nieuws

Bos in de wijk brengen blijkt niet zo simpel

bouwbreed

“Iedereen heeft zijn haar een beetje grijzer zien worden.” Brian Voesten, projectleider realisatie Meerhoven namens de Eindhovense Dienst Openbare Werken, kan er nog om lachen. Hij is echter de eerste om te erkennen dat er heel hard moest worden gewerkt om de plannen voor de openbare ruimte van de wijk Zandrijk in Meerhoven in een uitvoerbaar bestek te kunnen vatten. En om het vervolgens ook uitgevoerd te krijgen. Een belangrijke oorzaak: de bossfeer.

De Dienst Openbare Werken (DOW) is opdrachtnemer van de Dienst Stadsontwikkeling (DSO) als het gaat om de uitvoering van de plannen die zijn ontwikkeld voor de openbare ruimte van Meerhoven. Als eerste was Zandrijk aan de beurt, de wijk waar nu de eerste 62 en later een tweede lading van circa 1100 woningen worden gebouwd.

Rik van Stiphout, ontwerper openbare ruimte van DSO, zet de verhoudingen uiteen: “Op basis van het stedenbouwkundig Masterplan van Teun Koolhaas heeft Buro Lubbers uit Den Bosch een plan gemaakt voor de openbare ruimte. Dat hebben wij vertaald naar een gedetailleerd stedenbouwkundig plan, waar DOW vervolgens weer een uitvoerbaar bestek van heeft gemaakt.” Daarnaast houdt DOW de uitvoering van het project in de gaten. Voesten: “Kort samengevat komt het erop neer dat wij ervoor moeten zorgen dat er 1000 woningen per jaar kunnen worden neergezet.”

Bomen

De meest bepalende factor bij de inrichting van de openbare ruimte in Zandrijk vormt de bossfeer. “De mensen moeten het idee krijgen dat ze in een bos wonen”, aldus Van Stiphout. “Hoofduitgangspunt voor Buro Lubbers waren daarom de bomen, heel veel bomen. In ieder geval waren het er veel meer dan doorgaans het geval is. Ze hebben als het ware confetti gepakt en dat over het plangebied gestrooid. Waar de confetti viel, kwam een boom te staan.”

Tussen de bomen door werd de infrastructuur geleid. Geen klinkerwegen maar asfalt, voorzien van een deklaag van zandkleurig grind. “In het bos heb je immers ook geen klinkers.” En natuurlijk moest er ook parkeerruimte komen. Lubbers kwam met parkeervelden aan een zijde van de straat, uitgevoerd in een open bestrating van gebakken klinkers, waar gras tussendoor kan groeien.

“De volgende stap was dat van de plannen van Lubbers vertaald moesten worden naar een uitvoerbare werkelijkheid”, vervolgt Van Stiphout. “En dan heb je dus te maken met hele concrete zaken als het aantal woningen per hectare, de parkeernorm, de verkeerscirculatie, en niet in de laatste plaats de ondergrondse belemmeringen, die specifiek zijn voor Meerhoven.”

Voesten bevestigt dat. “De ondergrondse infrastructuur is minstens zo bijzonder als wat er bovengronds wordt gerealiseerd. De twee waterleidingnetten, stadsverwarming, telecommunicatie, de voorzieningen voor de waterhuishouding, de riolering. Er ligt een heel dik pak leidingen in de grond. En daar bovenop mogen dus geen bomen worden geplant.”

Van Stiphout: “Het leuke van het ontwerpbureau is dat ze gemakshalve dit soort praktische zaken terzijde mogen schuiven. Wij moeten vervolgens echter proberen het beeld dat zij creeren zo goed mogelijk in de praktijk gerealiseerd te krijgen. Dat is een spanningsveld. Het vraagt om concessies. Maar uiteindelijk vind ik dat we het plan van Lubbers heel aardig hebben weten te benaderen. Waar we eerst bang waren dat er te weinig bomen zouden overblijven, vragen we ons nu eerder af of we alle bomen wel kunnen betalen.”

De bomen in Zandrijk worden in groepjes aangeplant. Uitzondering vormen de bomen langs de HOV-lijn. Deze vormt de meest fysieke verbinding met de andere wijken van Meerhoven en Eindhoven en krijgt daarom een meer traditioneel uiterlijk van een laan met aan weerszijden een rij bomen. Een andere uitzondering vormt de groenstrook in het midden. Hier zijn de bomen en andere groenvoorzieningen gebundeld. In totaal worden er in Zandrijk 1600 bomen geplant. “Drie keer zoveel als normaal.”

Uitvoering

Na uitwerking en toetsing van de plannen was de beurt aan de uitvoering. Die ging niet echt van een leien dakje. De zware regenval van de laatste maanden speelden het werk bijvoorbeeld danig parten. En een extra complicerende factor was de speciale behandeling van het regen- en afvalwater in de wijk. Van Stiphout: “We hebben er in Meerhoven onder andere voor gekozen het regenwater zoveel mogelijk in het gebied te houden. Daar is zelfs een speciaal waterhuishoudkundig detailplan voor opgesteld door het ingenieursbureau van de gemeente Eindhoven. Concreet betekent dit, dat alles op een niveau is gehouden. In het dwarsprofiel van de wegen is geen hoogteverschil.” Voesten: “Maar in het langsprofiel des te meer, omdat we er wel voor moeten zorgen dat het regenwater uiteindelijk op de goede plek terecht komt. Dus moest er een golvend patroon in de straten worden gebracht.”

Tegelijkertijd

Ook de wijze van uitvoering was heel anders dan te doen gebruikelijk. “In het geval van een normale nieuwbouwwijk wordt alles achter elkaar gedaan. Je maakt de locatie bouwrijp, legt de bouwstraat aan met de klinkers op hun kop, het leidingwerk wordt aangelegd, en pas als alles achter de rug is, ga je de zaak woonrijp maken. Hier moest alles tegelijkertijd gebeuren, omdat er asfalt als wegdek zou komen te liggen. De bouwstraat is dus meteen ook de woonstraat. Dat vergde de nodige voorbereiding en afstemming tussen alle betrokken partijen, de gemeentelijke diensten, het nutsbedrijf, de aannemer. Er moest veel meer tot in detail worden voorbereid. Want als het asfalt er eenmaal ligt, kun je niet zomaar even de boel weer openbreken. Communicatie was hier dus echt heel belangrijk.”

Of alle moeite er ook toe zal leiden dat Zandrijk uiteindelijk het boseffect krijgt waar naar gestreefd is, hangt volgens Voesten en Van Stiphout niet alleen van de uitvoering af. “Uiteindelijk zijn het toch de bewoners die de hele opzet van de wijk ook daadwerkelijk kunnen laten slagen”, meent Van Stiphout. “Wij kunnen namelijk wel willen dat de mensen op die ene parkeerstrook hun auto gaan parkeren. Maar de vraag is of ze het straks niet gewoon op het trottoir doen. Er is geen hoogteverschil, dus dat kan makkelijk.” Voesten: “Ook de manier waarop ze straks de tuinen gaan aanleggen is bepalend. Een kunstmatige tuin, met bijvoorbeeld parelgrind en omgevallen kruikjes, zou in een bossfeer totaal misstaan. Om maar niet te spreken van tuinkabouters.”

De eerste woningen in de wijk Zandrijk, waar de bewoners straks het idee moeten krijgen dat ze in een bos wonen. Foto: Bert Jansen

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels