nieuws

‘Honderd procent vakmanschap, maar gedurfder dan ooit’

bouwbreed

aalsmeer – “De calculator maakte bezwaar: wie kan dit uitrekenen? De projectleider twijfelde: wie kan dit uitvoeren. De acquisiteur vroeg: wie neemt het risico? Toen heb ik iedereen in de kantine bijeengeroepen en gezegd: wij gaan ervoor. De vakmensen zijn er, het risico neem ik. Vertrouwen in het eigen vakmanschap en dat van de vaste bouwpartners, daar komt het op aan. Durf, vertrouwen en communicatieve vaardigheden.”

Aan het woord is aannemer Faan Kemmeren, directeur van Kemmeren Bouw uit Aalsmeer. Hij vertelt waarom hij zich aan de bouw van deze ‘Gordiaanse knoop’ heeft gewaagd: “Ik ben bouwvakker in hart en nieren. Ik wil iets maken waar je trots op kunt zijn.”

Andere aannemers durfden het werk niet aan of rekenden een veel te hoge prijs. Want het Mobiushuis is een schier onmogelijk werk. Er staat zegge en schrijven een wand recht, de overige wanden en kolommen staan onder steeds wisselende hellingshoeken. Kemmeren: “Geen enkele bewerking komt twee keer op dezelfde manier voor. Van de bekisting was niet een stuk opnieuw te gebruiken. En in die ene rechte wand, die ver uitkraagt boven de voordeur, zit zoveel wapening dat twee trilnaalden er niet meer tussenuit waren te trekken. Die zitten er nog steeds in.”

Met ongeveer twintig man heeft Kemmeren Bouw bijna twee jaar aan het Mobiushuis gewerkt. Samen met onderaannemers en toeleveranciers voor onder andere de isolatie, het spuitbeton op de gevels, het terrazzo, de metalen kozijnen en het glas. Voor de installaties was GTI nevenaannemer. Cruciaal was volgens Kemmeren de goede samenwerking, waarbij ieder bereid was ook verliezen te incasseren. “Het gaat om het vakmanschap van het totale team, ook in de voorbereiding. Voor iedereen moet van begin af aan de kwaliteit van het eindresultaat absolute prioriteit hebben.” De details ogen bedrieglijk simpel. “Het mooiste compliment vind ik als collega’s het werk bezoeken en opmerken dat iets blijkbaar geschroefd zit zonder schroeven, of gelijmd maar waaraan? Het zit zuigend vast, zeg ik dan.”

Net zo ‘simpel’ zijn verdiepinghoge glaswanden gevat in stalen profielen. Maar mallen moesten worden gemaakt om ze exact op maat te kunnen bestellen. De glasplaten voor een scherpe hoek, waar het glas slechts met een kitnaad op elkaar aansluit, moesten worden teruggestuurd. Er was onvoldoende rekening mee gehouden dat van het dubbele glas het binnenglas korter moest zijn dan het buitenglas.

Het groen getinte glas komt uit Frankrijk, maar voor de delen die mat moesten worden gestraald hadden ze daar geen tafels die groot genoeg waren; dat is weer in Nederland gebeurd. Aan de stalen kozijnen hebben intussen vier man zeven weken lang gewerkt. De grote terrazzo-delen waaruit de badkamers zijn opgebouwd moesten al in de ruwbouw worden aangebracht, omdat er anders geen ruimte meer was om ze naar binnen te hijsen. Ze passen tot op de millimeter, er is geen aansluitdetail te zien.

Maatvoering

Op de bouwplaats kon de juiste maatvoering alleen totstandkomen door de computers van alle betrokken partijen aan elkaar te koppelen. Voor de bouwers was wellicht een maquette handig geweest, geeft Kemmeren toe, maar het maken daarvan zou al een puzzel op zich zijn geweest. Tekeningen boden maar ten dele houvast. Voor het huis heeft de architect, Ben van Berkel ongeveer tweehonderdvijftig details getekend, maar dan nog moest menig detail in het werk worden uitgezocht.

Kemmeren: “Van Berkel kon precies zeggen hoe hij het wilde hebben. Hij was daar moeilijk van af te brengen maar wist ook verdomd goed waarover hij het had. Hij had het huis eigenlijk al compleet ‘beleefd’ en ook goed bedacht hoe het gemaakt moest worden. Bovendien heeft hij een bureau dat het kan uitwerken. Maar zijn oplossingen kon hij niet altijd weergeven in een perspectieftekening of dergelijke.”

Dat gaf discussies over talloze minieme details. Bijvoorbeeld over de ontluchtingsopeningen die niet zichtbaar mochten zijn bij de in een keer gestorte kolom-met-eettafel, en bij de betonnen tafel die onderdeel is van de open haard. Kemmeren: “Zoiets ontwerpen is een kant van de zaak, voor mij was de vraag: hoe krijgen we dat met hamer en zaag gemaakt?”

Zelf ooit als metselaar begonnen, constateert hij met kennis van zaken: “Het gebouw heeft voor honderd procent het oude vakmanschap in zich, maar zo gedurfd als men vroeger nooit zou maken.”

Het moeilijke karwei heeft een wissel getrokken op het bedrijf, beaamt Kemmeren. “Het was het zwaarst voor de eenzaten, mensen die niet in teamverband of thuis hun hart konden luchten. Want samenspraak is nodig. Werd het iemand teveel, dan haalde ik hem gelijk van het karwei af, want anders gaan die persoon en het bedrijf kapot. Een hele goeie kracht ben ik kwijtgeraakt, maar in totaliteit is het bedrijf sterker geworden. Niet dat we direct toepassen wat we hier hebben gedaan, maar doordat de mensen er een andere houding door hebben gekregen.”

Heeft het pronkstuk ook meer werk opgeleverd? “Het zegt natuurlijk iets over onze organisatie dat we hebben gewerkt met architecten als Ben van Berkel, Rem Koolhaas en Liesbeth van der Pol. En bij het acquireren levert het Mobiushuis veel lovende woorden op”, antwoordt Kemmeren met gepaste trots. “Maar de cultuur in Nederland is toch dat allereerst naar de centen wordt gekeken, terwijl de prijs-kwaliteitsverhouding maatgevend zou moeten zijn.”

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels