen. Een andere reden om voor bovi-palen te kiezen, is het relatief lage geluidsniveau bij de productie.

Het trillingsniveau kan nog lager dan bij het stadhuis van Utrecht. IFCO Funderingsexpertise verrichtte ook metingen bij de nieuwbouw van het APZ in Gouda. Het maximale trillingsniveau was 1 millimeter per seconde. Bij de levering van bovi-palen in Den Haag bedroeg het maximale trillingsniveau zelfs 0,6 millimeter per seconde. Dat is ver beneden het niveau van 2 millimeter per seconde, dat de meeste gemeentes als maximum hanteren. Zelfs ‘cosmetische’ schade aan de belendende gebouwen is daarbij uitgesloten.

De bovi-paal lijkt vijf jaar na de introductie een plaats te hebben veroverd op de Nederlandse funderingsmarkt. “En lukt het hier in ons land, dan zijn er zeker goede mogelijkheden erbuiten”, besluit Van Weele.

De productie van bovi-palen voor de nieuwbouw van het stadhuis in Utrecht.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels