nieuws

Duitse woningbouw worstelt met Vinex-problemen

bouwbreed

De Duitse deelstaat Beieren steekt tweehonderdvijftig miljoen in de ontwikkeling van twaalf nieuwe woonwijken die in sociaal, economisch en ecologisch opzicht de toon moeten zetten. Het aantal woningen waar het om gaat is bescheiden (7000) maar de studieuze opzet van de ontwerpwedstrijden voor de twaalf plekken, meestal restgebieden in of vlakbij stedelijke centra, geven het project veel impact. Ze moeten het voorbeeld zijn voor alle latere Siedlungen.

Het project vertoont in zijn vragen en oplossingen opvallende gelijkenis met de situatie in Nederland. Dezelfde thema’s van stedenbouw en volkshuisvesting die de discussie over Vinex beheersen, spelen bij onze oosterburen. Ook daar lijkt er sprake van een overgangssituatie waarin staat, stad en particulier initiatief elkaar in evenwicht trachten te houden.

In wat de stedenbouwkundige ontwerpen betreft is opvallend dat ook daar de formele, strenge varianten overheersen. “Regelmatige, rechthoekige buurten, deels tegenover elkaar verschoven om spannende tussenruimten te creeren, met de woningen overwegend ondergebracht in rijtjes”, aldus de plandocumentatie.

Terecht wordt daarbij de vraag gesteld of deze vorm nu echt aansluit bij de wensen en eisen van het programma, of louter een kwestie van mode is. De vraag of dit aanbod ook aansluit bij wat de consument wil, komt daarbij zijdelings aan de orde. Geconstateerd wordt dat het in de plannen voornamelijk gaat om het traditionele type gezinswoning, een type dat nu het meest gevraagd is in Duitsland. De redacteuren signaleren dat in de toekomst de vraag naar alle waarschijnlijk verandert. Maar een duidelijke oplossing voor dit dilemma kunnen zij niet destilleren uit de gedocumenteerde plannen.

Echo

De plannen zetten in op versterking van de bestaande steden. “Ze proberen het opvreten van de ruimte door de vrijstaande woningbouw tegen te gaan”, luidt de door de deelstaat geredigeerde analyse. Het is alsof je een echo hoort van de discussie die hier ten lande gevoerd is over stedelijkheid versus verdunning van de Vinex. Tegenover de ook hier bekende eigen, vrijstaande woning als de ultieme droom van iedereen, staat de roep dat de overheid moet bijsturen in ecologisch en typologisch opzicht. Tevens moet de overheid de vitaliteit van de bestaande steden bewaken en dus zorgen voor een zekere verdichting van de woningbouw.

Ook heel herkenbaar is het parkeerprobleem. Geconstateerd wordt dat de mogelijkheden voor de woningbouw sterk afhangen van de oplossing die voor het parkeren wordt gevonden. Gewaagd is de oplossing in een van de plannen om het parkeren op enige afstand van de woningen te concentreren op kleine, in het heuvelland verborgen, parkeerterreinen. “Zijn er genoeg mensen die de verbetering van de kwaliteit van de directe woonomgeving die hierdoor ontstaat, op waarde weten te schatten?”

Allicht is mobiliteitsbeleid een cruciaal onderdeel van de planvorming. Het heeft tenslotte weinig zin om vergaande en nauwkeurige ecologische eisen te stellen en tegelijk de ruimte- en energieverslindende automobiliteit ongemoeid te laten. Maar ook in deze Duitse voorbeeldplannen komt men daar niet uit. In hoeverre kan stedenbouw bewoners dwingen af te zien van een eigen auto, luidt daarom de retorische vraag.

Spanningsveld

De analyse van de plannen voert tot een aantal aandachtspunten voor toekomstige woningbouw. De premisse daarbij is dat er altijd een spanningsveld zal blijven tussen de sociale en de ruimtelijke structuur. Alleen in gevangenissen, hotels en ziekenhuizen sluiten die twee exact op elkaar aan, aldus de redacteuren van de documentatie. Daarom moeten woningbouwontwerpers niet proberen woningen zeer specifiek voor een doelgroep te ontwerpen maar streven naar neutrale plattegronden. En wel met zoveel mogelijk ruimte, want net als in Nederland neemt in Duitsland het ruimtegebruik per persoon nog steeds toe. De rol van de politiek daarbij zou moeten zijn om te zorgen voor een zo gedifferentieerd mogelijk aanbod, toegesneden op de lokale omstandigheden.

Stuk voor stuk zijn die noties voor de Nederlandse woningbouwer bekende kost. In die zin biedt deze Duitse documentatie weinig opvallend nieuws. Maar het interessante van het boek schuilt juist daarin: de gewaarwording dat ‘onze’ Vinex-discussie niet een exclusief Nederlands verschijnsel is maar blijkbaar een fase in een veel algemenere ontwikkeling. Een troost is wellicht dat de Duitsers net zomin als wij een kant en klaar antwoord hebben.

Beloning

Het overzicht aan dilemma’s roept, gezien vanuit de consument, de vraag op wat die wint met bijvoorbeeld hogere dichtheden; het is niet zo dat meer woningen per hectare vanzelf leidt tot lagere grondkosten en dus goedkoper wonen. Wat dat betreft zou in Nederland de merkwaardige verrekening van grondkosten nog eens onder de loep moeten worden genomen. Eveneens is de vraag of de consument die afziet van autogebruik of parkeerplaatsen direct bij huis, daarvoor voldoende wordt beloond.

Nu is er voornamelijk sprake van overheidsdwang terwille van wat goed is voor de gemeenschap. Er mag van alles niet, zo ervaart de consument het. Er zou meer moeten worden nagedacht in termen van beloning. De consument moet veel meer ‘verlokt’ worden, zodat die zich met genoegen schikt naar het gewenste gedrag.

Tom Maas

H. Kallmayer e.d., Bayerischen Staatsministerium des Innern: ‘Siedlungsmodelle’. Uitg. Prestel, Munchen. ISBN 3-7913-1886-1

Enkele van de zevenenvijftig verkavelingsvoorstellen die in de prijsvraag voor een locatie in Munchen zijn gemaakt. De vraag is in hoeverre dit soort op vorm gerichte stedenbouw wordt beheerst door esthetische modegrillen, en in hoeverre wensen en eisen van programma en gebruikers meespelen.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels