nieuws

Inbreuk op auteursrecht architect voor plaatsen van ‘zelfde’ dakopbouw

bouwbreed

De maker van een origineel stuk werk wordt door de Auteurswet beschermd tegen het namaken ervan door een ander. Dat gebeurt door hem het uitsluitende recht te geven om zijn schepping openbaar te maken en te verveelvuldigen. Die schepping moet een werk van letterkunde, wetenschap of kunst zijn. Daartoe rekent de wet uitdrukkelijk ook bouwwerken, zodat de architect, die een nieuw gebouw ontwerpt, daarop eenzelfde uitsluitend recht heeft als de schrijver van een roman.

In de S.R. 1997 wordt dat wettelijke auteursrecht nog eens herhaald en nader uitgewerkt. Omdat die Standaardvoorwaarden alleen de rechtsverhouding tussen de architect en zijn opdrachtgever bepalen, wordt een architect er niet door beschermd als een ander zonder toestemming zijn ontwerp gebruikt.

Dat was voor architect Erich de reden om zich tot de President van de Amsterdamse rechtbank te wenden toen hij merkte dat een bewoner van de Pieter Borststraat in onze hoofdstad exact dezelfde dakopbouw op zijn huis had laten zetten als hij voor iemand anders uit die straat had ontworpen. Hij eiste, met een beroep op zijn auteursrecht, een schadevergoeding van 7000 gulden plus de kosten die hij had moeten maken om zich te laten adviseren door een deskundige op het gebied van het auteursrecht.

Kenmerkend

Nu moet het werk, dat auteursrechtelijk beschermd wordt, een zekere originaliteit bezitten. De eis van originaliteit staat niet in de S.R. De architect had zich tegenover zijn opdrachtgever op zijn exclusieve recht kunnen beroepen voor alles wat hij in het kader van zijn opdracht had gemaakt. De SR waren in het geding voor de President echter niet van toepassing, dus diende hij aan te tonen wat nu zo kenmerkend was aan de door hem ontworpen opbouw.

Daarvoor noemde hij zes aspecten. Het eerste was dat hij had gekozen voor een strakke, kubusachtige basisvorm, maar de rechter vond dat het voor de hand ligt, dat voor een opbouw op een bestaand gebouw wordt aangeknoopt bij de vorm van het bestaande gebouw. De kubusvorm was daarom niet een auteursrechtelijk beschermd kenmerk. Ook de uitspringende gootrand aan de achterkant viel niet onder die bescherming omdat die vorm ook al terug te vinden was in de eronder liggende daklijst.

Wel kenmerkend voor zijn ontwerp vond de rechter dat de daklijst aan de voorkant juist niet uitspringend was getekend. Ook de uitspringende erker aan de voorkant van de dakopbouw met een bijzondere raampartij bleek zodanig te zijn dat er een auteursrecht voor kon gelden.

De regenpijpen waren door de architect zodanig geplaatst dat de daklijst boven hen uitsteekt, zodat ze als het ware in de muur waren weggewerkt. Hoewel de plaats van de afwatering functioneel werd bepaald door die op de eerste verdieping en die dus niet onder Erichs auteursrecht vielen, was een van de twee regenpijpen die op de andere opbouw waren aangebracht duidelijk overgenomen van het ontwerp van Erich.

Het zesde onderdeel, dat door hem als kenmerkend voor zijn ontwerp werd genoemd, was de schoorsteen, die niet inpandig was verwerkt maar aan de buitenkant zit. Daar bevindt zich ook de schoorsteen van de andere dakopbouw, waarbij ook exact dezelfde constructie van de schoorsteenpijpen was gevolgd. Hoewel de tot vergoeding aangesprokene beweerde dat het onmogelijk was om de schoorsteen inpandig aan te brengen, maar dat op geen enkele manier kon aantonen ging de rechter er van uit dat dit wel mogelijk was geweest.

Ook de manier waarop de schoorsteen was aangebracht, was dus een herkenbare overname van het ontwerp van de architect. Het meest originele kenmerk van zijn ontwerp was een in drieen gedeeld raam aan de achterkant van de opbouw dat in de rest van de woning helemaal niet voorkomt. Vanwege dat feit en omdat die vorm niet duidelijk functioneel bepaald was, kon gezegd worden dat hier duidelijk plagiaat gepleegd was. De door de nabootser aangegeven reden voor de aanwezigheid van een driedelig raam, dat hij zoveel mogelijk licht in zijn opbouw wilde hebben en dat drie naast elkaar geplaatste ramen standaard in veel eengezinswoningen voorkomen, kon de rechter niet tot andere gedachten brengen. Hij constateerde dan ook dat hier sprake is van een verveelvoudiging van de door architect Erich ontworpen dakopbouw, waardoor inbreuk was gemaakt op diens auteursrecht.

Toestemming

Het lijkt er een beetje op, dat deze Amsterdamse rechter bij de bepaling van het aan Erich toe te kennen schadevergoedingsbedrag de verhouding tussen wel en niet beschermde elementen heeft laten meespelen. Van de geeiste 7000 gulden wijst hij er immers maar 2000 toe.

Prof. Adriaansens, die dit vonnis in Bouwrecht bespreekt, vindt de gronden voor de matiging van de honorarium-component in het geeiste bedrag van 7000 gulden, onjuist. De belangrijkste overweging van de President daarvoor was, dat Erich die 2000 gulden bedongen zou hebben als hem toestemming zou zijn gevraagd om van zijn (auteursrechtelijk beschermd) ontwerp gebruik te mogen maken.

Dat hij dan maar 2000 gulden gevraagd zou hebben omdat de andere dak-opbouwer vrij was in de keuze van een architect, is inderdaad nogal vreemd. Het feit dat voor zo’n toestemming niets gedaan hoefde te worden, is – zoals Adriaansens terecht opmerkt – wel een begrijpelijke reden om een lager bedrag dan het geeiste toe te wijzen.

‘Dakkapel’

Toch moet de annotator het in Bouwrecht gepubliceerde vonnis nog eens nalezen. Daarin staat dat Erich 7000 gulden schadevergoeding eiste en niet, zoals A. zegt, 1000 gulden. Hij vorderde ook geen gederfd honorarium van 6000 gulden, maar motiveerde het bedrag van 7000 gulden onder andere met het bedrag dat hij met de 6000 gulden die hij aan honorarium gevraagd zou hebben als hij ook voor de andere opbouw opdracht had gekregen.

Dat was natuurlijk niet erg reeel. Voor de gefotokopieerde artikelen in deze rubriek krijg ik wel een bedragje aan reprorecht, maar dat is veel lager dan het honorarium ervoor.

Die extra schade van 1000 gulden boven de honorarium-schade zou volgens Erich vergoed moeten worden vanwege het feit dat de ‘nabootser’ wist dat hij niet zonder toestemming Erichs ontwerp mocht gebruiken! Dat is een wat vreemde motivering, die de procureur van de architect voor hem verzon.

De 1000 gulden die hij daarboven aan advieskosten claimde, kreeg hij evenmin.

Ons Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering bepaalt nu eenmaal dat elke partij haar eigen kosten betaalt, behalve als een vergoeding van de salarissen en voorschotten van de advocaat en procureur wordt toegewezen.

Prof. Adriaansens heeft het in zijn annotatie bij herhaling over ‘een dakkapel’, terwijl hier toch duidelijk sprake was van een opbouw op een bestaand plat dak. Weliswaar komt het woord ‘dakopbouw’ noch in de Dikke Van Dale noch in mijn encyclopedie voor, maar elke bouwer kan deze hooggeleerde jurist het verschil tussen een dakkapel en een dakopbouw uitleggen!

(BR 1999 p.253)

Mr. Math Verstegen

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels