nieuws

Duitse inspecteur bepaalt wat Nederlandse aannemer krijgt

bouwbreed

Een Duitse opdrachtgever die een Nederlandse aannemer betaalt moet op elke gulden een kwartje inhouden. Dat kwartje gaat naar de Duitse fiscus en wordt later verrekend met de inkomsten-/vennootschapsbelasting.

De opdrachtgever kan evenwel vrijstelling aanvragen bij de desbetreffende belastingdienst. Daar ontvangt hij een vragenlijst. De bevoegde inspecteur bepaalt aan de hand van de antwoorden of de Nederlandse aannemer het volledige bedrag in handen krijgt.

Duitse opdrachtgevers moeten sinds 1 april het kwartje inhouden. Op die datum voerde de bondsrepubliek de bronbelasting op de bruto aanneemsom in. De bijbehorende wettekst schrijft geen invoering met terugwerkende kracht tot 1 januari voor. Bij Nederlandse adviseurs bestond aanvankelijk de vrees dat dit wel het geval zou zijn. Het Duitse ministerie van financien werkt momenteel de uitvoeringsvoorwaarden voor de fiscus uit. Deze voorwaarden geven naar verwacht onder meer aan hoe buitenlandse belastingplichtigen aanspraak kunnen maken op vrijstelling. Die valt alleen bedrijven ten deel die in Nederland aan hun fiscale verplichtingen voldoen en hier hun belastingen betalen.

De bondsrepubliek wil met de wet bedrijven vangen die belastingen ontduiken. Vooralsnog wijst niets er op dat de fiscale gang van zaken voor ‘nette’ bedrijven verandert. Welbeschouwd hebben die alleen voordeel bij de regeling. De wet beperkt oneigenlijke concurrentievoordelen. De vraag blijft hoe de Duitse fiscus de regeling in praktijk brengt. Het ligt in de verwachting dat ook de bondsrepubliek eenheid van beleid nastreeft. Belastinginspecteurs zullen het fiscale beleid op identieke wijze interpreteren. Uitzonderingen blijven evenwel mogelijk. Nederland sluit binnenkort met Duitsland een verdrag over bijstand bij invordering. Of dat een rol zal spelen bij de beoordeling van het verzoek tot vrijstelling in Duitsland moet worden afgewacht.

Nederlander financiert Duitse wederopbouw

Duitse opdrachtgevers die vergoedingen betalen aan Nederlandse bouwbedrijven zijn verplicht 25 procent van de bruto aanneemsom af te dragen aan de Duitse fiscus. Van deze voorheffing moet ook ‘solidariteitstoeslag’ worden betaald. Nederlandse bouw- en montagebedrijven betalen zo mee aan de Duitse wederopbouw.

Hierdoor komen Nederlandse ondernemingen in zeer grote liquiditeitsproblemen. Het is onduidelijk of Nederlandse banken hier een passende financiering voor willen geven. De Duitse fiscus suggereert dat de 25 procent een soort borgstelling is met een terugwerkend karakter. In de praktijk laat zijn de bedrijven dit geld gewoon kwijt zijn.

De Duitse belasting biedt mogelijkheden voor vrijstelling. De plaatselijke fiscus verstrekt een vragenformulier voor projecten korter dan zes maanden. Voor werken die langer duren kan men bij het bondsbelastingkantoor een vrijstellingsbewijs aanvragen.

De lijst van het bondsbelastingkantoor is vrij kort en kent andere eisen dan het formulier van de plaatselijke fiscus. Deze dienst stelt zo’n twintig vragen. Het formulier blijkt een echte valstrik. Terloops wordt naar de inschrijving bij de Ambachtskamer gevraagd, nagegaan of het bedrijf illegaal personeel uitzendt en bekeken of de onderneming een vaste inrichting in Duitsland heeft. Sneller dan verwacht, is de ondernemer onbeperkt belastingplichtig in de bondsrepubliek.

De nieuwe belastingwet laat tal van vragen open. Zo blijft het onduidelijk wanneer een bedrijf op vrijstelling kan rekenen. Hetzelfde geldt voor de vraag of de vrijstelling slechts per project of voor onbepaalde tijd wordt afgegeven. De fiscus laat ook de vraag of er rente wordt vergoed over het ingehouden bedrag van de bruto aanneemsom. Uit de regeling blijkt niet of alleen beroepsmatige opdrachtgevers moeten inhouden of dat ook particulieren aan de bepalingen moeten voldoen.

Mr. C. Schwenger-Van Tuil, juridisch medewerkster van de Nederlands-Duitse Kamer van Koophandel in Dusseldorf.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels