nieuws

Zolders en krochten goudmijn voor historici Ingrijpende verbouwing van Huis van Assendelft

bouwbreed

den haag – Het ruikt er onmiskenbaar naar behangplaksel. Op de grond ligt een slordig opgerold Perzisch tapijt. Een zeegezicht hangt aan de wand. Bouwhistoricus Jan van der Hoeve heeft er geen oog voor.

Opgewonden loopt hij door het ‘Huis van Assendelft’ aan het Westeinde in Den Haag. Onophoudelijk vertellend over zijn ontdekkingen: middeleeuwse krochten, rococoplafonds en tientallen andere unieke bouwelementen uit vroeger eeuwen.

Twee jaar geleden inventariseerde de gemeente Den Haag hoeveel gebouwen van voor 1850 de residentie nog heeft. Het bleken er achthonderd te zijn.

Daarna werd onderzocht welke bijzondere bouwkundige onderdelen er in deze gebouwen aanwezig zijn. Het gaat daarbij om onder meer kelders, keukens, schouwen, plafonds en muurschilderingen.

Een probleem bij het verzamelen van gegevens, is dat veel authentiek materiaal is verstopt achter bijvoorbeeld verlaagde plafonds. Om zulke verborgen schatten te kunnen documenteren moet een gebouw worden gestript. De gemiddelde huiseigenaar is daar natuurlijk niet zo maar voor te porren. Tenzij er een toch een ingrijpende verbouwing moet plaatsvinden.

Bij het Huis van Assendelft is dat het geval. In het gebouw worden onder meer woningen, kantoren en een trouwzaal gevestigd. De eigenaar van het pand gaf Van der Hoeve toestemming om de bouwgeschiedenis te onderzoeken. Onlangs werden de resultaten gepresenteerd.

Verbouwingen

Westeinde 12, het Huis van Assendelft. Een kolossaal, enigszins saai pand in een Haagse winkelstraat. Saai? Kom nou! Jan van der Hoeve raak ter niet over uitgepraat. “Je komt steeds weer wat nieuws tegen. Neem nou de kelders uit 1469 of de eikenhouten spanten.”

De bouwhistoricus vouwt een bouwtekening uit op de tafel in de vestibule. Het oudste deel van het Huis van Assendelft dateert uit 1467, legt hij uit. Zijn wijsvinger glijdt over de rode markeringen waarmee op de kaart de oorspronkelijke plattegrond staat aangegeven. In de zeventiende eeuw werd het gebouw gedeeltelijk gesloopt en herbouwd. Daarna volgden talloze verbouwingen en uitbreidingen.

Als een Columbus die een nieuw continent heeft ontdekt, beent Van der Hoeve door zalen met rijk geornamenteerde plafonds, met grenenhout betimmerde wanden en blinkende kroonluchters. “De plafond- en wandversieringen dateren grotendeels uit de vorige eeuw. In die tijd werd de rococostijl uit de achttiende eeuw geimiteerd. Het is een van de fraaiste voorbeelden van neo-rococo die ik ken in Nederland.”

Maar hoe fraai de versierselen ook zijn, de interesse van de bouwhistoricus gaat nog meer uit naar andere, voor de leek minder bijzondere onderdelen van het gebouw: de kelders en de zolder. “Wie zou er geld stoppen in een deel van zijn huis waar hij weinig waarde aan hecht?”, vraagt hij retorisch. “Daar hoefde men uiteindelijk niet te pronken met zijn bezit. Dus vinden we juist op die plekken heel veel van het oorspronkelijke materiaal. Voor de bouwhistoricus zijn die krochten een goudmijn!”

Verrassingen

De houten trap naar de kelders kraakt onder het gewicht van de bezoekers. De gewelven van het Huis van Assendelft zijn het oudste deel van het pand. Ze dateren uit 1469. De bouwhistoricus leidt dat af uit de gebruikte materialen en uit de wijze waarop de kelders zijn vorm gegeven.

Het pand dat oorspronkelijk boven deze opslagruimten stond, verschilde sterk van het gebouw dat er nu staat. “Hoe het er precies uitzag, weten we niet. Maar waarschijnlijk lag het huis achter de huidige rooilijn.” Hij leidt dat af uit de plaats die de kelders hebben ten opzichte van de erboven gelegen gedeelten.

Ook de zolder blijkt onverwachte verrassingen te herbergen. In de kolossale ruimte staat een woud van donkerbruine spanten. Niets bijzonders zo lijkt het, maar Van der Hoeve weet beter. “Zo’n etage was eigenlijk niet meer dan een paraplu die de rest van het huis moest beschermen tegen neerslag. Er werd wat materiaal opgeslagen of een kamertje gemaakt voor de dienstbode, maar meer ook niet.”

Met zijn ogen meet hij de spanten tussen vloer en dak. Halverwege zijn ze enigszins gebogen. “Eikenhout”, constateert Van der Hoeve, terwijl hij zijn hand teder langs het hout strijkt. “Het werd vroeger heel vaak gebruikt in de woningbouw. Zo vaak zelfs dat het in de loop van de zeventiende eeuw niet meer te krijgen was. Noodgedwongen zijn ze toen overgegaan op grenenhout.” Hij gebaart naar de achterkant van de zolder. Mijmerend: “Dat je hier nog eikenhouten spanten aantreft … Echt heel ongewoon.”

Het Huis van Assendelft. Op het eerste gezicht een saai gebouw, maar voor de bouwhistoricus een goudmijn.

Veel authentiek materiaal is verstopt achter de verlaagde plafonds.

De plafond- en wandversieringen dateren grotendeels uit de vorige eeuw.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels