nieuws

Veel sjouw- en sjorwerk bij renovatie museum

bouwbreed

leiden – Binnen de bestaande monumentale gevel krijgt het Rijksmuseum voor Volkenkunde in het centrum van Leiden een compleet nieuw pand. Dat vraagt een logistiek huzarenstukje van de Amsterdamse aannemer Hillen en Roosen. Want alle bouwmaterialen moeten grotendeels met de hand via de bestaande kozijnopenigen worden aan- en afgevoerd.

“Het is een heel complex project, dat ons steeds weer voor verrassingen plaatst. Het meerwerk is daardoor aanzienlijk.” Aan het woord is Sjaak van der Have, die namens hoofdaannemer Hillen en Roosen de renovatie leidt van het Rijksmuseum voor Volkenkunde in Leiden.

Het woord renovatie is volgens Van der Have een understatement. Binnen de bestaande gevel wordt een compleet nieuw gebouw opgetrokken. Vrijwel alle vloeren en binnenmuren van het voormalige ziekenhuis zijn weggebroken en worden vervangen door een nieuwe constructie die veel grotere overspanningen mogelijk maakt. In de grotere zalen moet de museumcollectie beter tot zijn recht komen.

Tijdens de bouw wordt de monumentale gevel overeind gehouden door een fikse staalconstructie. Ook het dak leunt daar op en dat is precies de reden dat er geen bouwkranen kunnen worden ingezet. De bouwvakkers zijn daarmee aangewezen op een verreiker, een vorkheftruck en een elementenstelmachine. De heftruckchauffeurs hebben zich volgens Van der Have tot ware acrobaten ontpopt. “Op de gekste plaatsen weten ze hun vracht nog af te leveren. Alles is beter dan je rug breken door al het sjouwwerk.”

Zelfs de slangen om het beton te storten krijgen soms een zetje van de heftruck. Met een kubel valt niet te werken binnen het pand, dus staat de betonpomp buiten het gebouw en worden er grote slangen uitgelegd naar de te storten kolmmen, wanden en vloeren. Dat gaat nog wel zolang die leeg zijn, maar tijdens het storten zijn soms drie man nodig om de loodzware slangen op de juiste plaats te krijgen.

Onttakeld

De eerste fase van het werk is inmiddels opgeleverd. In de gereedgekomen vleugel van het museum is een tentoonstelling over indianen te zien. Het deel van het complex waarin tot die tijd de tentoonstelling ‘Kuifje in Tibet’ huisde, wordt nu onder handen genomen door Hillen en Roosen.

Wie daar een blik in werpt, treft een compleet onttakeld gebouw aan. Het heeft meer weg van een loods waarin schepen worden gebouwd dan van een toekomstig museum.

In de bodem zijn inmiddels grondverdringende palen geschroefd, die later zijn volgestort. Daarop is al een flink deel van de vloer van de begane grond gestort. Met de muren wordt een flexibele verbinding gemaakt om zettingsverschillen op te vangen tussen de nieuwe fundering en de oude, waarop de gevel rust.

Verreiker

Zodra het beton is uitgehard moet de bekisting via de kozijnen naar buiten om later via een hoger gelegen rij ramen weer naar binnen te worden gebracht. Hierbij bewijst de verreiker met telescopische arm zijn dienst, al kan die niet overal komen en moet er veel met de hand worden verstouwd.

Het wapeningsstaal volgt grotendeels dezelfde route. Hillen en Roosen, de installateur, de inrichters en alle andere betrokkenen zijn nog ruim een jaar bezig voordat ook dit deel voor het publiek wordt opengesteld.

Bominslag

Het complete museumcomplex beslaat straks drie gebouwen en een park gelegen aan de Leidse stadssingel. Behalve het hoofdgebouw, het voormalige ziekenhuis, bestaat dit uit een laboratoriumgebouw uit 1882 en een oud politiekantoortje dat als museumwinkel dienst gaat doen.

Het oude laboratoriumgebouw mist sinds het eind van de Tweede Wereldoorlog een deel van de kopgevel. Die sneuvelde door een bom. De gevel werd dichtgemaakt en het gebouw heeft het al die jaren zonder kop moeten stellen. Architectenbureau OD205 uit Delft, besloot de oude contouren weer te volgen en ontwierp een gebouwdeel, dat niet echt in de oude stijl maar ook niet echt modern werd uitgevoerd. “Vlees noch vis is het geworden”, aldus veel Leidenaren die er niet bijster enthousiast over zijn.

Het deel dat er direct aan grenst heeft de aannemer nogal wat hoofdbrekens gekost. Want het gebouw was weliswaar blijven staan, maar had bij de bominslag wel een flinke opdonder gekregen. Ter plekke was geen muur recht en geen hoek haaks. Terwijl de architect daar een stalen trap in gedachten had, die netjes aan moest sluiten aan de wanden. Het vergde heel wat passen en meten om dat voor elkaar te krijgen. Het is volgens Van der Have een van die complicaties waaruit het meerwerk voortkomt. Net als die tonnen extra asbest die Hillen en Roosen tijdens het breek- en sloopwerk tegenkwam en die moest worden afgevoerd.

Meerwerk

Echt verbaasd is Van der Have niet over het vele meerwerk. “Een goed bestek maken is lastig bij dit soort renovatiewerk. Zoals wij niet weten wat we tegenkomen zodra we een muur neerhalen, tastte opdrachtgever de Rijksgebouwendienst nog veel meer in het duister. Die moest bij de inventarisatie het gebouw intact laten en zelfs tussen de kwetsbare museumstukken manoeuvreren. Maar het betekent wel dat we nog eens met de opdrachtgever om de tafel moeten plaatsnemen om de voorwaarden te bespreken. Daar komen we vast wel uit.”

Omdat een modern museum grotere zalen vergt, zijn alle dragende wanden verdwenen van het pand dat ooit dienst deed als ziekenhuis.

Het dak moet gespaard blijven en dus moet aannemer het stellen zonder grote bouwkraan.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels