nieuws

Bam-Vermeer komt er met een berisping vanaf

bouwbreed

Wel nalatig geweest, maar niet aansprakelijk voor de dodelijke gevolgen. De officier van justitie vindt dat Bam-Vermeer in het najaar van 1996 grove steken heeft laten vallen bij de bouw van de fly-over bij Ridderkerk. Toch ziet hij af van strafmaatregelen wegens ‘dood door schuld’.

Alleen H.A. Manuel, directeur van de bouwcombinatie Bam-Vermeer, zal niet ontevreden zijn over de eis van 7500 gulden boete, ook al sputterde hij voor de Rotterdamse rechtbank flink tegen. Overtreding van de arbeidsomstandighedenwet, meer zat er volgens het Openbaar Ministerie niet in. Twee jaar onderzoek heeft geen antwoord opgeleverd op de vraag hoe het kon gebeuren dat de tafelbekisting op een van de vijftien meter hoge pijlers is gaan kantelen en naar beneden stortte. “Te technisch en juridisch te ingewikkeld”, verzuchtte de officier van justitie mr. M.J. Koeleman.

Niet alleen de slachtoffers en de nabestaanden van de verongelukte stortbaas uit Woudrichem zullen hier geen vrede mee hebben. Het schrijnende onvermogen van het Openbaar Ministerie zet een zware domper op het streven naar veiliger arbeidsomstandigheden in de bouw. Het betekent dat de arbowet niet deugt. Het hoofdstuk bouwplaatsen arbobesluit (BPAB) biedt slechts schijnveiligheid.

Excuus

Als het BPAB de werknemers op de bouwplaats niet kan beschermen tegen nalatigheid en bezuinigingen op veiligheidsmaatregelen dan ziet het er somber uit voor de bouwvakkers die straks hun leven riskeren tijdens de uitvoering van projecten die technisch en juridisch nog veel ingewikkelder in elkaar zitten. De ontwikkelingen in de bouw vertonen bepaald geen tendens naar vereenvoudiging.

Hoe kan de hoofdaannemer wegkomen met het excuus dat hij niet op de hoogte was van de vraagtekens die het Rotterdamse ingenieursbureau Van Rooijen had geplaatst achter de stabiliteit van de bekisting?

Het zwaartepunt in het takenpakket van de hoofdaannemer verschuift steeds meer naar projectmanagement en procesbewaking. Als de hoofdaannemer geen weet heeft van essentiele informatie over kritische momenten in de uitvoering, wie moet dan controleren of de veiligheid van het project in het geding is?

Fouten

Vast staat dat ingenieursbureau Van Rooijen tevoren op de instabiliteit van de bekisting heeft gewezen. Er zijn door de leverancier van de bekisting Grimbergen grote fouten gemaakt bij de constructieberekeningen, bevestigde ir. J. Niemandsverdriet van ingenieursbureau Witteveen en Bos voor de rechtbank.

Blijkbaar zijn de fouten erkend, want de bekisting van de eerste oplegtafel werd aangepast aan de kritiek van Van Rooijen. Bij de tweede pijler viel men echter weer terug op de _ goedkopere _ uitvoering zoals die op de oorspronkelijke bouwtekening was aangegeven.

Had Bam-Vermeer niet beter moeten controleren?, vroeg rechtbankpresident mr. A.C.M.P. van Breukelen aan Manuel. “Bam-Vermeer kon niet voorzien hoe groot het kantelgevaar was”, antwoordde de bouwbaas. “We kenden de discussie over de stabiliteit niet. We vertrouwden op de deskundigheid van Grimbergen. Dat is heel gebruikelijk.”

Cruciale fase

Partijen zullen het er over eens zijn dat het bezwijken van de bekisting niet kan worden afgedaan als een mankement in een ondergeschikt onderdeel van de uitvoering. Het storten van 170 kubieke meter beton in een hellende tafelbekisting op vijftien meter hoogte was de cruciale fase in de bouw van de aansluiting van de A16 op de A15. Niets kon in de eerste week van oktober 1996 belangrijker zijn dan controle op de veilige uitvoering van het storten van de eerste oplegtafels.

“Iedereen wist dat het geen eenvoudige klus was”, verklaarde F. Grimbergen, directeur van de gelijknamige bekistingleverancier eerder in deze krant. “Bij dergelijke complexe bouwwerken kan niet zonder een gedetailleerd scenario worden gewerkt”, zocht hij de oorzaak van het ongeval in de onvolledige vertaling van de de stortvoorschriften in het stortplan.

Beproeving

Als de officier van justitie bewezen acht dat Bam-Vermeer nalatig is geweest. Als bovendien zo goed als zeker is dat het ongeluk niet was gebeurd indien Bam-Vermeer adequaat had gereageerd op de waarschuwingssignalen van ingenieursbureau Van Rooijen, wat weerhoudt het Openbaar Ministerie ervan de bouwcombinatie ‘dood door schuld’ ten laste te leggen? Betekent de beperkte eis dat de aannemer van zijn verantwoordelijkheid is verlost indien hij zich _ zoals Manuel _ van de domme houdt?

Wat deze vraag boven het zakelijke geschil en het persoonlijke drama uittilt, is de feitelijke beproeving van de Arbeidsomstandighedenwet. Wat is de werkelijke impact van deze wet? Blijkt het mogelijk de strekking van het verplichte Veiligheids- en Gezondheidsplan (V&G-plan) zodanig te versmallen dat opdrachtgever en uitvoerende partijen zich er in de praktijk weinig van aan hoeven te trekken? Dat is de impliciete inzet van deze rechtzaak. Het gaat er niet om Bam-Vermeer _ of welke individuele aannemer dan ook _ aan de schandpaal te nagelen. De hele bedrijfstak bouw heeft er belang bij dat de rechter een uitspraak doet over maatschappelijke aanvaardbaarheid van nalatigheid als doodsoorzaak van bouwvakkers.

V&G-risico’s

In Cobouw van 22 maart vestigde Leen Akkers (Arbouw) er de aandacht op dat het vijf jaar na invoering van de wetgeving nog treurig is gesteld met de praktische invulling van V&G-plannen. In de ontwerpfase gaat het al mis, constateert Akkers. “De opdrachtgever schuift zijn verplichting een eerste aanzet voor het Veiligheids- en Gezondheidsplan te leveren nog te vaak door naar de aannemer.” Bij de prijsvorming kan het bouwbedrijf daardoor onvoldoende rekening houden met de V&G-risico’s, wijst Akkers op het belang van de aannemers, “terwijl die bouwer later wel volledig verantwoordelijk is voor de veiligheid en de gezondheid op de bouwplaats”, voegt hij er aan toe.

Uitspraak

Op 15 april weten we of de bouwer in zijn offerte serieus rekening moet houden met de gezondheid van zijn werknemers. Op die dag doet de rechtbank uitspraak.

Verrassingen zijn niet uitgesloten. Eind vorig jaar concludeerde mr. A.C.M.P. van Breukelen, in haar hoedanigheid van politierechter, dat zij niet over nalatigheid van Bam-Vermeer kon oordelen zonder daarbij de slachtoffers in ogenschouw te nemen. Om die reden verwees zij de zaak naar de meervoudige kamer. Dat betekent dat meer dan een (enkelvoudige) rechter zal moeten oordelen over de vraag of er een causaal verband bestaat tussen de geconstateerde overtreding van de arbeidsomstandighedenwet en het ongeluk. Indien zij en de andere rechters van oordeel zijn dat er meer aan de hand is dan alleen een overtreding van de Arbeidsomstandighedenwet, dan kan het rechtscollege van de eis afwijken en eventueel toch een straf wegens dood door schuld opleggen.

Dolf Dukker

Op 8 oktober ’96 werden vijf bouwvakkers bedolven onder vijftig kuub beton. Een van hen overleed, een ander werd blijvend invalide. Foto: Ries van Wendel de Joode

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels