nieuws

Innovatief aanbesteden frustreert en is kostbaar

bouwbreed

gouda –

De manier waarop de overheid omgaat met innovatief aanbesteden en consultaties van het bedrijfsleven, is vaak frustrerend en kost tientallen miljoenen. “Is dit de juiste invulling van de garantie van competitie”, zo vroeg CUR-voorzitter ir. C.J.A. Reigersman zich gisteren af tijdens de netwerkdag van CUR (kennisinstituut).

In zijn toespraak wees Reigersman op de vele initiatieven op dit moment om te kijken naar andere vormen van opdrachtgeverschap en opdrachtnemerschap. Daarbij gaat het vooral om creativiteit van marktpartijen. “Kernvraag blijft steeds: hoe kan het bedrijfsleven maximaal geactiveerd worden tot innoverende gedachten, op welk moment worden deze ingebracht en hoe kunnen deze in het eindoordeel van de opdrachtgever verwerkt worden.”

Het antwoord daarop is tot op heden teleurstellend vindt Reigersman, omdat de prijs het allesoverheersende criterium blijft. “Het prijscriterium is als belangrijkste criterium naar buiten toe het meest eenvoudig te verdedigen, maar voor het bedrijfsleven blijkt het toch dikwijls frustrerend. De enorme bedragen die door het bedrijfsleven worden besteed op vele plaatsen tegelijk om alternatieven en prijzen te bepalen voor de verschillende onderdelen van Betuwelijn en HSL, vormen in wezen kapitaalvernietiging”, stelde Reigersman. Daarbij zou het gaan om rond de tachtig miljoen gulden.

Garantie

Hij vraagt zich af of dit nu wel “een juiste invulling van de garantie van competitie is”. “Competitie is goed om tot uitstekende prestaties te komen, maar competitie gebaseerd op achterdocht, is uiterst verwerpelijk en brengt grote maatschappelijke kosten met zich mee”, meent hij.

Volgens hem is een en ander een gevolg van nog steeds bestaande muren tussen opdrachtgever en opdrachtnemer en tussen bouwpartners onderling. Daar moet wat aan gebeuren.

Achterdocht

“Ik ben van mening dat door het slechten van muren, het uitbannen van achterdocht, door een open en vooral transparante benadering van opdrachtgevers en opdrachtnemers, uiteindelijk de echte kwantumsprong in de verbetering van processen en producten pas is te bereiken. Dan zullen allianties en partnerships pas optimaal functioneren”, meende Reigersman.

Hij bedoelt daarmee dat in zijn visie samenwerking en openheid tussen partners tot slimmere en betere oplossingen leiden. Dat geldt zowel voor opdrachtnemers als onderling als voor opdrachtgevers.

Wat dit betreft maakt hij zich wel eens zorgen over het achterhouden van innovatieve ontwikkelingen door een marktpartij. “Die denkt door het achter de rug houden van kennis net iets slimmer te zijn. Daar moeten we van af. Als er vertrouwen is tussen partijen dan wordt de drempel hoger om iets achter te houden.”

Het heeft volgens hem ook geen zin. “De kennis op zich is vaak niet bepalend voor de meerwaarde. Het gaat meer om het proces dat je hebt doorlopen om tot de kennis te komen. Dat is van grotere waarde”, vindt Reigersman, die het van kortzichtigheid vindt getuigen om kennis niet te willen delen. “Op de lange termijn red je het daar niet mee.”

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels