nieuws

Remkes wil Vinex-contracten in overleg openbreken

bouwbreed

den haag – De Vinex-locatie bestaat niet. Staatssecretaris Remkes van VROM vindt echter dat het anders moet op een groot aantal grootschalige uitleglocaties. De bewindsman piekert er niet over om eenzijdig de Vinex-contracten open te breken. Maar hij is ervan overtuigd dat – na gezamenlijk overleg met alle partijen – voor veel locaties andere afspraken worden gemaakt.

Het moet anders op bepaalde beleidsterreinen van de volkshuisvesting. In de discussienota Wonen in de 21ste eeuw schopt het ministerie de heilige huisjes in de volkshuisvesting omver. De nota wil prikkelen en partijen wakkerschudden. Achterover leunen is er niet meer bij in de volgende eeuw, waarschuwt het ministerie.

De bewindsman kan zich behoorlijk ergeren aan het beeld van wurgcontracten dat sommige partijen van Vinex-locaties schetsen. “Alsof het Rijk alles heeft dichtgetimmerd en gemeenten oplegt dat minimaal dertig procent sociale woningbouw moet zijn. Onzin, er zit best veel ruimte in de contracten. De inhoud rechtvaardigt al helemaal niet dat er eenzijdig en saai wordt gebouwd. Daar is niets over vastgelegd.”

Lastig

Toch erkent de bewindsman dat het lastig is op korte termijn iets te veranderen. Hij heeft zijn zinnen dan ook vooral gezet op de periode na 2005. “Bijvoorbeeld hoge dichtheden dichtbij de steden, maar achterin de de locaties kan meer ruimte worden gebruikt.” Meer vrije kavels _ ook in de Randstad _ en meer ruimte voor individueel opdrachtgeverschap. Vrije kavels komen op Vinex-locaties al helemaal niet voor. Dat moet anders in de visie van Remkes.

De staatssecretaris is niet van plan de contracten eenzijdig open te breken, maar denkt dat er op een “fatsoenlijke manier” tot andere afspraken te komen is. Nieuwe afspraken zijn maar voor een beperkt aantal locaties noodzakelijk.

De bewindsman maakt zich echter grotere zorgen over de bestaande steden. Zonder beleid zouden ze de grote verliezers zijn, is de mening van Remkes. Leegzuigen van de stad door Vinex-locaties en corridors blijkt een potentieel gevaar dat een sterk offensief behoeft om dat te voorkomen. Een beetje leegstand in de steden schrikt hem trouwens niet af. “Dat geeft wat meer speelruimte.”

Het Investeringsfonds Stedelijke Vernieuwing (ISV) is de sterke troef die Remkes daarbij in handen heeft. Gemeenten moeten met goede plannen komen om in aanmerking te komen voor de gebundelde subsidie die eens per vijf jaar wordt toegekend. “Ik neem geen genoegen met een pamflet of een glossy brochure.” Remkes wil van elke gemeente duidelijkheid over zaken als ouderenhuisvesting, eigen woningbezit, groen en vrije kavels. Daarnaast wil het ministerie inzicht in de relatie tussen de bestaande stad en eventuele nieuwbouwlocaties aan de rand ervan.

Eerlijk

In 2010 verwacht hij dat zestig procent van de huizen koop is en veertig procent huur. De corporatiesector staat dan ook een periode van verdere krimp te wachten. Afschaffing van het BBSH, de regelgeving over het functioneren van de corporaties, is niet ter sprake. Afromen van het miljarden kapitaal van de corporaties zou de sector de nek omdraaien, is de mening van de staatssecretaris. Ook daar zit hij niet op te wachten.

Drie wegen staan open waarvan er maar een reeel is. VROM verwacht dat maar een heel klein deel van de corporaties zich wil beperken tot de oorspronkelijke doelgroep van mensen die zelf geen dak boven het hoofd kunnen regelen. Ook een minimale aantal corporaties zal de doorsteek naar de markt willen maken, want dan wil het Rijk wel even afrekenen. Het overgrote deel van de corporaties gaat allerlei activiteiten naast het wonen zoeken. Projectontwikkeling, diensten en zorg zijn daarbij voor de hand liggend. Remkes eist echter wel dat die activiteiten op basis van gelijkwaardige concurrentie met andere marktpartijen gebeurt.

“Laten we eerlijk zijn. Anno 1999 zou je niet gauw meer de corporaties uitvinden als voertuig om de sociale woningbouw op de rails te zetten.” Remkes ziet nu veel meer in het uitschrijven van een bestek door gemeenten voor sociale woningbouw. “Met daaraan gekoppeld de randvoorwaarden. En laat dan de corporaties of projectontwikkelaars maar inschrijven zoals bij iedere aanbesteding.”

Omslag

Nog maar heel vers is de omslag in de markt waarbij de consument bepaalt. “Iedereen moet wennen aan de veranderde woningmarkt. Dat geldt voor corporaties, gemeenten, bouwers, ontwikkelaars en planners.” Niet alles is te voorspellen of te vatten in beleid. “De belangrijkste taak van het ministerie is het uitdragen dat de markt is veranderd en dat de burger kwaliteit eist.”

Ook Remkes erkent dat op sommige plaatsen de kwaliteit niet is gegarandeerd. Lintbebouwing beschouwt de staatssecretaris als het gevolg van het ontbreken van sturende instrumenten in de ruimtelijke ordening. Daarbij acht hij zowel gemeenten, provincies en Rijk schuldig. De VVD-bewindsman zou graag iedereen de vrije keus willen laten, maar hij beseft dat dat niet kan. De stad mag niet verliezen, maar het platteland ook niet. Ruimte voor corridors is nodig, maar open ruimte niet minder belangrijk.

De politiek moet dit jaar kiezen en Remkes beseft dat elke keuze verstrekkende consequenties inhoudt voor de inrichting van Nederland. Hij prijst zich gelukkig dat die keuze tegelijkertijd in een andere nota wordt gemaakt.

‘Discussienota schopt heilige huisjes omver’

Staatssecretaris Remkes. Foto: Ries van Wendel de Joode

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels