nieuws

Remkes: hooguit eens per jaar nieuwe bouwregels

bouwbreed

De bouwregelgeving schittert, maar dan in negatieve zin. Door een overdaad aan regels en regeltjes. Daar zijn velen van doordrongen, en ook staatssecretaris Remkes van Ruimtelijke Ordening heeft deze stellige overtuiging. Gisteren hield hij een vurig pleidooi voor vereenvoudiging van het Bouwbesluit, op een bijeenkomst in Aalsmeer van de stichting Bouwkwaliteit. Als we in Nederland tot een goed woon- en leefklimaat willen komen, dan moet er een eind aan de bemoeizucht komen, meent Remkes.

“Ik wil om te beginnen met u het Bouwbesluit maar eens onder de loep nemen. Als we het dan hebben over overdaad: wat vindt u hiervan? Wist u dat het Bouwbesluit ruim 400 artikelen kent, 200 NEN-normen en ruim 3700 erkende kwaliteitsverklaringen? Zelfs de Woningwet, bijna honderd jaar oud, heeft voor meer dan 90 procent betrekking op bouwregelgeving.

Ik heb op mijn departement eens laten nagaan hoe het nu zit met de praktijk van die bouwregelgeving. Ik kan u verzekeren: dat leidt tot hilariteit. Ik geef u drie voorbeelden.

In een gemeente die ik verder niet bij name zal noemen, wil de koper van een eengezinshuis graag de hal bij de woonkamer trekken. Als je dan het huis binnenstapt, kom je direct in die woonkamer. Zoals je dat vaak in Amerikaanse films ziet. Of het ook handig is, laat ik voor het gemak maar even in het midden.

Volgens de artikelen 44 en 45 van het Bouwbesluit zou dit allemaal mogelijk zijn. Maar helaas: het feest gaat niet door. Waarom niet? Omdat artikel 50 van datzelfde Bouwbesluit zich ertegen verzet. Dat bepaalt namelijk dat de meterkast ‘ter bescherming van de persoonlijke levenssfeer’ niet rechtstreeks toegankelijk mag zijn vanuit een verblijfsruimte. Ook al kan het die mensen niets schelen dat de deur van de meterkast in hun woonkamer zit. De overheid bepaalt dat het niet mag, dus daarmee uit. En dat terwijl diezelfde overheid – wij dus – vinden dat er sprake moet zijn van een vrije indeelbaarheid binnen de woning.

Een extreem voorbeeld, zult u zeggen. Nou, ik kan er nog wel een handvol opnoemen. Zoals het geval van een middelgrote stad, waar een aantal kopers een carport naast hun huis willen. We hebben in het verleden de bouwregelgeving zo gewijzigd dat er in theorie geen probleem zou hoeven zijn om die carports te bouwen. Die zijn immers vergunningvrij. Maar nu komt het. De gemeente geeft geen inritvergunning af. Er is namelijk voor datzelfde gebied ook een beplantingsplan met bomen gemaakt. En de stedenbouwkundige van de gemeente wenst niet mee te werken aan het verplaatsen van de geplande bomen. Waardoor de woningeigenaren dus wel vergunningvrij hun carport kunnen realiseren, maar geen inritvergunning krijgen omdat iemand weigert op papier een aantal bomen te verplaatsen.

Een laatste voorbeeld van onze regel-neverij die zich verzet tegen het voornemen tot vrije indeelbaarheid van een woning. Een koper wil zijn keuken naar de garage verplaatsen. Daardoor vervalt de bergruimte. De koper vindt dat hij op zolder voldoende bergruimte heeft, maar de gemeente verplicht hem in de tuin toch een bergruimte te realiseren. Een complicerende factor in dit geheel is dat de garage op het bestemmingsplan de benaming ‘bijgebouw’ heeft gekregen. In bijgebouwen kun je vanwege allerlei bouwtechnische vereisten geen keuken plaatsen, dus de verbouwing kan niet doorgaan.

Ik kan zo nog wel een tijdje doorgaan. Ik heb op mijn bureau een hele stapel van dit soort voorbeelden liggen.

Nu weet ik dat er onder u mensen zijn die, net als ik, de regelgeving graag willen verminderen en vereenvoudigen. Er zijn er onder u ook die daar, om voor hen goede redenen, helemaal niet aan willen.

Om misverstanden te voorkomen, wil ik hier overigens benadrukken dat het zeker niet mijn bedoeling is om alle bestaande regelgeving te schrappen. Want het spreekt voor zich dat er altijd zaken geregeld moeten worden. Uit overwegingen van gezondheid, veiligheid en kwaliteit moet het Bouwbesluit immers bepaalde minimumvereisten garanderen en achterblijvers bij de les houden. En verder kan het ook nodig zijn nieuwe regels te stellen met betrekking tot bepaalde maatschappelijke erkende doelstellingen, die anders niet voldoende door de markt worden opgepikt. Voorbeelden daarvan zijn: duurzaam bouwen, energiebesparing, sociale veiligheid en toegankelijkheid voor rolstoelgebruikers.

Voor bepaalde zaken is het wat mij betreft dus nodig de bestaande regelgeving te handhaven of zelfs nieuwe regels toe te voegen. Maar daar waar het mogelijk is, zal ik er de komende jaren naar streven de regeldruk drastisch verminderen. Dat betekent overigens niet dat u maand in maand uit zult worden geconfronteerd met nieuwe aanpassingen. Ik zie er niets in om de regels om de haverklap te wijzigen. U kunt er wat mij betreft op vertrouwen dat dat de komende tijd hooguit eenmaal per jaar zal gebeuren. En de wijzigingen die voor de deur staan zal ik u een half jaar tevoren melden.

Ik kom nog even terug op de vrije indeelbaarheid van woningen. Ik vind dat een belangrijk onderwerp. Woonconsumenten worden naar mijn oordeel nog steeds te veel als kleine kinderen behandeld. Willen we in Nederland tot een goed woon- en leefklimaat komen, dan moeten we af van onze bemoeizucht. De overheden evengoed als de bouwers en de projectontwikkelaars. In de Nota Wonen, die u eind dit jaar van mij tegemoet mag zien, zal ik daar verder op in gaan.

Ik ga nog even terug naar het begin van mijn toespraak. Ik meldde de aanwezigheid van 3700 kwaliteitsverklaringen in de bouwregelgeving. Ook die wil ik hier nog maar eens ter discussie stellen. Niet in de zin dat ik het onzin zou vinden dat we aan kwaliteitsborging doen. Integendeel. Maar weet u wel dat ik persoonlijk al die kwaliteitsverklaringen moet goedkeuren?

Dat betekent dat ik als staatssecretaris mijn handtekening zet onder een product uit de private structuur. Ik vind dat eigenlijk een beetje vreemd. De verantwoording voor de kwaliteit die met zo’n certificaat wordt nagestreefd, ligt immers niet bij de rijksoverheid. Maar bij u als toeleveranciers en aanbieders in de bouw.

Begrijp me goed: ik onderschrijf het belang van certificatie. Certificatie kan een goed alternatief zijn voor regelgeving. Het bewijs daarvoor is wel het feit dat gemeenten niet langer aan het Bouwbesluit toetsen als een bouwer met producten en diensten werkt waarvoor een kwaliteitsverklaring is afgegeven. Onze gastheren van de SBK hebben zelf uitgerekend dat dit een besparing op administratieve lasten met zich meebrengt van zo’n 50 miljoen gulden per jaar. Of dit echt zo is, weet ik overigens niet. Soms vraag ik me af of gemeenten echt veel tijd steken in handhaving van ingewikkelde en overvloedige regelgeving.

Dus alle lof voor de certificering. Dat kan ook niet anders, want via Brussel krijgen we straks met nog veel meer regels te maken. Maar ik vraag me af of een zelfbewuste bouwsector niet in staat zou moeten zijn die certificering zelf te regelen, en niet bij wijze van kwaliteitswaarborg ook nog eens de handtekening van een minister of staatssecretaris nodig heeft. Ik wil over dit punt graag nog eens met u in discussie. En daarbij zal ook de vraag aan de orde komen wie nu aansprakelijk is als zo’n certificaat niet de kwaliteit garandeert die verwacht wordt.”

Dit is de integrale versie van de speech die J.W. Remkes, staatssecretaris van VROM, gisteren hield voor de stichting Bouwkwaliteit.

Remkes: ‘We moeten af van onze bemoeizucht’

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels